Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen

vrijdag 5 september 2014

hyperlokale wereldwijdsheid

Het is in elk geval een van de lélijkste woorden naar mijn smaak: hyperlokaal. Maar dat zegt niets over de inhoud. Die is namelijk wél interessant omdat ze vraag oproept tot waar nieuws nieuws is.

Ik kan me herinneren die vraag wel eens te hebben gesteld in een gesprek. Dat ging ongetwijfeld over het karakter, de identiteit van nieuws. In een hyperlokale betekenis is dat ook een relevant en verleidelijk onderwerp. Is alles wat jij niet weet aan gebeurtenissen, nieuws? Grosso modo wel, denk ik. Dat de buurman zichzelf een blauwe duim mept met het spijkeren, is nieuws.

De vraag is of je het wílt weten.

Die vraag is essentieel in de gedachte over hyperlokaltiteit.

Voor mij is het een kwestie van logica te menen dat iedere gebeurtenis nieuws is is, voor wie daarin is geïnteresseerd. Waarom zou een polemisch-felle discussie tussen twee politici nieuws zijn en een straatfittie niet? Omdat de reikwijdte groter is? Het belang? De gevolgen? Da's vreemd, want dat zijn geen karakteristieken van de gebeurtenis. Sterker, je kúnt je afvragen of ze niet een gevolg zijn van het tot nieuws máken.

De 'fout' die is gemaakt met hyperlokaliteit is dat werd gedacht dat hyperlokaal nieuws ook hyperlokaal interessant is. Ik zou willen weten wat er in mijn stad, mijn wijk, mijn buurt en mijn straat gebeurt. Dat klopt. Maar daarmee is de cirkel niet automatisch gesloten met de conclusie: 'Aha! Dan wil je dus ook (een website met) dat hyperlokale nieuws!'. Dat lijkt logisch, maar veronachtzaamt wat: de karakteristieken van het nieuws bepalen de interesse ervoor, de plaats niet of veel minder.

Nog steeds ben ik er van overtuigd dat (hyper)lokaal nieuws interessant is. Maar niet per sé voor de omgeving. Of beter: alléén voor de omgeving. 112nieuws trekt veel aandacht... omdat het ongelukken zijn?! Al die rubrieken Opmerkelijk zijn populair... omdat het wereldnieuws is?! Nee, omdat het nieuws is en zich helemaal niet laat beperken tot een regio, een stad, een wijk, een buurt of een plaats. Overal op de wereld zijn er wel mensen in geïnteresseerd: de hyperlokale wereldwijdsheid.

Nieuws is een complex geheel. Feitelijk zou je kunnen stellen dat het het bevredigen is van onze nieuwsgierigheid. Je wilt je omgeving kennen, maar die is steeds groter geworden. Onze primaire zintuigen zijn daarvoor al lang niet meer toereikend. Maar de behoefte blijft. We willen weten, kennen, begrijpen. Leeshonger werd het genoemd: die onstuitbare drang om te lezen, tot en met de folders tijdens de toiletgang en de lectuur bij kapper of tandarts. Ook jij, lezer, doet dat en ik durf te wedden dat er ook heel veel meer mensen eerst geïnteresseerd zijn in het 'lichte' nieuws en dan pas in het 'zware'. Terwijl de kranten en media bijna allemaal dat de zware kost voorop stellen, want dat valt te duiden.

Maar het lichte nieuws dat veel directer raakt aan het dagelijks leven van mensen - zoals jij en ik, en dus zoals van een Amerikaan en van een Chileen - heeft die kanalen minder. Hyperlokaal heeft wel iets van Weekend, Story en Privé maar dan niet zó invasief en in het leven van onszelf. Toch zal niet alles even interessant blijken te zijn. Die blauwe duim van de buurman zal een veel kleiner publiek interesseren dan een buurtruzie over parkeerplaatsen (een inmiddels wereldwijd probleem?).

Dat maakt het allemaal nog ingewikkelder, want hoe bereik je die mensen? Of: hoe weten zij jou en je nieuws te vinden? Wellicht was een wereldwijd hyperlokaal platform nodig waarmee je al die hyperlokale activiteit ontsluit? Een plek via welke je kunt verzuipen in de burenruzies, inbraken, huwelijken, openingen en valse honden? Een plek die je, op die manier, ín het leven van alledag laat neuzen. Of een redactie die daaruit een selectie maakt van hyperlokaal nieuws, want waarom moet dat van om de hoek zijn?

dinsdag 13 mei 2014

Ik geloof het steeds minder

"The medium is the message". Wie kent dat wereldberoemd zinnetje niet? Als om de kracht van dat medium te bewijzen, staat er overigens niet 'message' maar 'massage'. Zetduiveltje.

Ik moet er geregeld aan denken als mijn gedachten wegzwerven naar de toekomst van papier.

In de loop van de tijd ben ik steeds minder geneigd het verdwijnen van papier als communicatieplatform te zien gebeuren. Da's een best wel ingewikkelde situatie. De krant is een goed voorbeeld.

Stap één is de vermenging van (nieuws)feiten en duiding. Wie een krant open sloeg, opende een venster op de wereld. De krant bracht je nieuws en plaatste dat in een perspectief. En omdat er daarvan veel bestaan, van die perspectieven, kun je tal van krantentitels hebben.

Met de komst van radio en tv verdween de krant niet. Da's best vreemd, want nieuws kon véél sneller worden gebracht en de duiding kon veel gedetailleerder. Maar radio en tv ontwikkelden zich vooral als vermaaksmedia. Zelfs 'nieuwsfeit' is door die media van karakter veranderd.

Stap twee is de verongelijkte (schrijvende) journalist. De oorzaak? Internet en de komst van 'burgerjournalistiek'. Dat is een houding die past bij een zwaktebod en een identiteitscrisis als gevolg van een erváren bedreiging. Blijkbaar is er een grens overschreden, want burgerjournalistiek was er al en ontwikkelde zich. Neem alleen al de piratenzenders die vlak voordat de kabelnetten (porno)uitzendingen maakten. Een deel van die radio- en tvmensen is doorgegaan in de lokale en regionale omroepen. Ooit ondenkbaar: programmamakers en verslaggevers uit die sferen die terecht komen op de nationale zenders.

Stap drie is de beklijving. Dát vind ik de interessantste, zeker met McLuhans beroemde woorden in het achterhoofd. Het medium 'digitaal' versus 'papier' heeft karakteristieken. Sneller, beweeglijker, veelvormig: allemaal waar. Ook is waar dat steeds meer mensen dit medium kunnen gebruiken.

Maar wat óók waar is, is dat 'digitaal' inmiddels zulke kwantitatieve vormen heeft aangenomen dat het niet meer te behappen is. Kiezen, kiezen, kiezen. Infostress, infobesitas, filter failure: het is teveel en leidt tot een lijdende mens.

Ik zie dat anders.

Als ik zie wat er gebeurt, dan is dat er een enorme groeimogelijkheid ligt voor journalisten en magazine-achtigen. Het medium 'digitaal' is vluchtig. Dat wat je digitaal leest, beklijft slecht. Je vergeet het snel. Wellicht omdat je diagonaler leest, wellicht omdat je sneller leest, wellicht omdat het adagium 'korter is beter' daar geldt: de reden maakt niet uit. Mijn indruk is dat 'digitaal' ideaal is voor (nieuws)feiten en snelle lectuur. Maar dat het waardeloos is voor duiding en diepgang.

De digitale krant (of een e-boek) lezen, betekent dat na uit lezen geen ankerpunt, geen herinnering in je omgeving achterblijft. Wat je níet ziet, zal verdwijnen. Zo merk ik dat een digitale krant ongelooflijk veel vluchtiger is dan een papieren krant.

Het is die eigenschap van 'digitaal' die mij steeds overtuigd laat raken dat er wel degelijk kansen zijn voor 'papier'. Voor mooi uitgevoerde boeken, waar je voor gaat zítten. Maar zeker ook voor bladen die achtergronden gaan bieden. Ik schreef het al 'ns: waarom de VPROgids nog steeds programmagegevens brengt en niet véél meer achtergrondartikelen. Blendle is leuk, maar daarin zit de ontwerpfout te denken dat krant digitaliseren de kern is (ooit gelet op de code-fouten in de digitale kranten?). Wat dat betreft zit De Correspondent er dichterbij. Maar die zou op papier moeten. Want long reads zijn helemaal niet dood.

Langzaam komen 'we' erachter dat het een en-en-en-situatie is; de graal. Digitaliseren (sec) is het niet. Bang zijn voor anderen is het niet. De hoeveelheid alleen maar ordenen, is het niet. Kort als noodzakelijke vervanging voor lang is het niet. Vanuit doelmatigheid redeneren is het niet.

Mij zal het niet verbazen als 'papier', maar dan met andere inhoud, als een feniks uit z'n as herrijst.

maandag 4 februari 2013

Wat is dat toch met kranten en nieuws?


Van de week was-t-i er weer 's: de discussie over de positie en rol van journalisten in het nieuwslandschap. Eigenlijk is dat al winst, omdat de meeste gesprekken de afgelopen jaren gingen over 'de krant'.

De krant is niets. Dat is een stapeltje papier, niet eens met een nietje erdoorheen. Nog erger is dat die krant helemaal niet hoogwaardig is. Als het regent, krijg je een zielig pakketje door de brievenbus gepropt. Als je geluk hebt en een dus een goede krantenbezorger. Een krant is ook binnen de kortste keren kapot. Zo'n natte krant helemaal, maar een droge scheurt ook lekker snel. Wat ook lekker gaat, is jezelf verdonkeren met kranteninkt. Dat is wel minder geworden dan het ooit was - héél erg - maar nog steeds kun je heel snel een lichte broek of een licht overhemd van zwarte strepen voorzien. Ik wel in elk geval.

Dat dat medium het loodje legt, is nooit zo moeilijk voorspellen geweest. Alle alternatieven waren beter, schoner, steviger; van televisie en radio tot en met de glanzende tijdschriften. Wat daarin geen rol speelt, is de inhoud. Dit gaat uitsluitend en alleen om het medium. In een trage wereld is dat schrijven, drukken en verspreiden van nieuws snel genoeg in vergelijking met de maanden tot jaren die nieuws in de vroege middeleeuwen nodig had om te verspreiden. In een snelle wereld word je echter voorbijgesneld door andere media waarmee het nieuws zich verspreid. In de krant lezen wat je ook op de radio al hoorde? Wat al op televisie was te zien en te horen? Wat je op het internet kon lezen en zien? Nee, dan is de krant te langzaam en de kwaliteit van het gebruikte papier stomweg te slecht om nog waardevol te zijn.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg" alt="20130203-190800.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Interessanter wordt het als je in die ontwikkeling gaat kijken naar de inhoud. Dat ligt een stuk ingewikkelder.

Nieuws is eigenlijk alles waarover een verhaal is te vertellen; hetzij omdat het nog nooit eerder voorkwam, hetzij omdat het te vertellen verhaal nog niet eerder zo werd verteld. En dan zijn er tal van variaties uiteraard; "nog nooit eerder" is immers ook te begrijpen als "de anderen wisten dat nog niet". Autoongelukken als zodanig zijn geen nieuws meer, maar de afzonderlijke ongelukken weer wél zij het dat het flinterdunne verhalen oplevert. Die zullen eerder het niveau hebben van een basisschoolleerling die in zijn of haar opstel schrijft "en toen en toen en toen".

De discussie die nog steeds plaatsvindt, gaat over - bijvoorbeeld - de vraag wat eigenlijk de basis is voor het nieuws. Wie dat analyseert, zoals <a href="http://www.journalism.org/">Pew</a> in 2010 deed, stelt vast dat <a href="http://www.journalism.org/sites/journalism.org/files/Baltimore%20Study_Jan2010_0.pdf">veel informatie oorspronkelijk afkomstig is uit klassiekere media</a>. Het beeld wat zich daaruit opdringt, is dat zonder die basis de hele piramide ineenstort. Vraag één is echter hoe terecht het beeld van die piramide is.

Wat gebeurt, is dat sterk hiërarchisch  wordt geredeneerd vanuit die basis. Nieuws, zo lijkt het dan, is één homogeen geheel dat via een beperkt aantal kanalen wordt gegenereerd. Maar nieuws is een sociaal fenomeen en zeer zeker niet in omvang te bepalen. Wat voor de een wel nieuws is, is dat voor de eerstvolgende niet. En de manier waarop naar een nieuwsfeit wordt gekeken, verschilt met het gehanteerde achterliggende wereldbeeld. In die dynamiek kunnen daarom meerdere nieuwsmedia opereren. Maar in die dynamiek kunnen dus ook geheel nieuwe kanalen ontstaan.

Burgerjournalistiek is er zo een. Wat je ervan mag denken; het ís er en het wordt gebruikt. Hoe eenvoudiger het onderwerp hoe makkelijker te doen. Een ongeluk beschrijven is net makkelijker dan een opstootje. Een omkoopschandaal is echt van een andere orde; dat vereist kennis en inspanning. Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat burgerjournalistiek per definitie slechter is dan professionele. Net zomin als dat het andersom niet geldt. Het verschil zit 'm in goede en slechte journalisten; en in de instroom van heel veel mensen die ook wel een kans willen wagen goede journalist te zijn. Omdat dat kán, gebeurt het ook: "journalist is iedereen en kan iedereen zijn".

Is dat dan helemaal nietszeggend geworden, dat journalistieke vak? Dat lijkt me niet. Maar het is wel nogal aan het veranderen. Nu het niet meer dé toegang is tot het publicerende medium, de krant bijvoorbeeld, is het meer dan ooit een concurrentiestrijd geworden. Een concurrentiestrijd met iedereen met een goed stel hersens. Een goed schrijvend of presenterend wetenschapper is heden ten dage ook geaccepteerd als journalist. De buurman die alles weet van de stad, is vast en zeker in staat mooie verhalen te vertellen over die stad.

Het onderscheidende zit 'm niet meer in de beroepsopleiding. Het zit 'm eerder in twee zaken: het kunnen vertellen van verhalen en het vinden van verhalen. Vooral die laatste is een interessante. Journalisten zijn meer dan ooit de agenda-bepalers. Dat wat zij doen, is vaak het startpunt voor veere gesprekken. In de kantoren, de huiskamers, de cafés, op <em>social media</em>, in samengestelde media (curatie bijvoorbeeld). Maar de vinder en benoemen van het nieuwtje is de journalist. Dat is wezenlijk anders dan de oude vorm, die eerder andersom werkte.

Eerlijk gezegd, zie ik het allemaal wel hoopvol tegemoet. Goed, het is een waanzinnige tijd waarin onduidelijk is wie wat is en waarom hoeveel krijgt. Laten we er vanuit gaan dat dat een gegeven is, maar dat er een nieuwe orde zal ontstaan. Hoe zou dit er uit kunnen zien?

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg" alt="20130203-190811.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Ik denk dat daarin dat eenvoudige nieuws, de 'feiten', grotendeels door onszelf wordt gemaakt. De mensen op straat hebben allemaal <em>smartphones</em> en een voldoende grote groep de behoefte anderen te vertellen wat ze zien.
Wat we nog niet zien, is het werk voor mensen die daar tijd en energie in steken. Dat zijn dus de journalisten. Waarom die aan één kanaal zouden moeten zijn gebonden, is een vraag uit een voorbije tijd. De journalist zal eerder een ongebonden geest zijn, die zijn stukken aanbiedt aan 'een markt'.

Of dat zo gaat worden? Geen idee. Mijn koffiedik is net zoveel waard als die van een ander. Maar als ik bijvoorbeeld een initiatief zie als <a href="http://www.360magazine.nl/">360 Magazine</a>, dan denk ik dat zíj in de goede richting zoeken. Door de keuze voor, naar hun mening, goede stukken, leggen ze nadruk op wat journalistiek werk is: goede, dieper gravende stukken en daarmee de publieke agenda (mede)bepalend.

Mij zal het nog benieuwen wat er uiteindelijk over een paar jaar ligt. Maar wat mij wél opvalt, is de moeite die sommige journalisten hebben om uit hun comfort zone te worden gehaald. Of het zo is dat burgerjournalisten "lui" zijn?! Dan zijn veel 'professionele journalisten' dat ook. En net als al die andere beroepsgroepen die zich beroepen op hun professionaliteit, is alleen al die kreet het teken dat we inmiddels in een achterhoedegevecht zijn terecht gekomen.