De afgelopen weken mocht ik weer 'ns een paar ziekenhuizen bezoeken (voor artikelen, voor 't geval je je afvraagt waarvoor).
Als je een ziekenhuis bezoekt, vraag je je af wat daaraan eigenlijk zo bijzonder is. Het zijn vaak grote gebouwen. Er komen veel mensen en er werken veel mensen. Afdelingen hebben ze ook.
Dat zou ook de beschrijving kunnen zijn van een willekeurig grote organisatie. Het grote verschil is dat de kans klein is dat daar mensen door de gangen gaan met witte jassen en met medicijnkarren. Ook zullen in een willekeurig kantoor niet veel mensen in pyama's worden aangetroffen.
En toch zijn ziekenhuizen blijkbaar héél anders.
In ziekenhuizen lijkt men er van uit te gaan dat we allemaal een oriëntatievermogen van een kapotte postduif hebben. Ze hebben daar vaak zélf het idee dat het onmogelijk is je weg te vinden. En dus doen ze allemaal een poging het de bezoeker zo eenvoudig mogelijk te maken de weg naar de juiste plek te vinden.
De leukste versie, vind ik, is die met de gekleurde lijnen. Dat je bij de patiëntenbalie begint met een hele hoop gekleurde lijntjes op de vloer en dan "de route Oranje" moet volgen naar de afdeling Bloedafname. Of, ander ziekenhuis, verdieping 3, blauw. Ook een heldere aanduiding. Het is vast klantvriendelijk bedoelt: "Als u hier de rode lijn gaat volgen, komt u vanzelf op de Kraamafdeling". Ik vind het uitermate ónvriendelijk.
Nu kom ik niet váák in een ziekenhuis. Maar als ik er ben, verbaast me dat concept van routes iedere keer weer. Niet alleen gebruik ik het haast niet - dat gekleurde lijntjes volgen, heeft iets debiliserends - ik vraag me ook af hoe ze dat zouden doen in een andere context. Er lopen minder mensen rond; maar zou een gemeentehuis of een groot consultancykantoor ook gebruik moeten maken van route-aanduiding door het pand?
En ga nu niet vertellen dat dat niet hoeft omdat daar niet zoveel mensen door het kantoor lopen. Of ik door een ziekenhuis loop, een gemeentekantoor of een consultancybedrijf: ík loop daar als individu.
De slimmerik zal nu wijzen op alle ervaring die is opgedaan met routeaanduidingen op vliegvelden, trein- en metrostations. Helemaal gelijk. En we hebben inderdaad een iconische ontwerper van informatiesystemen, zoals routes: Paul Mijksenaar. Prachtige dingen gemaakt en slimme ideeën ontwikkeld.
Maar wel om verkeersstrómen te reguleren.
Een individu lijkt me geen verkeersstróóm, maar een verkeerselement. Dat een ziekenhuis een helder systeem in gebruik heeft om 'menigten in paniek' snel het pand uit te leiden, lijkt me buiten kijf te moeten staan. Dat zou ieder gebouw moeten hebben. Een popconcertzaal kan ook iets hebben aan een route. Daar, immers, gaan veel mensen naar één plek op één moment.
Laten we maar wel uitgaan van een overzichtelijk pand. Zo eentje waarvan de bezoeker zich een beeld kan vormen, een mental map. Is het gebouw zó onoverzichtelijk dat dat niet (goed) lukt, dán is een kleurige draad wellicht handig. Maar, let wel, dan is het gebouwontwerp het probleem.
In alle andere gevallen is maar de vraag hoeveel moeite je moet doen. Zou een bezoeker echt niet in staat zijn kamer 10.47 te vinden, als je erbij zegt dat dat op de tiende verdieping is (en je dáár aangeeft links- of rechtsaf)?
Mij lijkt dat toch vrij logisch. Want als het zo is, dat we die kleurpotloodlijnen nodig hebben: waarom kunnen we dan wel onze weg vinden van A naar B? Wellicht niet via de snelste weg, maar er kómen doen we (uitzonderingen daargelaten).
Je ziet ze op andere plaats niet veel (nooit?!). Dus wat is er zo uitzonderlijk aan een ziekenhuis?!
Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen
maandag 12 mei 2014
woensdag 18 december 2013
Beter mét social media?!
Eén plus één is drie; zo'n gezegde dat we allemaal wel kennen. Ik interpreteer 'm vanaf de lagere school als dat je iets moet dóen, meerwaarde toevoegen, informatie gebruiken en er kennis van maken. Als je over intelligentie denkt, is het ook een treffend gezegde. Intelligentie is niet een kwestie van IQ of feitenkennis, maar een zaak van nieuwe combinaties maken, van 1+1=3.
Even wat zaken combineren.
In de Harvard Business Review vond ik een mooi citaat. Het verwoordt de volledige onderschatting van zijn tegenspeler door de marktleider.
Nog twee citaten; het eerste wijst op de veranderde relatie met de consument. Feitelijk zijn het variaties op een thema: alles wat als nieuw ter beschikking komt, willen we vandaag nog kunnen gebruiken. Haast, haast, haast, en ongeduld. Maar het is niet de eerste die wint en overleeft. Dat is wat het tweede citaat, uit de reacties op het artikel, aangeeft.
Het is duidelijk. Houd je bestaansrecht in de gaten en laat je niet (teveel) meesleuren door nieuwe mogelijkheden. ?! Maar ik moet toch ook de nieuwe kansen benutten? Inderdaad, een spagaat.
Toch is er een lijn te bekennen, hoor. Rekening houden met je afnemers betekent heden ten dage ook geconfronteerd worden met (snel) wisselende wensen. Niet voor niets wordt voorspeld dat de levenscyclus van bedrijven dramatisch verkort gaat worden. Jouw dienst wordt op het moment dat jij de productie start al links en rechts voorbij gegaan door nieuwe spelers. Marktleider, overlever zijn, zal steeds korter mogelijk zijn.
Dat geldt niet voor allen.
In dat licht bezien, kijk ik naar ">dit bericht over het gebruik van social media door ziekenhuizen. Blijkbaar zijn hiërarchische ranglijstjes ook in een genetwerkte wereld van belang. We zijn en blijven mensen, zullen we maar denken.
Het is ongetwijfeld prettig om als eerste op een lijstje terecht te komen. Het is eveneens van groot belang je klant, in dit geval de patiënt, serieus te nemen en er goed en serieus naar te luisteren en mee te spreken. De vraag is wel of het gebruik van social media wel zo belangrijk is voor de kernactiviteit van een ziekenhuis. Ik moet bekennen dat ik het in dezelfde categorie zou onderbrengen als de kwaliteit van de kroketten in het patiëntenrestaurant: een additionele voorziening, die wel iets zegt over kwaliteit en dienstverlening, maar níet op zichzelf mag worden beschouwd.
En dat gebeurt nu wel.
Even wat zaken combineren.
In de Harvard Business Review vond ik een mooi citaat. Het verwoordt de volledige onderschatting van zijn tegenspeler door de marktleider.
Classic disruptive innovation says that a cheaper, but lower-quality, innovator can eventually overtake an incumbent by gradually siphoning off customers the incumbent doesn’t find it profitable to defend. As the disruptor improves its offering, though, the incumbent’s position becomes increasingly fragile. Big bang disruption differs in that the start-up offers an innovation that’s not only cheaper, but better — higher quality, more convenient, or both — almost right off the bat.
Nog twee citaten; het eerste wijst op de veranderde relatie met de consument. Feitelijk zijn het variaties op een thema: alles wat als nieuw ter beschikking komt, willen we vandaag nog kunnen gebruiken. Haast, haast, haast, en ongeduld. Maar het is niet de eerste die wint en overleeft. Dat is wat het tweede citaat, uit de reacties op het artikel, aangeeft.
In markets where customers can shop, buy and consume goods and services digitally, innovation is increasingly being driven not by the marketing plans of even dominant providers so much as the seemingly insatiable appetite of consumers for the newest technology. Companies no longer offer—consumers now demand.
Too much focus on the technology, on the business, on the financial indicators.... as opposed to the focus on "what is the job-to-be done" that customers hire an entertainment for (on-demand family entertainment, in this case). Enterprises forget empathy on the customer and confuse their business with the "what" (technology or a persistent business model), rather than the "why" (need, job-to-be done, problem) they are doing business (Simon Sinek).
Het is duidelijk. Houd je bestaansrecht in de gaten en laat je niet (teveel) meesleuren door nieuwe mogelijkheden. ?! Maar ik moet toch ook de nieuwe kansen benutten? Inderdaad, een spagaat.
Toch is er een lijn te bekennen, hoor. Rekening houden met je afnemers betekent heden ten dage ook geconfronteerd worden met (snel) wisselende wensen. Niet voor niets wordt voorspeld dat de levenscyclus van bedrijven dramatisch verkort gaat worden. Jouw dienst wordt op het moment dat jij de productie start al links en rechts voorbij gegaan door nieuwe spelers. Marktleider, overlever zijn, zal steeds korter mogelijk zijn.
Dat geldt niet voor allen.
In dat licht bezien, kijk ik naar ">dit bericht over het gebruik van social media door ziekenhuizen. Blijkbaar zijn hiërarchische ranglijstjes ook in een genetwerkte wereld van belang. We zijn en blijven mensen, zullen we maar denken.
Het is ongetwijfeld prettig om als eerste op een lijstje terecht te komen. Het is eveneens van groot belang je klant, in dit geval de patiënt, serieus te nemen en er goed en serieus naar te luisteren en mee te spreken. De vraag is wel of het gebruik van social media wel zo belangrijk is voor de kernactiviteit van een ziekenhuis. Ik moet bekennen dat ik het in dezelfde categorie zou onderbrengen als de kwaliteit van de kroketten in het patiëntenrestaurant: een additionele voorziening, die wel iets zegt over kwaliteit en dienstverlening, maar níet op zichzelf mag worden beschouwd.
En dat gebeurt nu wel.
Labels:
big bang,
disruptive,
innovatie,
ranglijst,
ziekenhuis,
zorg
zondag 3 maart 2013
Fabriek van slaapliedjes
Vooraf moet ik bekennen dat ik nogal een <em>fan</em> ben van vreemde verhalen en verhaalstijlen. Dat zijn er nogal wat, hoor. Van Franz Kafka en Italo Calvino tot Roald Dahl. Van boeken tot films en toneelvoorstellingen. En waarschijnlijk zit het ook wel in mijn muziekvoorkeuren verborgen. Ik omschrijf het zelf maar als 'de aantrekkingskracht van het ongerijmde'.
Ik ben dus dol op het ietwat vreemde. <em>Science fiction</em> met brullende raketten en wandelingen op Mars; nee, die een stuk minder. Veel mooier zijn de verhalen die je ruimte geven voor fantasie. Meestal zijn dat verhalen die nét aan buiten de werkelijkheid staan; die je zo in de dagelijkse realiteit zou kunnen tegenkomen. Níet en toch volledig ondenkbaar zijn.
Nou, dan is een persoon als ik hier dus van onder de indruk. Wat zou ik dit graag op veel meer plekken zien, ook in Nederland.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/balcony.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/balcony.jpg?w=211" alt="Balcony" width="211" height="300" class="alignnone size-medium wp-image-3498" /></a>
Dit is de <a href="http://www.studioweave.com/projects/the-lullaby-factory/#.USzMzBiSYR0">Lullaby Factory</a>. Het is een project van <a href="http://www.studioweave.com/">Studio Weave</a>; een bezoekje aan hun website meer dan waard.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0507.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0507.jpg?w=199" alt="IMG_0507" width="199" height="300" class="alignnone size-medium wp-image-3499" /></a>
Wat je ziet, is een stuk <em>unheimisch</em> gebied tussen oud- en nieuwbouw. Zo'n plek die je liever vermijdt. Daar komen nu deze pijpen, toeters en andere vreemde vormen tevoorschijn. Daar kun je nu wegdromen op geluiden die uit de toeters komen. Vreemde, fantasievormende geluiden en muziekjes.
Op de <em>website</em> vind je ook nog eens het verhaal van de Lullaby Factory. Want denk nu niet dat dit 'gewoon is gemaakt'. Het is een heel concept. Echt. Zeker even die <em>website</em> bekijken. Of ziek worden.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0671-445x296.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0671-445x296.jpg?w=300" alt="IMG_0671-445x296" width="300" height="199" class="alignnone size-medium wp-image-3500" /></a>
Het is een kinderziekenhuis waar dit is gerealiseerd. Maar de fantasie van kinderen is niet exclusief voor kinderen. De uitdaging die in deze speelsheid schuilgaat, is universeel. Volwassenen hebben geleerd die te 'beheersen', lees: onderdrukken.
Wat zou het mooi zijn als op de onverwachtste plekken in een stad of landschap contrapties als deze zouden zijn te vinden. Niet van die toeristische wandelroutes, maar een mysterieus spoor. Wat zou de stad dan mooi en uitnodigend zijn. Ik weet 't. Ik weet 't. Da's niet serieus genoeg. Een routebegeleiding op een <em>smartphone</em> wel.
Jammer.
Labels:
creatief,
fantasie,
franz kafka,
italo calvino,
kinderen,
londen,
roald dahl,
serieus,
stad,
straatmeubilair,
verhalen,
ziekenhuis
Locatie:
Leiden, Nederland
vrijdag 14 september 2012
'Paus roept op tot meer porno op televisie'
In de jaren zestig lag ik met een levensbedreigende aandoening in het ziekenhuis. Dat verzwakt je nogal en dus moest ik aansterken. Nou, dat zul je weten in zo'n kinderziekenhuis. In het begin word je nog gevoed door een infuus, maar daarna ga je over op vast(er) voedsel. Als kind ben je dan helemaal in de wolken als zo'n autoriteit als de zuster aan je vraagt wat je het liefst wilt eten. Dan mocht je kiezen uit drie. Nooit heb ik zoveel Haagse Bluf gegeten als daar. En eerlijk gezegd daarna ook nooit weer. Ook populair, bij mij, hopjesvla en appelsap of druivensap. Dat kregen we thuis niet.
Jammer genoeg was er ook een keerzijde. Want om gewichtiger te worden, kreeg ik ook lekker veel calorieën. Dat heeft gewerkt, tussen twee haakjes. Maar de methode was: veel slagroom. En het effect: dat de slagroom na die ziekenhuisperiode me de neus uit kwam. Hoe lang die periode duurde, heb ik niet helemaal helder maar pas in mijn tienerjaren kwam de interesse voor slagroom weer terug. Nu verwerkt in een taart; die van Maison Kelder uit het Kerkehout, de hazelnoot-slagroomtaart. En ja, ook daarvan teveel gegeten en pas een jaar of twee, drie geleden 'herontdekt'. In Leiden nog wel.

Overal waar 'te' voor staat, is verkeerd. Dat leerden de ouderen ons vroeger. Het is waar. Probleem is echter dat je al een grens over bent voordat je zélf ontdekt dat dit dus een 'te'-situatie was. Als je niet wilt luisteren naar anderen die je waarschuwen, zul je kortom altijd te laat zijn.
En we gebruiken het veel, hoor. Ga zelf maar eens na hoe vaak je het zelf bent tegen gekomen.
Onze gezondheid is een groot onderwerp. We zijn te dik, leven te ongezond, sporten te weinig en snoepen te veel (ja, te dun, te gezond, te veel sport en te weinig snoep kan ook).
'Te' is wel een normatieve duiding. Je bent immers te veel of te weinig ten opzichte van íets, een ijkpunt. Dat maakt de discussie moeilijker. Die 'te dikke mensen': waar ligt de grens van 'te'? Inmiddels zijn we zover dat wordt aangenomen dat gewicht en persoon bij elkaar horen. Is er dan dus geen 'te' meer? Met 'te' geeft de spreker meer prijs over zichzelf dan over de ander: 'in míjn ogen ben je té....'.
Persoonlijk vat ik de meeste overheidscommunicatie over dit soort van onderwerpen zo op: zíj vinden dat iets als volgt is of zou moeten zijn, en ik beslis zelf op basis van wat ík weet en wens. 'Te' is niet synoniem met 'u móet', zoals rabiate liberalen ons geregeld willen doen geloven onder het mom dat 'de overheid mij niet te vertellen heeft hoe ik moet leven'.
Toch is 'te' een interessante manipulator. Want je kunt verzadigd raken en je afkeren van iets (of, in een enkel geval, doorslaan en verslaafd raken). Daar kun je gebruik van maken.

Of het pedagogisch verantwoord is of dat het een Broodje Aapverhaal is, weet ik niet. Maar onder jonge ouders deed (doet?) het verhaal de ronde dat je kinderen van bijvoorbeeld snoepen kunt afkrijgen door ze alleen nog maar snoep voor te zetten. Snoep de hele dag door. Tot het hen de neusgaten uitkomt. En het voordeel van jonge kinderen is dat zij nog een in te wisselen melkgebit hebben.
Ik houd het op Broodje Aap, maar de essentie is er wel: de grens van 'te' overschrijden, leidt zeer waarschijnlijk tot weerzin.

Het zijn de jaren tachtig van de vorige eeuw als in sommige steden de kabel wordt gekaapt door 'piratenzenders'. Toen kon je 's nachts naar een sneeuwende tv gaan zitten kijken op zoek naar die illegale uitzendingen. Wat ze uitzonden, kun je raden: porno, of minstens blote borsten. Mits je die dus tussen de ruis door kon zien én je de mazzel had een zender te vínden. Spanning speelde een belangrijke rol: de uitzendingen waren niet legaal.
Jaren later is het onvoorstelbaar dat je zoveel moeite deed om iets te zien 'wat niet mocht'. Wie een jaar of vijf(?) geleden de televisie aanzette na 23.00 uur, kreeg bijna zeker sex of (soft)porno te zien. Dat varieerde van lessen in standjes om de liefde te bedrijven tot standaard soft porno films. Als een soort onkruid verspreidde het zich en leek het alom aanwezig.
Totdat het ons de neusgaten uitkwam. De versexualisering van de samenleving is het genoemd. Overal leek het nodig om associaties te maken met sex(ualiteit). Als je de kans nog krijgt, ga dan naar de voorstelling Bimbo kijken, over sexualisering en z'n perverse effecten.
Die manipulatie is nog lang niet voorbij. Maar er is wel een 'te'fase geweest, want op geen van de televisiezenders vinden we nog een idioot groot aanbod van sex- of (soft)pornofilms. Blijkbaar keerden de bedoelde kijkers zich meer en meer af van de zenders, moe van de voorbijhuppelende borsten en copulerende mensen. En da's niet de bedoeling, want de kijker is geld waard. Overdaad schaadt.
Het roept wel de vraag op of je je enorm moet verzétten tegen iets waarvan jij vindt dat het slecht is. Dat blijft uiteraard altijd een optie. Maar waarom niet geprobeerd om het 'te'effect in te zetten? Dan zou de paus, in het kader van zijn pleidooi voor alleen huwelijkse sex (met het licht úit) juist moeten pleiten voor méér sex en porno. Want ja, op een gegeven moment zijn we dat dan zat en wordt sex alleen nog een voortplantingsdaad. Niet leuk, wel nuttig.
Jammer genoeg was er ook een keerzijde. Want om gewichtiger te worden, kreeg ik ook lekker veel calorieën. Dat heeft gewerkt, tussen twee haakjes. Maar de methode was: veel slagroom. En het effect: dat de slagroom na die ziekenhuisperiode me de neus uit kwam. Hoe lang die periode duurde, heb ik niet helemaal helder maar pas in mijn tienerjaren kwam de interesse voor slagroom weer terug. Nu verwerkt in een taart; die van Maison Kelder uit het Kerkehout, de hazelnoot-slagroomtaart. En ja, ook daarvan teveel gegeten en pas een jaar of twee, drie geleden 'herontdekt'. In Leiden nog wel.
Overal waar 'te' voor staat, is verkeerd. Dat leerden de ouderen ons vroeger. Het is waar. Probleem is echter dat je al een grens over bent voordat je zélf ontdekt dat dit dus een 'te'-situatie was. Als je niet wilt luisteren naar anderen die je waarschuwen, zul je kortom altijd te laat zijn.
En we gebruiken het veel, hoor. Ga zelf maar eens na hoe vaak je het zelf bent tegen gekomen.
Onze gezondheid is een groot onderwerp. We zijn te dik, leven te ongezond, sporten te weinig en snoepen te veel (ja, te dun, te gezond, te veel sport en te weinig snoep kan ook).
'Te' is wel een normatieve duiding. Je bent immers te veel of te weinig ten opzichte van íets, een ijkpunt. Dat maakt de discussie moeilijker. Die 'te dikke mensen': waar ligt de grens van 'te'? Inmiddels zijn we zover dat wordt aangenomen dat gewicht en persoon bij elkaar horen. Is er dan dus geen 'te' meer? Met 'te' geeft de spreker meer prijs over zichzelf dan over de ander: 'in míjn ogen ben je té....'.
Persoonlijk vat ik de meeste overheidscommunicatie over dit soort van onderwerpen zo op: zíj vinden dat iets als volgt is of zou moeten zijn, en ik beslis zelf op basis van wat ík weet en wens. 'Te' is niet synoniem met 'u móet', zoals rabiate liberalen ons geregeld willen doen geloven onder het mom dat 'de overheid mij niet te vertellen heeft hoe ik moet leven'.
Toch is 'te' een interessante manipulator. Want je kunt verzadigd raken en je afkeren van iets (of, in een enkel geval, doorslaan en verslaafd raken). Daar kun je gebruik van maken.
Of het pedagogisch verantwoord is of dat het een Broodje Aapverhaal is, weet ik niet. Maar onder jonge ouders deed (doet?) het verhaal de ronde dat je kinderen van bijvoorbeeld snoepen kunt afkrijgen door ze alleen nog maar snoep voor te zetten. Snoep de hele dag door. Tot het hen de neusgaten uitkomt. En het voordeel van jonge kinderen is dat zij nog een in te wisselen melkgebit hebben.
Ik houd het op Broodje Aap, maar de essentie is er wel: de grens van 'te' overschrijden, leidt zeer waarschijnlijk tot weerzin.
Het zijn de jaren tachtig van de vorige eeuw als in sommige steden de kabel wordt gekaapt door 'piratenzenders'. Toen kon je 's nachts naar een sneeuwende tv gaan zitten kijken op zoek naar die illegale uitzendingen. Wat ze uitzonden, kun je raden: porno, of minstens blote borsten. Mits je die dus tussen de ruis door kon zien én je de mazzel had een zender te vínden. Spanning speelde een belangrijke rol: de uitzendingen waren niet legaal.
Jaren later is het onvoorstelbaar dat je zoveel moeite deed om iets te zien 'wat niet mocht'. Wie een jaar of vijf(?) geleden de televisie aanzette na 23.00 uur, kreeg bijna zeker sex of (soft)porno te zien. Dat varieerde van lessen in standjes om de liefde te bedrijven tot standaard soft porno films. Als een soort onkruid verspreidde het zich en leek het alom aanwezig.
Totdat het ons de neusgaten uitkwam. De versexualisering van de samenleving is het genoemd. Overal leek het nodig om associaties te maken met sex(ualiteit). Als je de kans nog krijgt, ga dan naar de voorstelling Bimbo kijken, over sexualisering en z'n perverse effecten.
Die manipulatie is nog lang niet voorbij. Maar er is wel een 'te'fase geweest, want op geen van de televisiezenders vinden we nog een idioot groot aanbod van sex- of (soft)pornofilms. Blijkbaar keerden de bedoelde kijkers zich meer en meer af van de zenders, moe van de voorbijhuppelende borsten en copulerende mensen. En da's niet de bedoeling, want de kijker is geld waard. Overdaad schaadt.
Het roept wel de vraag op of je je enorm moet verzétten tegen iets waarvan jij vindt dat het slecht is. Dat blijft uiteraard altijd een optie. Maar waarom niet geprobeerd om het 'te'effect in te zetten? Dan zou de paus, in het kader van zijn pleidooi voor alleen huwelijkse sex (met het licht úit) juist moeten pleiten voor méér sex en porno. Want ja, op een gegeven moment zijn we dat dan zat en wordt sex alleen nog een voortplantingsdaad. Niet leuk, wel nuttig.
Labels:
'te'effect,
anticyclisch,
borsten,
overdaad,
paus,
porno,
sex,
Sport,
vet,
ziekenhuis
Abonneren op:
Posts (Atom)