Groots en meeslepend... Soms lijkt het alsof we dat móeten bereiken. Zoals de meeste sporters níet top-sporter zullen worden, zo worden onze inzichten zelden groots en meeslepend. De mijne ook niet. Wél is het zo dat ze voldoen, voor mij, en de jouwe voor jou. Inzichten zijn niet universeel, maar persoonlijk.
Ach, nee. Daar ga ik het helemaal niet over hebben. Ga zelf maar een poosje in de tuin zitten. Bij voorkeur vlakbij een bloeiende plant. En verbaas je - hoop ik - over de hommel of bij die al die bloemen af gaat, zwaar beladen met stuifmeel.
In die kleine dingen kun je je aardig verliezen. Je kunt die dieren ambitieloos noemen: ze leven en overleven, maar hebben niet de intentie iets anders te doen dan hun intuïtie voorschrijft. Dat wil niet zeggen dat ze nooit veranderen. Maar ze veranderen in reactie op een veranderende omgeving. Da's wel effe wat anders dan de primaat Mens die meent de omgeving naar zijn hand te kunnen zetten. En die los van die basisdrift 'overleven' kunstmatige doelen nastreeft. Rijkdom, geluk en vooruitgang: vraag de eerste de beste Wevervogel of Mol maar eens wat die daarvan vindt.
Het is een aantrekkelijke gedachte onszelf te vergelijken met in groepen levende dieren. De bijenkorf of de zwerm als metafoor. Maar ja, wij denken en doen net anders dan de kolonie die als kolonie op overleven is gericht. Gelukkig maar, want de kolonie is zo functioneel dat voor uitschieters geen plaats is. Over een eerdere blogpost had ik daarover met Marco Raaphorst een aardig gesprek: als de netwerkeconomie vervolmaakt, wat doen wij dan met nutteloze individuen?
Over die nutteloosheid valt zóveel te zeggen. Het belangrijkste, denk ik, dat het niet betekenisloos is. In november 2011, zowat aan het begin van mijn bloggen, schrijf ik erover: doelmatige ondoelmatigheid. Of het precies klopt, maakt geen donder uit. De essentie is dat er een kant aan ondoelmatigheid zit die waardevol is. Iconische voorbeelden daarvan zijn voor mij de buurtwinkels: ondoelmatig, maar sociaal gezien belangrijk. Een subsidie(regeling) waard!
Nutteloos is - laat ik dat eens poneren - een uitvinding van een producerend systeem. Nut is niet míjn nut. Niet jóuw nut. Het is systeemnut. Je moet op een of andere manier productief zijn. Dat kan aardig wreed uitpakken. Nutteloosheid - verveling bijvoorbeeld - houdt os een spiegel voor en geeft ruimte, tijd om bij te komen en na te denken. Dát is de functie van nutteloos.
Ooit gehoord van het begrip hoarding? Ik niet, totdat ik het een paar maanden geleden op televisie zag en dacht: "Maar da's toch 'gewoon' ziekelijke verzamelzucht?". Dat is het. Mensen die hun hele huis volstouwen moet spullen. Niets kun je dan weggooien want "wie weet kun je het ooit nog 's gebruiken". Mijn overtuiging is dat we allemaal die aanleg hebben, maar dat niet iedereen de ziekelijke variant ontwikkelt. Allemaal hebben we wel in onze directe omgeving ongebruikte spulletjes 'ter herinnering'. Mocht je nog twijfelen: wat denk je dat dat wereldgeheugen Internet anders is dan een ongerichte dataverzameling? Wat móeten we met tientallen foto's van datzelfde moment? Of de duizenden van die molengang? De meningen - ook die van mij, ja - van honderdduizenden bloggers over wat los en vast zit?
Hoarders vind ik een bijzonder slag mensen. Ze zijn niet psychiatrisch gestoord, alhoewel... Ze verzamelen. Die verzameling kan bedreigende vormen aannemen. Ofwel voor de persoon zelf die niet weet waar te beginnen om (weer) controle te krijgen of voor de gezondheid. Beestjes leven enorm prettig in de zooi. Dat zijn niet de katten, maar vooral de kakkerlakken, ratten, muizen en vlooien. Da's inderdaad lastig. Ook voor de buurt. En dus moet alles in het gareel, vanwege de groep.
Het bijzondere is dat mensen die systematisch verzamelen en die hele huizen cq zolders volstouwen met modeltreinen, Dinky Toys, stripverhalen dan wel herinneringsaardewerk daarop níet worden aangekeken. Mensen die de volksgezondheid in veel groter gevaar brengen door zich en hun kinderen niet te laten vaccineren tegen besmettelijke ziekten: minder erg?! Automobilisten die heel korte eindjes autorijden en het millieu daarmee extreem onnodig belasten: minder erg?!
Voor dergelijke uitbijters, afwijkers is steeds minder plek in de toekomst, denk ik. Zeker als je je realiseert dat ons 'nuttig' nog een stuk veelomvattender is dan alleen maar overleven. Wij willen 'voort'. Kun je daaraan niet bijdragen? Tja, sorry. Geen plek in deze herberg.
Gôh, van de hommel tot de hoarder, van het individu tot de groep, van vrijheid tot dictatuur. Waar een beetje peinzen in de zon niet toe leidt.
Posts tonen met het label groepsdruk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label groepsdruk. Alle posts tonen
vrijdag 5 juli 2013
zondag 28 april 2013
Creatief winkelende vrouwen
Een kwartiertje bij de HEMA. Da's soms al genoeg. Niet om genoeg van de HEMA te krijgen - dat lukt niet - maar wel om te kijken. Naar mensen.
Warenhuizen hebben geregeld uitverkoop. De winkeldochters moeten er uit. Winkeldochters die sinds jaren worden ingekocht om winkeldochter te zijn. Over handel gesproken. Maar wij zijn dol op uitverkoop, op koopjes, op voordeeltjes. Sterker, we neigen ernaar behoorlijk verblind te zijn als we in de juiste uitverkoopstemming komen.
Drie Dwaze Dagen, Prijzencircussen, Opheffing, (Lichte) Rookschade; allemaal termen waarop we aanslaan. Daar is te halen. Dáár is het nu goedkoper. En goedkoop is het, hoor: spullen vanaf €5,00. Okay: één artikel en de rest wel íets goedkoper. Of een korting van 60%: ten opzichte van de fabrieks- of adviesprijs; een prijs die ik nog nooit berekend heb zien worden in de detailhandel. Hoe heten die dingen? Bij ING krijg je rentespaarpunten. Die rekenen ook zo grappig met die adviesprijs en komen daarna nog boven de prijs van een Goedkoopteparadijs uit. Ik heb dan ook duizenden punten. Onzin.
Zo'n uitverkoop stimuleert begeerte, hebberigheid. Als groepen mensen iets gaan doen, is de aanzuigende werking enorm. Het is erg, erg moeilijk je te onttrekken aan dat gevoel daar ook bij te moeten zijn. Gelukkig heb ik een nog grotere afkeer van massa's dringende mensen. Dat werkt in mijn nadeel als ik iets echt zou willen hebben (festivalkaartjes!) maar in m'n voordeel in dit soort van situaties.
Zaterdag stond ik een beetje suffig te zijn bij de HEMA. Daar stonden een paar uitverkoopbakken. En dus een aantal vrouwen die bezig waren die door te nemen.
Als je goed keek, was het echter anders dan - ik in elk geval - op het eerste gezicht dacht: graaiend op zoek naar koopjes. Dat zal vast een rol spelen. Maar zo toekijkend, viel me ineens in wat mogelijk een rol speelt bij de aantrekkelijkheid van winkelen: creativiteit.
Wij mannen vinden - of doen alsof - winkelen een crime. Slenteren door een stad, winkelcentrum of koopgoot; grote ellende en op den duur ook tot pijnlijke voeten leidend. Maar omwille van de lieve vrede en de liefde sjokt menig man achter vrouwlief aan. Terwijl dat winkelen toch ook iets anders betekent.
Winkelen is ook continue inschatten wat je met een gevonden artikel kunt. Mannen doen dat minder, vermoed ik. Die vliegen een winkel in, scannen 'm en nemen de waren op hun door de winkelier aangeboden betekenis. Feitelijk is dat enorm beperkt denken. Iemand anders, de winkelier, sorteert je gedachte dan voor. Bij een winkelend mens, vaak een vrouw, gaat dat moeilijker.
Mijn indruk is dat zij tijdens het winkelen veel meer bezig zijn met mogelijkheden inschatten. Wat kán ik hiermee? Dat eist een open geest. Het lijkt een detail. Maar ik zou toch maar eens beter opletten. Mij zou het absoluut niet verbazen als ook dit winkelengedrag past in een patroon dat veel meer creativiteit en flexibiliteit verraadt.
Daarover kunnen mannen dan wel denigrerend doen. Maar of dat terecht is of een achterhoedegevecht moet nog maar blijken. Ik neig naar dat laatste, heren.
Warenhuizen hebben geregeld uitverkoop. De winkeldochters moeten er uit. Winkeldochters die sinds jaren worden ingekocht om winkeldochter te zijn. Over handel gesproken. Maar wij zijn dol op uitverkoop, op koopjes, op voordeeltjes. Sterker, we neigen ernaar behoorlijk verblind te zijn als we in de juiste uitverkoopstemming komen.
Drie Dwaze Dagen, Prijzencircussen, Opheffing, (Lichte) Rookschade; allemaal termen waarop we aanslaan. Daar is te halen. Dáár is het nu goedkoper. En goedkoop is het, hoor: spullen vanaf €5,00. Okay: één artikel en de rest wel íets goedkoper. Of een korting van 60%: ten opzichte van de fabrieks- of adviesprijs; een prijs die ik nog nooit berekend heb zien worden in de detailhandel. Hoe heten die dingen? Bij ING krijg je rentespaarpunten. Die rekenen ook zo grappig met die adviesprijs en komen daarna nog boven de prijs van een Goedkoopteparadijs uit. Ik heb dan ook duizenden punten. Onzin.
Zo'n uitverkoop stimuleert begeerte, hebberigheid. Als groepen mensen iets gaan doen, is de aanzuigende werking enorm. Het is erg, erg moeilijk je te onttrekken aan dat gevoel daar ook bij te moeten zijn. Gelukkig heb ik een nog grotere afkeer van massa's dringende mensen. Dat werkt in mijn nadeel als ik iets echt zou willen hebben (festivalkaartjes!) maar in m'n voordeel in dit soort van situaties.
Zaterdag stond ik een beetje suffig te zijn bij de HEMA. Daar stonden een paar uitverkoopbakken. En dus een aantal vrouwen die bezig waren die door te nemen.
Als je goed keek, was het echter anders dan - ik in elk geval - op het eerste gezicht dacht: graaiend op zoek naar koopjes. Dat zal vast een rol spelen. Maar zo toekijkend, viel me ineens in wat mogelijk een rol speelt bij de aantrekkelijkheid van winkelen: creativiteit.
Wij mannen vinden - of doen alsof - winkelen een crime. Slenteren door een stad, winkelcentrum of koopgoot; grote ellende en op den duur ook tot pijnlijke voeten leidend. Maar omwille van de lieve vrede en de liefde sjokt menig man achter vrouwlief aan. Terwijl dat winkelen toch ook iets anders betekent.
Winkelen is ook continue inschatten wat je met een gevonden artikel kunt. Mannen doen dat minder, vermoed ik. Die vliegen een winkel in, scannen 'm en nemen de waren op hun door de winkelier aangeboden betekenis. Feitelijk is dat enorm beperkt denken. Iemand anders, de winkelier, sorteert je gedachte dan voor. Bij een winkelend mens, vaak een vrouw, gaat dat moeilijker.
Mijn indruk is dat zij tijdens het winkelen veel meer bezig zijn met mogelijkheden inschatten. Wat kán ik hiermee? Dat eist een open geest. Het lijkt een detail. Maar ik zou toch maar eens beter opletten. Mij zou het absoluut niet verbazen als ook dit winkelengedrag past in een patroon dat veel meer creativiteit en flexibiliteit verraadt.
Daarover kunnen mannen dan wel denigrerend doen. Maar of dat terecht is of een achterhoedegevecht moet nog maar blijken. Ik neig naar dat laatste, heren.
Abonneren op:
Posts (Atom)