Posts tonen met het label projectie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label projectie. Alle posts tonen

woensdag 17 september 2014

het verdwijnen en herrijzen van de winkel

Het fijne van dit blog is dat ik hier (bijna helemaal) mezelf kan zijn; schrijven wat ik wil schrijven, ideetjes uitproberen, vermeende verbanden neerzetten. Het kan voorkomen dat je iets zou willen opschrijven, maar het niet kunt; omdat je rol een andere is in die omgeving of omdat je niet genoeg ruimte tot je beschikking hebt.

Vandaag was ik bij de, tweede, Open Pandendag in Leiden. Nogal ruw geschetst: dat is een bijeenkomst voor (startende) ondernemers, georganiseerd door gemeente, makelaars, en andere partijen die belang hebben bij het tegengaan van leegstand. Het Leidse Centrum Management, dat zich profileert als verbinder, als middelpunt. Zij zijn het die enthousiasme proberen op te wekken bij de aanwezigen voor de beschikbare (winkel)panden. Dat doe je níet door mensen meer dan twee uur te laten stáán en luisteren naar overduidelijke PRverhalen.

Naar zoiets kan ik met verbazing kijken. Als je mensen warm wilt laten lopen voor iets, dan zul je wel moeten aansluiten bij hun belevingswereld, hun taal. Dan neem je ze serieus. Natuurlijk, Powerpoint is een verplicht nummer en ook de parade van kerncijfers en hitlijstnoteringen. Teveel tamboereren op je eigen organisatie is dan níet slim. Dat geldt ook voor je taalgebruik en optreden. Daar begint het mee.

Wat me frappeerde, is dat de organisatie eigenlijk heel marginaal, héél, in ging op de wat afwijkende vragen; twee met name. De eerste ging over de manier waarop de stad van plan was hun ambities te verwezenlijken en de kapitaalkrachtige jonge intellectuele Leidenaar aan de stad te binden. Die, zo was vastgesteld, is in slechts 50% van de gevallen op de stad geöriënteerd. Het antwoord kwam nooit. Dat is ook niet zo vreemd. Wie bijvoorbeeld Florida's gedachtegoed las, weet dat het mensen zélf zijn die bepalen wat zij een prettig woon-, vrijetijds- en werkklimaat vinden. Dat is een kwestie van cultuur en dat op zijn beurt is veel meer dan kengetallen. Sterker, het is vooral een kwestie van mentaliteit. Die best wel eens op gespannen voet kan staan met planmatig denken van gemeenten.

De andere vraag is minstens zo interessant: wat is eigenlijk de invloed van Internet-aankopen op stedelijke ontwikkeling? Voor een stad waarin men vindt dat er een grote creatieve klasse is en waar men de binnenstadsontwikkeling volstrooit met termen als 'beleving', lijkt het een makkie. Maar dat is het dus niet.

Toch is het enorm belangrijk voor de (beginnende) ondernemers. Want, tja, hoe verdien je je geld? En waar zit je concurrent; niet per sé in de straat, stad of zelfs land. Voor stadsontwikkelaars is toch echt een wezenlijke vraag.

Mijn eigen idee is dat de winkel zoals we die kennen, zal verdwijnen. Die is nu volop bezig het loodje te leggen. En eigenlijk is de opvolger allang bekend. Zowat íedereen in de wereld van de detaillisten - sorry, retail - beschrijft het. Wij, de consument, komen in de winkel kijken, voelen, horen, vasthouden en informeren. Maar kopen...... dat doen we steeds meer online bij de goedkoopste leverancier.

Het vereist niet veel fantasie om te voorzien dat de kleinwinkel dat niet overleeft. Maar het vereist ook niet veel fantasie om de kans te zien: wordt etalage, één grote etalage voor verschillende merken. Ga er van uit dat er niets wordt verkocht vanúit je winkel. Ga er wel vanuit dat jouw winkel het voorportaal is voor leveranciers. Jouw bestaansrecht zal gaan bestaan uit het creëren van een plaats waar consumenten komen om te kiezen: deskundig advies, sfeer en assortiment worden belangrijk. Ná de keuze wordt gekocht bij een ander. Mij gaat het niet verbazen als de business case leidt tot inkomsten uit de toeleiding naar de uiteindelijke verkoper en niet uit een marge op eigen inkoop van het product.

Die gesprekken ontbraken in Leiden. Daar werd nog steeds gedacht in vierkante meters verkoopoppervlak (en gróte winkels). Terwijl een mogelijke andere realiteit is dat er behoefte ontstaat aan kleinere, sfeervolle (authentieke) panden en vooral een stádsbeleving. Want op den duur wordt ook Leiden één grote website waarin wij zelf rondlopen.

zondag 20 juli 2014

Waarin Twitter vreselijk faalt

Al twee dagen niet geblogd. Niet omdat er niets gebeurde. Nog steeds is er iedere dag wel iets noemenswaardigs te vinden. Het is ook niet helemaal toe te schrijven aan de on-Nederlandse hitte de afgelopen dagen; alhoewel dat wel een verlammende uitwerking heeft (op mij). Nee, het is de combinatie van die hitte die me heel rustig in de schaduw deed zitten en de nasleep van het neerstorten van MH017.

Voor mij blijft Twitter een wond're wereld. Niet te veroordelen, omdat het een afspiegeling is van onszelf. Net toen ik dacht dat Twitter wat indommelde tot een marketingkanaal, ontplofte de zaak. Jammer genoeg als gevolg van een aanleiding die nooit aanleiding had mógen worden. Maar ja, gedane zaken....

Vorige week is een vliegtuig uit de lucht gevallen en de wereld weet nog steeds niet precies hoe, waarom of wat nu te doen. Onzekerheid, onduidelijkheid, ongeregeldheid; alles wat te koppelen is aan wanorde is sindsdien aan de orde.

Dan toont Twitter zijn zwakte. Eigenlijk is dat onzin, want Twitter dóet niets. Net zo min dat je de telefoon of de brief de schuld kunt geven van de overgebrachte boodschap kun je dat met Twitter. Het is een neutraal medium. Het gebruik bepaalt zijn waarde en zijn gevolgen. Wíj zijn waarom het gaat.

Dan ben ik alsnog enorm verbaasd over wat we doen in een situatie als deze waarin emoties een belangrijke rol spelen. Dan wordt het versterkend effect van een massamedium wel erg duidelijk, en griezelig.

Ik heb mensen die ik 'ken' ruzie zien krijgen over wie nu wie manipuleerde. Ik heb mensen berichten zien geloven, en doorzenden, die aangetoond onjuist waren. Ik heb verklaringen zien ontstaan die nergens op waren gebaseerd en verklaringen die waren gebaseerd op interpretaties. Ik denk dat bijna iedereen in mijn tijdlijn is meegezogen; ook verstandige, nadenkende mensen.

Ik heb van dichtbij massahysterie gezien.

Mijn gevoel is heel ambivalent. Een medium als Twitter ís een kroeg, een receptie, een plek waar op een gegeven moment een heftige, emotionele discussie ontstaat. Misschien zijn de beelden van oververhitte volksvertegenwoordigers in andere landen wel het beste beeld. Mannen(!) die elkaar méppen; waarvoor woorden ontoereikende strijdwapens zijn (geworden).

In zo'n situatie maakt een massamedium als Twitter olie op het vuur mogelijk. Daarvan wordt sluw en smerig gebruik gemaakt door manipulatoren. De onbewijsbaarheid van veel stellingen maakt ook dat geruchten de wijsheid van de massa volledig lamleggen.

Natuurlijk moet je niet alleen naar de details kijken. De grote lijn, de rode draad, is ook interessant. Dan zie je 'nederland' draaien en zwenken. Net zo in verwarring als iedereen. Een discussie wie wat deed, gevolgd door ontzetting over trage reactie van onze regering, en daarna het dreunend besef dat er líchamen terug moeten komen, dat er hier families zijn die rouwen en treuren. De reacties zijn ook daar naar; in feite wordt geroepen om iemand die, iets dat de leiding neemt. 'Als 'zij', de strijdende partijen, dat niet doen, dan moeten 'wij' dat maar doen'. Ook ik heb dat gevoel gisteren gekregen: dat machteloze weten dat anderen andere zaken belangrijker vinden dan jij en je niet helpen.

Wat mijzelf enorm begint te hinderen, is het geblêr en geschreeuw dat volkomen immoreel wordt gehandeld in het rampgebied. dat geloof ik dus niet als ik de verhalen van correspondenten ter plaatse lees.

Dan lees ik over dorpjes waar op een slechte dag een een vliegtuig en lijken uit de lucht vallen. Mensen, zoals de bewoners zelf. Dan lees ik van mensen die doen wat ook ik zou doen: helpen. Maar hoe? Als je mag verwachten dat hulp op zich zal laten wachten in een oorlogsgebied, dan doe je het logische. Je redt de overschotten en je probeert hun bezittingen bij elkaar te brengen. Dat je daarmee sporen wist? Dat je wellicht identificatie bemoeilijkt? Wees 's eerlijk: denk jíj daaraan als zoiets apocalyptisch om je heen gebeurt?

Wellicht zit ik er helemaal naast. Maar ik verwacht het niet; zeker niet nadat ik vandaag dit las The Wall Street Journal: Bodies Removed From MH17 Crash Site

The duty nurse at the morgue in Torez was surprised Thursday night when a man showed up in a Zhiguli with the injured and burned corpse of a young boy from the crash site. The man, who lived near where the plane debris landed, went to have a look after hearing the crash and came across the 5- to 7-year-old boy's body in a field. He said he decided to bring the boy to the local morgue out of fear that a dog would find it if he didn't do something, the duty nurse said.

"It was an absolute accident that he ended up here," the nurse said, standing outside the run-down hospital complex that looked almost abandoned. She had tears in her eyes as she described never imaging a war in her own backyard, let alone a downed civilian airliner.

The arrival of the little boy, whom she said was clearly not Ukrainian or Russian and dressed in a little green t-shirt pulled up around his neck, drove the pain home. "He was covered in blood, and his corpse had just been lying there," she said, introducing herself as Lyubov Nikolaevna, her name and patronymic. "It was this fresh kind of blood."

She said the man who brought the boy warned her that more bodies would likely be arriving, but no others showed up, as emergency workers took over control of the crash scene. She said she was heartbroken and wants the chaos to end. "We don't care who is president," she said. "We just want peace to cook borsht, bake pirozhki and bring up our kids."

The little boy's body stayed in the tiny morgue's refrigerator before the ambulance worker on site brought him to local emergency workers who were gathering the bodies and remains from the flight. It was the only body that ended up at the Torez morgue, but the ambulance worker said she knew of others that landed in neighboring towns within the 35-kilometer-wide crash site.

"They fell on people's homes, everywhere, both full bodies and in pieces," said the medical worker, Olga Vyacheslavovna, who also gave only her name and patronymic. She was happy the boy had been removed quickly from the site by a good samaritan. "They didn't want a dog to eat him," she said. "I helped get him home."


Boeven? Allemaal boeven?

donderdag 10 juli 2014

De tranen van een olifant

Als je mij zou vragen 'Zou jij een krantenbericht lezen over een olifant die huilt als-i wordt bevrijd?' dan had ik ontkennend geantwoord. Ik heb een gruwelijke hekel aan het projecteren van menselijk gedrag op dieren. De pekinees Wolf ís geen wezen met wie je communiceert via taal. En een olifant die húilt?!

Toch heb ik het gelezen.

Het is de Huffington Post die een paar dagen terug het verhaal bracht onder de kop Raju The Elephant Cries After Being Rescued Following 50 Years Of Abuse, Chains. Mijn cynische Ik verwachtte een tranentrekkend verhaal over de heldhaftige, succesvolle poging een zielige olifant te jatten onder de ogen van een bende slechterikken. Het verhaal zoals iedere organisatie op zoek naar geld, naar buiten zou brengen.

Dat is ook zo. Er wórdt geld gezocht. Maar ik ben nu wel geboeid door die tranen van de olifant. Is het zo dat het dier, dat zonder twijfel zwaar is mishandeld door opeenvolgende volslagen geschifte eigenaren, die emotie zo gericht kan tonen? Is een vijftigjarige(!) olifant die meer dan de helft van z'n leven slécht is behandeld door mensen, weten dat deze mensen góede bedoelingen hebben? Dat het niet de volgende eigenaren zijn in een serie van wellicht 27?!

De Huffington Post hyperlinkte ook naar een artikel in de Daily Mail.

Wellicht wat sensationeel en emotie zoekend van toon is het wel een artikel met a. veel foto's - onthutsende - en b. net iets meer informatie over de tranen.

"But we stood our ground and refused to back down – and as we did so, tears began to roll down Raju's face. Some no doubt were due to the pain being inflicted by the chains, but he also seemed to sense that change was coming. It was as if he felt hope for the first time in a very long time."


Uiteindelijk ben ik er niet uit. Helemaal los van het idiote exploiteren van dieren ten behoeve van toeristen - wij - komen de tranen me vreemd over. Een dier met pijn dat weet dat dit alles goedbedoeld is?! Als mens vind ik het soms al moeilijk te accepteren dat de tandarts me pijn deed om me te helpen. Of de analist om bloed af te nemen. De tranen vind ik nog steeds een vreemd verhaal.

Geen enkel probleem heb ik met het redden, ook niet als het illegaal zou zijn gebeurt (maar een olifant breng je niet zo makkelijk ergens anoniem onder als bijvoorbeeld een kolibrie).

Lastig wordt het als je me vraagt wat het oplevert. Weinig, denk ik. Blijkbaar bestaat er op plekken op de wereld een heel ander idee over de relatie mens-dier. Voor mij is dat net zoiets als de vraag of de Islam barbaars is omdat in sommige landen de sharia geldt. Zijn wij superieur? Nee. En dus zul je andersdenkenden moeten overtuigen, niet verketteren.

Daar ligt dus nog een hele weg te gaan. Naast de ethische vraag of je dit met dieren mág doen, ligt er ook de vraag naar inkomsten. Daarmee ook meteen de vraag aan onszelf. Wíj zijn het die dergelijke olifanten zo behandelen (laten) door ernaar te kijken. Of de beren die langs de weg in voormalig Joegoslavië kunstjes doen.

Da's misschien nog de belangrijkste conclusie die je als lezer zou moeten trekken; dat je, als je ooit een geketend toeristisch dier tegenkomt, je omdraait en wegloopt.

maandag 2 juni 2014

Had Bomans tóch een punt

Erik of het klein insectenboek: ik vond er geen bal aan (en om dat te bewijzen: er stond eerst groot insectenboek, maar m'n gevoel zei me daarin iets niet klopte. Zo'n boek dus). Nu heb ik dat wel meer met boeken waarin aan dieren menselijke capaciteiten worden toegedicht. Heel curieus: met fabels heb ik het minder. Geen idee waarom.

Het is zo typisch menselijk aanmatigend; denken dat je weet hoe andere soorten denken en doen. Dan krijg je van die maffe projecties. Niet dat je er al te strikt mee moet omgaan en alle projecties afkeuren. Maar net als taalgebruik invloed heeft op onze maatschappijvisie - denk aan Zwartepiet of aan vrouwenemancipatie - zo hebben bijvoorbeeld tekenfilms ook een (mede?!)bepalende rol in de beeldvorming over dieren. De leeuw als koning der dieren. Bambi - uit mijn generatie - het zielig hertje. Yogi Bear - idem - de suffige natuurparkbeer.

Maar goed, de verhaaltjes kunnen goed zijn. En zo lang niet teveel mensen tijgerkooien binnenlopen, omdat de tijger er zo vriendelijk katachtig aaibaar uit ziet, of de baviaan aanzien voor een vreedzaam dier, is er geen vuiltje aan de lucht.

Het rare is dat we onze eigen omgeving eigenlijk niet zien. Dát is de boodschap van Godfried Bomans in het insectenboek: kijk naar het kleine leven.

In onze tuin ligt een vijvertje, waarin van de enorme hoeveelheid kikkerdril deze lente een stuk of zes, zeven kikkervisjes zijn overgebleven. Voor mij was dat een complete verrassing, want ik dacht dat alles op onverklaarbare wijze (weer 's) was verdwenen. En dan zwemmen er plots een paar van die figuren rond in een stukje vijver waar de zon op schijnt.

Dat is een leuk gezicht, hoor. Zo'n vijver die plots weer kraakhelder water bevat én kikkervisjes. Het geeft een gevoel van succes, van voldoening. Hetgeen kul is, want ik heb er niets aan gedaan anders dan de lekkende vijver iedere dag bijvullen.

Als je eenmaal weet dat het leven er is, ga je vanzelf beter kijken. Zo deed ik vandaag een zoveelste wanhopige poging te tellen hoevéél kikkervisjes er nu nog zijn in het vijvertje.

Als je dan in zo'n ondiep plasje water staat te loeren, valt plots op hoeveel leven er in zit: wormachtigen, kreefachtigen, amoebe-achtigen. Geen idee wat ze allemaal doen. Het ziet er wel 'gezellig' uit: een samenlevinkje waar het vast goed toeven is. Vast niet, want de beestjes leven met elkaar, maar ook van elkaar. Denk ik.

Je projecteert o zo snel. Maar die paar minuten kijken.... goud waard. En beter dan menig medicijn.

woensdag 21 mei 2014

Vlees en bloed

Wij hebben zo'n vijfentwintig jaar kinderen.

Katten hebben we sinds we in Leiden wonen; laten we zeggen vijfendertig jaar. We versleten er een stuk of zes, zeven. Ik realiseer me nu dat ik de tel kwijtraakte. De allereerste waren broer en zus. Die zijn, net als alle andere na hen, 'geholpen'. Wie daarmee is geholpen, bleef wat in het vage. De beestjes werden wel rustiger, huiselijker en vadsiger (vanaf dag één ging daarom hun hoeveelheid voedsel naar de helft van de dag ervoor).

Dan heb je dus plots levende wezens waarvoor je verantwoordelijk bent. Broertje bijvoorbeeld bleek, net als meer gecastreerde katers ontdekten we in de daarop volgende jaren, blaasproblemen te ontwikkelen. Duur dieetvoer, waarop onze huidige vijftienjarige al meer dan tien jaar leeft, werkte niet.

Een probaat middel wél: zijn penis werd geamputeerd en vervangen door een bredere uitweg. Dat bleek een soort ventielslangetje met een rozetje vastgezet onder de huid. Hij kon in elk geval niet meer verstopt raken en daardoor het tijdelijke voor het eeuwige verruilen, ondanks zijn meerdere levens.

Van die surrogaat penis kreeg-i er uiteindelijk drie of vier, voordat de dierenarts en wij vonden dat het nu toch wel belastend begon te worden. Voor de kat natuurlijk.

Die beestjes brengen toch wel zorgen met zich mee.

Eén van de heren vonden we 's avonds in de slaapkamer. Toen we daar naar binnen gingen en het licht aan deden, leek het een moord scene: overal bloed. Meneer zat onder het bed. Z'n schedel lag open en leek op een fontanel, maar dan ongewenst. Waarschijnlijk was-i aangereden. Het is weer goed gekomen. Maar de verrassing, schrik en daarna zorgen vergeet je niet 1-2-3.

Een andere kat was onfortuinlijker. Die liep achter de kinderen aan naar school, maar keek niet goed uit. Volgens de stadsreiniging, die je toen kon bellen als je huisdier zoek was, was er wel iets gevonden dat op een rode kater leek. Maar het kon evengoed iets anders zijn.

Kortom, die beesten leveren hoofdbrekens op. Ze lopen weg en komen al dan niet terug. Ze vechten en komen dan zwaar bloedend, met een los oor of een gebroken poot naar huis. Verbazingwekkend hoeveel pijn ze doorstaan. Een gebróken poot en dan wekenlang zonder janken, piepen of miauwen hinkend door het leven gaan.

En soms moet je ze laten inslapen. Katten houden, betekent Gods oordeel vellen. Da's niet leuk, maar wel nodig.

De kinderen hebben we vijfentwintig jaar. Da's uiteindelijk toch lastiger dan katten.

Allebei, de katten en de zoons, krijgen een totaal oordeel 'leuk en onvervangbaar'. Maar wat vies tegenvalt, is dat kinderen meer een eigen wil hebben. Waar vader en moeder kat de jongen in zo'n geval meteen de spreekwoordelijke deur uitschoppen - of de kittens zien verdwijnen met wildvreemden - zo zitten wij ons hele leven aan de kinderen vast. Ze gaan nooit meer weg.

Ouders willen het beste voor hun kroost. Of het kroost hetzelfde idee heeft, is nog maar de vraag. Met als gevolg dat dat geregeld níet spoort. Of ze ontwikkelen de foute - andere - politieke inzichten. Of ze studeren niet, dan wel iets onbetekenends. Of ze maken de verkeerde sociale keuzes.

Stippel niks uit en lijd in stilte en eenzaamheid. Ze komen wel op hun pootjes terecht. Dat is wel de gedachte waaraan ik me nu vasthoud.

Eén van onze zoons maakt er een zooitje van; meer dan één blogpost aan kan. Nu hij kortgeleden een nieuw dieptepunt bereikte, schoot even door me heen dat toen hij vijfentwintig jaar geleden werd geboren in de wieg een vrolijk mensje lag. Een mens met een heel leven aan kansen vóór zich.

En dat je in de loop van de jaren jóuw projectie van zíjn gelukkig leven ziet verflauwen. Niet dat dat betekent dat het allemaal doffe ellende is. Het is hun zelfstandig worden en zijn.

Misschien is dat ook zoiets wat je in de loop der jaren door ervaring leert. Dat ook je ideeën over het hebben van kinderen behoorlijk geromantiseerd zijn en als je je dat te laat realiseert grote problemen kunnen ontstaan. Jouw 'vlees en bloed' betekent niet alleen dat het onvervreemdbaar aan je vast zit.

In tegenstelling tot die katten blijft het - normaliter en op afstand - ook bij je. Het bouwt een eigen leven op. Maakt eigen keuzes. Maar tegelijk moet het sinds kort plots ook worden gezien als een oudedagsvoorziening.

Da's maf. Want waar is dan het moment dat je, in de betekenis van een zórgrelatie, kind-af bent?

zondag 12 januari 2014

Een Leids moment

Meer herfst dan winter. Het waait en het regent af en toe. En het is niet eens echt koud. Desalniettemin is het begin januari. Da's toch echt winter.

Ook in Leiden is het vrij beroerd weer. Een stevige wind briest door de stegen en straten. Hier horen zinnen bij als: de mensen spoeden zich naar huis; de kraag van de jas hoog opgetrokken, de blik op oneindig.

Het is de tijd van de korte dagen. De duisternis valt snel en haast plots in. Pechhebbenden zien dezer dagen het daglicht niet. Zij gaan in de duisternis weg en komen in de duisternis weer thuis.

De binnenstad van Leiden is in deze tijd van het jaar op z'n mooist. Niet omdat die binnenstad zo mooi is. Of omdat ze zo mooi is opgesierd met feestverlichting. Nee, op zichzelf ís de binnenstad niet eens mooi. Het is een verzameling monumentale - soms mooie - oude gebouwen. En die feestverlichting past in ieder koopcentrum rond de feestdagen.

Nee, dat allemaal is het niet waardoor de binnenstad zo mooi is.

Dat zit 'm in momenten, flitsen. Je zult het vast in meer gemeenten kunnen ervaren, maar een oude binnenstad geeft je (mij) meer kansen. Stomweg omdat er meer mogelijkheden zijn.

Hiervoor:

om een uur of half zes 's middags kom je de supermarkt uit. Die is eigenlijk al op de rand van de historische binnenstad gelegen, de begane grond van een voormalig fabriekspand gebruikend. Binnen was het nog druk. Buiten valt het mee. De meeste klanten zijn vanwege het weer snel op weg naar huis gegaan. Voor de deur staan de fietsen te wachten; rode batterij-achterlampjes vaak nog aan.

Naast de supermarkt is een steeg. Daarvan heeft Leiden er zat, evenals hofjes. Zijn stegen bij daglicht vaak gribussen, de donkerte geeft ze hun specifieke karakter. Soms worden ze griezelig, soms benauwend, soms bedreigend, soms ronduit mooi. Net als sneeuwdekken moffelt de donkerte de ongerechtigheden van de steeg weg.

Stap op de fiets, passeer de steeg, kijk naar rechts, en daar ís zo'n Leids momentje. Minder dan een seconde duurt, want dan ben je de steeg alweer voorbij en volop bezig met het verkeer en de laatste kilometer tot huis. Tegen de wind, uiteraard.

Dat korte moment is een soort foto. Het beeld van de steeg die uitzicht biedt op een donkere steenmassa: een oud herenhuis. In de gevel één verlicht raam. Dat straalt warm licht uit en geeft een inkijkje in het leven daar. Een jongeman kijkt naar buiten. Groene planten. Boeken en een bureau. Ramen, verdeeld in kleine vierkanten.

Even waan je je in een andere tijd. Dit zou zo het Londen van Dickens kunnen zijn. Het is Leiden. Het is 2014. En het bestaat alleen als flits.

Terug fietsen moet je niet willen en niet doen. In het verleden deed ik dat nog weleens. Dan is de magie van het beeld weg. Dan neem je de tijd en filter je alle projecties weg. Want in dat moment krijg je dan wel een beeld te zien; je vult het zelf ook in met gewenste elementen en 'herinneringen uit boeken', bijvoorbeeld.

Kijk, dát is Leiden. Dát is de kracht van zijn binnenstad. Dát is wat de bewoners meemaken. Omdat zij dagelijks de kans krijgen die flitsen te zien.

Als ze willen...