Erik of het klein insectenboek: ik vond er geen bal aan (en om dat te bewijzen: er stond eerst groot insectenboek, maar m'n gevoel zei me daarin iets niet klopte. Zo'n boek dus). Nu heb ik dat wel meer met boeken waarin aan dieren menselijke capaciteiten worden toegedicht. Heel curieus: met fabels heb ik het minder. Geen idee waarom.
Het is zo typisch menselijk aanmatigend; denken dat je weet hoe andere soorten denken en doen. Dan krijg je van die maffe projecties. Niet dat je er al te strikt mee moet omgaan en alle projecties afkeuren. Maar net als taalgebruik invloed heeft op onze maatschappijvisie - denk aan Zwartepiet of aan vrouwenemancipatie - zo hebben bijvoorbeeld tekenfilms ook een (mede?!)bepalende rol in de beeldvorming over dieren. De leeuw als koning der dieren. Bambi - uit mijn generatie - het zielig hertje. Yogi Bear - idem - de suffige natuurparkbeer.
Maar goed, de verhaaltjes kunnen goed zijn. En zo lang niet teveel mensen tijgerkooien binnenlopen, omdat de tijger er zo vriendelijk katachtig aaibaar uit ziet, of de baviaan aanzien voor een vreedzaam dier, is er geen vuiltje aan de lucht.
Het rare is dat we onze eigen omgeving eigenlijk niet zien. Dát is de boodschap van Godfried Bomans in het insectenboek: kijk naar het kleine leven.
In onze tuin ligt een vijvertje, waarin van de enorme hoeveelheid kikkerdril deze lente een stuk of zes, zeven kikkervisjes zijn overgebleven. Voor mij was dat een complete verrassing, want ik dacht dat alles op onverklaarbare wijze (weer 's) was verdwenen. En dan zwemmen er plots een paar van die figuren rond in een stukje vijver waar de zon op schijnt.
Dat is een leuk gezicht, hoor. Zo'n vijver die plots weer kraakhelder water bevat én kikkervisjes. Het geeft een gevoel van succes, van voldoening. Hetgeen kul is, want ik heb er niets aan gedaan anders dan de lekkende vijver iedere dag bijvullen.
Als je eenmaal weet dat het leven er is, ga je vanzelf beter kijken. Zo deed ik vandaag een zoveelste wanhopige poging te tellen hoevéél kikkervisjes er nu nog zijn in het vijvertje.
Als je dan in zo'n ondiep plasje water staat te loeren, valt plots op hoeveel leven er in zit: wormachtigen, kreefachtigen, amoebe-achtigen. Geen idee wat ze allemaal doen. Het ziet er wel 'gezellig' uit: een samenlevinkje waar het vast goed toeven is. Vast niet, want de beestjes leven met elkaar, maar ook van elkaar. Denk ik.
Je projecteert o zo snel. Maar die paar minuten kijken.... goud waard. En beter dan menig medicijn.
Posts tonen met het label aandacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aandacht. Alle posts tonen
maandag 2 juni 2014
zaterdag 10 mei 2014
De zingende regenworm
Er zíjn van die momenten.
Vandaag heeft het in Leiden een groot deel van de dag geregend. Als je dan naar buiten móet, dan word je dus nat. Als Nederlander ben je niet anders gewend. Ietwat stoïcijns - "ach, thuis trekken we gewoon droge kleren aan" - en op regendagen nóg minder geïnteresseerd in mode; het regenpak gaat aan.
Dat regenpak heeft wel iets. Je blijft droog; da's de opzet ook. Maar het geeft ook geluid, zeker als je bij striemende regen een capuchon op zet. Lekker droog - en vaak warmer dan je wilt - hoor je de regen kletteren. Alsof je knusjes in een tentje zit en de regen klettert op het tentzeil.
Dé nadelen van die regenpakken zijn de boven- en de onderkant. Ik moet toch eens op zoek naar de regenpakken met overtrekjes voor m'n schoenen. Want zoals een waterdicht jack het water afvoert naar je broek, waardoor die nóg sneller nóg natter wordt, zo stroomt heel rap het water je schoenen in. En de capuchon: die belemmert het zicht. Dus da's of je nu fietst of loopt 'af en op' bij iedere zijstraat en kruising.
Toch is regen ook mooi.
Vandaag werd het ook droog. Da's echt bijzonder, mits je luistert.
We fietsten net de binnenstad uit. Een naar later bleek laatste oprisping van regen maakte ons kletsnat. Dan ben je in jezelf gekeerd: geconcentreerd, want de regen leidt iedere verkeersdeelnemer af. Druppels die uit je haren vallen en langzaam je nek in glijden. Regenwaterstroompjes die nét niet meer door je wenkbrauwen worden tegen gehouden. En voor de brildragers: die levert je nog maar een fractie van het zicht op dat je normaal hebt. De wereld gezien door regendruppels.
Dan komt er een eind aan de bui.
Als je dan nog niet op een verzopen kat lijkt, kan dat een bijzonder moment zijn. Het geluid van de regen verstomt. Plots blijken er tal van vogels de lente te bezingen (althans: dat maak ik er van. Ze bepalen hun territorium, maar da's zo weinig poëtisch). Dat ze mogelijk een goed humeur hebben, is ook te wijten aan de regenwormen die een stuk makkelijker te vangen zijn na een regenbui.
Die laatste paar honderd meter heb ik er eens bewust op gelet: op al die geluiden die er plots lijken te zijn als de regen stopt. En vooral die vogels vallen dan op. Merelzang die ik me nog goed herinner uit m'n jeugd. Alsof de merels na een bui hun vreugde uiten over het begin van een drogere periode. En dan nog andere vogelzang die mij niets zegt (ik ben al blij dat ik een mus van een vink weet te onderscheiden).
Mij doet het iedere keer weer enorm goed al die zang te horen. Meestal, denk ik nu, mis ik het. Da's jammer, maar begrijpelijk.
Na de regen van vandaag stak een stormachtige wind op. Dat is geluid wat ikzelf altijd wel mooi vind. Maar nu zaten er nog meer geluiden in. Op een schip zou je het fluitend tuigage noemen. Wat de bron hier in Leiden is, weet ik niet. Het fluiten van de wind langs touwen, lijnen of masten. Het huis deed ook volop mee. Het piepte, kraakte en floot alsof het leeft.
Maar al die geluiden die er plots zijn als de stilte van de natuur invalt. Dan besef je dat alles leeft.
Vandaag heeft het in Leiden een groot deel van de dag geregend. Als je dan naar buiten móet, dan word je dus nat. Als Nederlander ben je niet anders gewend. Ietwat stoïcijns - "ach, thuis trekken we gewoon droge kleren aan" - en op regendagen nóg minder geïnteresseerd in mode; het regenpak gaat aan.
Dat regenpak heeft wel iets. Je blijft droog; da's de opzet ook. Maar het geeft ook geluid, zeker als je bij striemende regen een capuchon op zet. Lekker droog - en vaak warmer dan je wilt - hoor je de regen kletteren. Alsof je knusjes in een tentje zit en de regen klettert op het tentzeil.
Dé nadelen van die regenpakken zijn de boven- en de onderkant. Ik moet toch eens op zoek naar de regenpakken met overtrekjes voor m'n schoenen. Want zoals een waterdicht jack het water afvoert naar je broek, waardoor die nóg sneller nóg natter wordt, zo stroomt heel rap het water je schoenen in. En de capuchon: die belemmert het zicht. Dus da's of je nu fietst of loopt 'af en op' bij iedere zijstraat en kruising.
Toch is regen ook mooi.
Vandaag werd het ook droog. Da's echt bijzonder, mits je luistert.
We fietsten net de binnenstad uit. Een naar later bleek laatste oprisping van regen maakte ons kletsnat. Dan ben je in jezelf gekeerd: geconcentreerd, want de regen leidt iedere verkeersdeelnemer af. Druppels die uit je haren vallen en langzaam je nek in glijden. Regenwaterstroompjes die nét niet meer door je wenkbrauwen worden tegen gehouden. En voor de brildragers: die levert je nog maar een fractie van het zicht op dat je normaal hebt. De wereld gezien door regendruppels.
Dan komt er een eind aan de bui.
Als je dan nog niet op een verzopen kat lijkt, kan dat een bijzonder moment zijn. Het geluid van de regen verstomt. Plots blijken er tal van vogels de lente te bezingen (althans: dat maak ik er van. Ze bepalen hun territorium, maar da's zo weinig poëtisch). Dat ze mogelijk een goed humeur hebben, is ook te wijten aan de regenwormen die een stuk makkelijker te vangen zijn na een regenbui.
Die laatste paar honderd meter heb ik er eens bewust op gelet: op al die geluiden die er plots lijken te zijn als de regen stopt. En vooral die vogels vallen dan op. Merelzang die ik me nog goed herinner uit m'n jeugd. Alsof de merels na een bui hun vreugde uiten over het begin van een drogere periode. En dan nog andere vogelzang die mij niets zegt (ik ben al blij dat ik een mus van een vink weet te onderscheiden).
Mij doet het iedere keer weer enorm goed al die zang te horen. Meestal, denk ik nu, mis ik het. Da's jammer, maar begrijpelijk.
Na de regen van vandaag stak een stormachtige wind op. Dat is geluid wat ikzelf altijd wel mooi vind. Maar nu zaten er nog meer geluiden in. Op een schip zou je het fluitend tuigage noemen. Wat de bron hier in Leiden is, weet ik niet. Het fluiten van de wind langs touwen, lijnen of masten. Het huis deed ook volop mee. Het piepte, kraakte en floot alsof het leeft.
Maar al die geluiden die er plots zijn als de stilte van de natuur invalt. Dan besef je dat alles leeft.
Abonneren op:
Posts (Atom)