Posts tonen met het label startup. Alle posts tonen
Posts tonen met het label startup. Alle posts tonen

dinsdag 29 juli 2014

De lean startup wil gewoon veel verdienen

Weet je, je kunt er helemaal naast zitten. Ik heb al eens geblogd over mijn ervaringen in een klachtencommissie over politie-optreden. De harde les die ik daar leerde, is dat het ongelooflijk makkelijk is te snel te oordelen. Je leest dossiers en construeert een beeld, en 'oordeelt'. Heel vaak zat ik ernaast. Heel vaak bleek tijdens de zitting de zaak genuanceerd anders te liggen. Terughoudendheid en bescheidenheid: ik heb er alleen maar meer waardering voor gekregen.

Eerst goed kijken. Het is zo makkelijk gezegd.

Je blijft dan wel zitten met losse eindjes. Of, misschien beter, zaken die nog moeten 'rijpen'. Eén van de grote vragen waarmee ik nog niet klaar ben, is die naar startups.

Het is niet het Internet wat baanbrekend was (denk ik). Baanbrekend was de fase die jaren geleden leidde tot 'alles wordt 2.0'. Helemaal hysterisch werd je van dat 2.0. De toevoeging 2.0 alleen al leek de deur te openen naar innovatie en wonderbaarlijk mooie toekomsten. Toch gebeurde er iets fundamenteel anders: de mogelijkheid om te creëren kwam dichter bij de basis te liggen. Burgerjournalistiek, deeleconomie, netwerksamenleving, 'gratis': allemaal worden ze in die periode (opnieuw) gelabeld.

Dat is echt een fundamentele omwenteling. 'We' waren ooggetuige van de ontwikkeling van zelfbeschikking. De democratisering van vanalles gloorde. In die storm bleken startups de kwajongens die tegen de gevestigde orde aanschopten. Rode en blauwe oceanen, onderstromen en lange staarten: allemaal zijn ze gebruikt om aan te tonen dat het einde van de moloch-onderneming nakende was. Kleine, flexibele, tijdelijke samenwerkende ondernemingen worden de toekomst.

Da's de economische, de organisatorische kant. Maar ook qua bedrijfsdoelen veranderde iets. De eerste bedrijven dreven op de gedachte dat nu eindelijk iets kon worden gedaan in het belang van 'de burger', 'de patiënt', 'de klant', de kleine man. Nooit werd het zo expliciet gesteld, maar een zweem van een ideologisch sausje was er wel.

Massaal is het omarmd: de zoveelste keer dat we (euforisch) geloven dat techniek, technologie een betere samenleving gaat opleveren. Degenen - waaronder mijn persoontje - die daarvan niet zo zeker waren, waren zwartkijkers, cynici.

In de loop van ongeveer vijf jaar wordt de geschokte markt weer rustiger. De startups worden volwassener, professioneler. De tijd van 'we hebben een goed idee en beginnen' is over. De tijd van Business Canvas Modellen en Lean Startup breekt door.

Kijk, en da's dus een interessant moment.

Los van de juistheid van methodes en veronderstellingen, los van behaalde resultaten, zie ik (weer) iets fundamenteels wijzigen. Maar nu terug, geloof ik. Terug naar oude principes.

Lean Startup is een mooi concept. Bouw een eerste model met minimale maar levensvatbare mogelijkheden. Test die bij gebruikers en bouw op basis van hun terugkoppeling verder. Mooi, mooi, mooi. En logisch toch?

Nee. Het is de terugkeer naar een oud principe: de ondernemer is niet geïnteresseerd in zijn klant anders dan als geldbron. De fabrikant vraagt de klant naar zijn wensen met de primaire bedoeling daaraan geld te verdienen.

Dat is wezenlijk anders dan de situatie waarin je een idee hebt hoe de wereld te verbeteren, aan te passen of een cadeau te geven. In die situatie heb, ook met nádelen, zelf een beeld van hoe het zou moeten zijn en werk je dáár naartoe. Het zijn de projecten die zich pas later zijn gaan bekommeren om hun ((bedrijfs-)economisch) bestaansrecht en continuïteit. De projecten die in 'de oude economie' niet kunnen bestaan.

Ze bestaan ook niet (meer). Wat ik zie gebeuren is een snel groeiende aandacht juist voor 'het geld', het bedrijfsmodel.

Mijn conclusie nu is een andere dan een paar jaar terug. Toen zou ik hebben ingezet op het ontwikkelen van een fundamenteel andere economie. Nu moet de nieuwe economie stevig worden gestut, want ze kraakt in haar voegen en dreigt om te vallen.

Kapitaal als drijfveer is aan de winnende hand en daaraan is niets, maar dan ook helemaal niets, innovatiefs te ontdekken, laat staan iets disruptiefs.

dinsdag 18 september 2012

Grandioze ideeën

Veel ongewenste nieuwsbrieven kreeg ik niet, afgaand op de vermindering na het ingaan van de wet die ongewenst toesturen verbied. Veruit de meeste lees ik, net als de ongevraagde papieren reclame, af en toe, doorbladerend. Misschien moet ik weer 's opschonen, want in de tussentijd hebben allerlei clubjes en organisaties mijn emailadres.

Zijn nieuwsbrieven dan onzin? Zeker niet allemaal. Het ergst zijn de nieuwsbrieven van organisaties die vooral, of alléén, eigen productnieuws brengen. Het interessantst die welke breder nieuws brengen dan alleen de eigen producten. Als ze dat goed doen en er subtiel reclame doorheen kunnen verweven voor zichzelf, zijn dat de high impact nieuwsbrieven. En dat verweven gebeurt ongetwijfeld nog zonder groots en vooropgezet plan.

Een nieuwsbrief die ik vrij geregeld lees, is die van Fast Moving Targets. Niet omdat de makers allemaal prettige mensen zijn, maar vooral omdat er leuke gedachten in zijn te vinden in een - en dat mogen veel nieuwsbrieven zich aantrekken - préttige vormgeving. Voor het Oplettend Lezertje (gejat van Toonder): leuke gedachten zijn iets anders dan nieuws. De kracht van een goede nieuwsbrief, denk ik, is dat-i leest als een krant met een mengsel van nieuws en opinie. En als je (voormalig) journalisten dat laat doen, dan krijg je zoiets.

Van de week viel er weer een exemplaar in mijn digitale brievenbus. Daarin ondermeer dit:
20120918-183728.jpg

Het is een goed geschreven stukje, in de zin dat het zo lekker vanzelfsprekend klopt. Ideeën hebben we inderdaad vaak en het is ook waar dat veruit de meeste nooit tot realisatie komen. Ik kan het weten, want zonder team wordt geen van mijn ideeën gerealiseerd. Mijn kwaliteiten zijn andere en op juist dat punt te beperkt.

Het is wel een onderwerp om wat vaker bij stil te staan. Want er zit zoveel in. Stel dat het waar is dat de meeste mensen geregeld goede ideeën hebben, maar dat die niet worden uitgesproken. Mijn eerste reactie is dan: moeten we dan niet als de sodemieter iets bedenken waardoor we al die ideeën, rijp en groen, toch kunnen oogsten? Het doet me denken aan de opmerking die je vaak over Twitter hoorde: "Niks voor mij, want ik heb niets te vertellen". Nee, en daarom is een televisieprogramma als Man Bijt Hond zeker een succes; omdat er geen verhalen zijn.
Een ander tussendoortje is de vaststelling dat ideeën moeten worden openbaar gemaakt, bijvoorbeeld door ze op te schrijven. Dat is een kwaliteit die iedereen wel heeft, zij het dat niet iedereen het even mooi, beeldend of ritmisch kan. Dat werkt niet bepaald stimulerend, want, ja, niet iedereen kan de Pulitzerprijs winnen. Maar zonder gekheid: de constatering zou ook kunnen leiden tot de stap dat we moeten leren onze ideeën vast te leggen. Op school kan dat door opstellen, sorry weblogs, te maken. Misschien krijgen we er dan heel veel. Maar dan valt er wel écht te grasduinen in ideeën.

Een nadeel van meer ideeën is dat de bedenkers die zó waardevol vinden dat ze ook moeten worden gerealiseerd. Dat effect is, ik meen door Herman Pley, eens beschreven in termen van 'mensen verwachten instant succes en raken gefrustreerd als dat uitblijft'. Dat effect zou ik vooral níet onderschatten.

Dat is ook het stukje waarmee ik bleef zitten. Niet alle ideeën zijn uitvoerbaar of goed. Maar ik vraag me wel af tot welk punt dat is gekoppeld aan de bedenker. Dat niet iedereen evenveel doorzettingsvermogen heeft, is waar. Maar een andere verklaring voor wel of niet realiseren van ideeën is de omgeving. Zaaien doe je op vruchtbare grond. Ideeën realiseer je in samenspraak en samenwerking met anderen (met uitzondering van de werkelijk reusachtig groten die als (zonderlinge?) eenlingen hun visie moesten verbeelden).

20120918-192608.jpg

Op het gevaar af dat het een mantra wordt: vooral de momenteel snel ontwikkelende 'nieuwe economie' lijkt de condities te bieden om ideeën te verwerkelijken. Op diverse plekken in Nederland ontstaan netwerken, broedplaatsen, van mensen die in ad hoc coalities samenwerken. In die coalities worden ideeën veel minder dan in klassieke bedrijfsstructuren getoetst aan hiërarchische positie. Veel minder, want statusverschillen zullen altijd bestaan en invloed hebben.

Voor sommige mensen zal het daarom toch echt eenvoudiger zijn hun ideeën te verwezenlijken dan anderen.

donderdag 13 september 2012

Daar is-t-i: de innovatie-verkenner

Ze organiseren jaarlijks een, vind ik, interessant congres en beurs met de naam ICT Delta. Tussen twee haakjes, ook dit jaar weer. In oktober en in Rotterdam. 'Ze' zijn de organisaties verenigd in ECP, platform voor de informatiesamenleving.

'Platform voor de informatiesamenleving': da's mooi, toch? Dat klinkt in elk geval als dé plek om te zijn als je iets wilt weten over onze toekomst. Want dat is nogal wat: 'informatiesamenleving'.

Een tip bracht me ertoe een bijeenkomst van het platform te bezoeken, op de dag van de parlementsverkiezingen. Dat zetelt misschien 100 meter van de bijeenkomstlokatie af; je moet maar durven. Zeker als het thema bestaat uit vragen als deze:
- Op welke maatschappelijke en economische vraagstukken rond ICT zouden politieke partijen hun pijlen moeten richten?
- Welke thema’s mogen zeker niet ontbreken in het regeerakkoord? Privacy? Digitale vaardigheden in het onderwijs?
- Hebben Kamerleden wel voldoende notie van de rol van ICT voor de huidige economie en samenleving?
- Hoe is het gesteld met hun kennis, vaardigheden en bewustzijn ? Wat zou ieder Kamerlid minimaal moeten weten van ICT?

Zo'n kans laat ik natuurlijk niet lopen. Zeker niet omdat ik politiek al lang niet meer zweefde en dus efficiënt snel kon stemmen. Tijd zat voor een goed beeld.

Het is niet aan mij om een samenvatting te geven van de bijeenkomst. Maar er vielen me wel een paar dingen op. De obligate maar voorop: veel te veel mánnen (in pak), ongelooflijk lekkere hapjes bij de netwerkborrel, een programma dat ter plekke tóch moest worden aangepast - het blééf verkiezingsdag - én een programma dat niet te lang of te kort was. Je kent dat wel. Oersaaie sprekers en sessies waarbij iedereen op z'n stoel gaat zitten draaien en het einde lijkt te zijn verdwenen. Dat was hier niet aan de orde. Niet dat alle sprekers even leuk en boeiend waren, maar niemand kreeg de kans sfeer of tempo té veel te beïnvloeden.

Vier thema's speelden een centrale rol: veilig, vaardig, digitale overheid, en privacy. Een veilige informatiesamenleving (ver)eist regels, maar ook goede ontwerpen en alerte en vaardige gebruikers. Dat geldt voor álle lagen van de samenleving. Een gehéél digitale overheid komt dan binnen bereik. Terzijde: mw. Netelenbos - ja, díe - wees de aanwezigen op het Deens initiatief om alle overheidscommunicatie digitaal te laten zijn. En, ten slotte, een onderwerp dat vele vormen aanneemt: hoe ga je in een omgeving waar fouten onmiddellijk enórme gevolgen hebben, om met de privacy van gebruikers?

Het is nogal wat, toch?

Dat doe je dus niet alleen. Heel verstandig heeft ECP, voor als het over onderwijsgerelateerde zaken gaat, een jongerenpanel. Slim: de uiteindelijke doelgroep, de direct betrokkenen er bij betrekken. Beetje vanzelfsprekend: maar in al die andere discussies zijn toch ook direct betrokkenen? Patiënten? Consumenten? Wij? Ik weet 't; dat los je niet op door institutionele belangenbehartigers er bij te betrekken. Sterker, die voegen meer niet dan wel toe anders dan een specifiek eigenbelang. Maar het zou wel de moeite waard zijn kénnis over die gebruikers erbij te halen.

We bevinden ons middenin een turbulente periode. Een samenleving verandert continu. Maar nu maakt technologie mogelijk dat snelheid wordt gemaakt. Daardoor bevinden we ons nu in een situatie waarin wijzigingen zich aan lijken te dienen en soms wel en soms niet doorzetten, waar wijzigingen door andere groepen worden ingezet dan gedacht of bedacht, en waarin de snelheid zo groot is dat sommigen het allemaal niet meer bijbenen. Mij blijft het opvallen hoe vaak, ook in deze bijeenkomst, wordt gesproken in toekomstige tijd met zinsdelen als 'we willen', 'we gaan' en 'we zullen'. De onbestendigheid brengt een zekere machteloosheid met zich, die op veel plaatsen is aan te treffen: hoe ziet in vredesnaam die nieuwe samenleving er uit?

20120913-192901.jpg

Eerder heb ik al eens geblogd over dit probleem. Want het ondenkbare, het nú nog ondenkbare, kún je niet plannen of bedenken. Het betekent dat we zullen moeten zien om te gaan met chaos en andere sturingsinstrumenten. Het betekent ook dat we inderdaad voor een deel de zaken op hun beloop zullen moeten laten en héél goed monitoren wat gebeurt. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren wie de toekomstige gebruikers zijn en wat die wensen.

Mijn pleidooi is er dan, onveranderd, een voor

- een financieringsstructuur die ook riskante experimenten mogelijk maakt, want in dat risico huist nu juist de kans op innovatie. O, en riskant is niet hetzelfde als destructief. Ik bedoel niet anders dan dat de financier bereid moet zijn zijn geld te verliezen;

- een omgeving waar het mogelijk is te spelen. Dat impliceert de aanwezigheid van middelen, financiële als hierboven benoemt, maar vooral ook netwerken. Netwerken van mensen, die met elkaar in contact worden gebracht;

- dat is meteen de belangrijkste wens die ik zou hebben, voor ECP of een ander: de aanstelling van innovatieverkenners, mensen met inhoudelijke kennis én een neus voor vernieuwing. Medewerkers die de opdracht hebben continue de wereld in casu Nederland af te struinen op zoek naar mensen en technieken waarvan zij menen dat die de moeite waard zijn om met elkaar in contact te worden gebracht. Dat is dus een nét andere insteek dan al die adviseurs die momenteel actief zijn in het kader van een financieringsregeling. Innovatieverkenners zijn alleen maar bezig met innovaties en het dondert niet wáár die plaatsvindt.



20120913-192916.jpg

Eén van de belangrijkste lessen die uit de geschiedenis van innovatie(s) is te trekken, is dat die innovaties bijna altijd ontstaan búiten de bestaande domeinen en instituten. Alleen dat feit al zou reden genoeg moeten zijn om verkenners onbekend land te laten verkennen. Want dat is precies wat we doen, om Star Trek maar eens te citeren: 'to boldly go where no man has gone before'. Zó dramatisch is het niet, maar de parallel is wel degelijk te trekken. Want de verandering zal niet komen uit de sectoren zelf of de partijen die daarin nú een rol spelen.

Aanstellen dus, die innovatieverkenners.

maandag 6 augustus 2012

18 Mooie casussen over fouten, verlies, ziekte ... en winst!


Voor de ongeduldige: lees gewoon dit artikel, want daarover gaat deze blogpost.
Het is een blogpost uit het blog van Attendly. Niet dat ik dat ken, maar de titel van de blogpost trok me wel aan: Stories of Failure and Redemption. 18 Verhalen over mislukking en verlossing. Mooi, toch? Dat redemption heeft toch wel iets spiritueels, iets religieus. Het zijn dan ook achttien verhalen van uiteindelijk succesvolle startups. Maar de focus ligt nu eens niet op dat succes als lineair volgens uit de start, maar op het absolute dieptepunt vóórdat die top werd bereikt.
En dat zijn leermomenten, hoor. Niet omdat ze anderen van dezelfde fouten zullen behoeden. Maar wel maken ze allemaal duidelijk dat het mensenwerk is, met menselijke emoties en beslissingen. Het maakt duidelijk dat niet alles van leien daken gaat. Dat je ook als beginnend ondernemer 's nachts, kotsend van de zenuwen over betalingen, boven de wc-pot kunt hangen.
Het zijn allemaal mensen die het doen.
Dat maakt de verhalen ook herkenbaar: de keuze voor een beduidend goedkopere bouwer. En de daaropvolgende zenuwslopende bouwtrajecten. Ik zie de potten kalmeringstabletten al voor me.
20120802-185354.jpg
Of de, denk ik, onwaarschijnlijk moeilijke beslissing afscheid te nemen van je geesteskind en opnieuw te beginnen.
20120802-185338.jpg
Ik blijf erbij: het delen van ervaringen is de essentie van het Nieuwe Ondernemen. Dat betekent leren van elkaar en dat doe je door zowel de successen als de missers te benoemen. En je te realiseren dat fouten niet kunnen worden voorkomen. Nooit.