Posts tonen met het label burgerinitiatief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label burgerinitiatief. Alle posts tonen

maandag 22 september 2014

JA! - fondsen

Innoveren is verschrikkelijk lastig. Als men je niet voor volslagen geschift houdt, is het minste toch wel de vraag of je kunt aantonen dat gaat gebeuren wat jij zegt. Of dat het wat opbrengt. Per slot van rekening leven de meeste mensen in een wereld die wordt gedomineerd door (het verdienen, krijgen en houden van) geld. Alles draait om geld. Vooral in bedrijven kan men er wat van. Daar vragen ze zonder van schaamte van kleur te verschieten om bizniz cases. Da's leuk als je boekje zevenendertig van een nieuwe vormgeving voorziet, maar niet als je nog onbewezen technieken wilt gaan inzetten. Dan blijkt je eerste barrière je eigen werk(gever).

Het is geen bijzonder verschijnsel. Als je het ietsje verbreedt, zie je het 'overal'. NWO kent subsidies en beurzen toe; de klacht is dat het een tombola is en dat de mogelijk baanbrekende ideeën niet doordringen omdat ze nog onbewijsbaar zijn. Theatergezelschappen moeten kunnen aantonen hoeveel toeschouwers zij bij een voorstelling, die pas over twee of drie jaar 'staat', verwachten. Of, nog erger, ze moeten zaalgroottes aanvragen in plaats van voorstellingen. Welzijn lijdt er al decennia onder: de aantoondrift. Kwantificeren, benchmarken en protocolleren: termen die van onbegrip voor mensenwerk getuigen. Als een soort van kippedrift gaat bewijsvoering door het land.

De idioterie is dat er wel geld is voor vernieuwing. Maar die is onbereikbaar als je niet aan 'de regels' voldoet. En één van die regels is vaak een uitgebreid bewijsplan. Paradox: geld voor vernieuwing is vooral gericht op status quo.

Inmiddels ben ik zo ver dat ik denk dat we stomweg al die fondsen, overheden, bureaus de rug moeten toekeren en het zelf doen. Je hebt vooral last van bemoeials als je de gebruikelijke wegen naar geld kiest.

Mijn idee is het JA!-fonds.

Eén van de mooiere ontwikkeling van deze tijd is het verschijnsel crowdfunding. Ben ik nog uit de generatie voor wie directe democratie een (ijdele) hoop was; nu is daar plots directe financiën. Wat is er mooier dan dat ík kan kiezen waaraan ik mijn €100 - of meer - besteed? Websites zát waar honderden ideeën staan, die steun zoeken. En als jij en ik daarin iets zien, kunnen wíj dat steunen. Hoezo gemeente? Hoezo bank? Hoezo fonds? Communis opinio!

De variant waarvoor ik pleit, is hierop gebaseerd. Het enige verschil is dat je niet een concreet project steunt, maar een fonds. Een fonds met de nadrukkelijke doelstelling innovaties die niet direct kunnen worden bewezen, te steunen. Het 'Ja, doen we' in plaats van 'Nee, want' of 'Ja, maar'. Idealistisch? Zeker. De inleggers zullen ook idealistisch zíjn en gelóven in (maatschappelijke) projecten in plaats van financiële opbrengst. Het structureren zal nog voeten in aarde hebben. Om misbruik te reduceren zal zo'n fonds moeten worden opgeknipt in kleinere delen met allemaal dezelfde stichtingsdoelen. Kleinere delen maken de verleiding om 'een héél klein beetje te sjoemelen' kleiner.

Mijn droom is dat zo'n JA!-fonds in iedere stad te vinden is. Megalomane landelijke maatschappelijk projecten rieken al naar onzin doordat ze plaatselijke (cultuur)verschillen ontkennen en omdat ze blijkbaar uit gaan van standaardmensen en standaardoplossingen. Die tijd is voorbij. Die projecten moeten stoppen. En dus is een lokale financieringsstroom nodig. Eentje die 'van ons' is. Eentje die 'risico' kan en moet nemen als het gaat om sociale projecten die nog onbewijsbaar zijn. Eentje die niet gek is en zich laat 'misbruiken', maar wel uitgaat van vertrouwen.

Dán laat je de bestaande structuren achter je en stoomt op. Dan heb je geen burgerinitiatief, maar burger(s) met initiatief. Dan hebben we weer meer heft in handen.

donderdag 17 april 2014

De ironie van Leiden

O, ironie. Die openingswoorden zijn te rechtvaardigen. De stad waarin ook ik woon, Leiden, is recent nog geportretteerd door de VPRO als stad waar interessante burgerinitiatieven zijn te vinden en burgerparticipatie een kans krijgt.

Vandaag meldde het lokale Leidsch Dagblad dit:
Maatschappelijk akkoord in Leiden: hard nodig of niet?

LEIDEN - De Leidse politiek moet een akkoord sluiten met maatschappelijke organisaties, bewoners, wijkvertegenwoordigers, ondernemers en het onderwijs. Dat stelt het Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI) voor. Fractievoorzitter Pieter Kos van GroenLinks Leiden kwam vorige week met dezelfde oproep.

Het idee stamt uit een van de ’brainstormsessies’ van het Stadslab. Het zou gaan om een papieren verklaring, waarin de gemeente en andere organisaties vastleggen dat ze gaan samenwerken aan verschillende onderwerpen.


Het is een prachtig voorbeeld van niet-burgerparticipatie, van gesloten systemen, van zo ongeveer het diametraal tegengestelde van wat de VPRO dacht te hebben gezien in Leiden.

In Leiden gebeurt hetzelfde als wat in tal van gemeenten gebeurt. De overheid(sdiensten) vinden het helemaal niet préttig rekening te moeten houden met burgerinitiatief. Veel handiger is het één aanspreek-orgaan te hebben. Dat betekent voor de burger-met-een-idee niets anders dan een extra drempel.

Leiden heeft zoiets als Stadslab. Dat is bij zijn oprichting een mooi ogend concept. Een netwerk van mensen in de stad die iets willen mét de stad. In de loop van de paar jaar dat Stadslab bestaat, wordt steeds duidelijker dat niet iedereen en niet ieder idee wordt omarmt. In het openbaar wordt het idee uit ge-vent dat Stadslab door 'de stad' wordt gedragen. Wie dieper graaft, ontdekt dat dat absoluut niet waar is.

Door de politiek en de ambtenaren wordt Stadslab omarmt. Waar het klassieke probleem van inspraak vooral de Poolse landdag is, biedt Stadslab de weg naar één gesprekspartner. In gesprekken met politici komt dat terug. Stadslab wordt te hooi en te gras aangehaald als hét voorbeeld van dé weg. Je hebt niet eens (veel) fantasie nodig om de marsroute te zien: er is een poortwachter bijgekomen, die moet worden gepasseerd voordat initiatieven serieus worden genomen (door de overheid). Uiteraard gaat dat nú luidruchtig worden weersproken.

Het is een vanuit de oude denkwijze (paradigma) volstrekt vanzelfsprekende lijn. Waar ooit de opbouwwerk- en welzijnsorganisaties namens de bewoners leken te spreken, komen nu nieuwe verbanden. Die willen overigens nadrukkelijk níet worden gekoppeld aan die instituties van toen, die markt van welzijn en geluk. Het is nu de markt van participatie en integratie. Nieuwe woorden voor precies hetzelfde: zelfbevestigende systemen.

Voordat het misverstand ontstaat: het gaat níet om de ideeën op zich. Het gaat om de organisatie en de vraag wat burgerparticipatie nu eigenlijk is. In mijn beleving is dat een participeren van allen die dat willen. Dat, op zijn beurt, vereist een zo open mogelijke toegang tot de verdelers (van geld, maar ook bijvoorbeeld van ruimte). Alleen zó wordt de burger en zijn ideeën serieus genomen. En, ja, dat betekent wérken voor de overheid, omdat zíj daarin zijn enige bestaansrecht vindt.

Burgerparticipatie is niet synoniem aan het (weer) creëren van een maatschappelijk middenveld aan organisaties. Organisaties die per definitie in de verleiding worden gebracht een erkend eigenbelang te hebben en verdedigen. Dat eigenbelang mogelijk zelfs te 'professionaliseren'; betaald werk er van te maken.

Leiden heeft de variant op het contrat social van Rousseau nog niet. Sterker, Rousseau heeft nooit een werkelijk contract voor ogen gehad. Zijn beeld was dat een 'overeenstemming' tussen overheid en volk over beider rollen en verantwoordelijkheden. Wat dat betreft, ben ik het volkomen eens met één van de Stadslab-oprichters Marije van den Berg:
Nodig elkaar gewoon uit om samen dilemma’s te verkennen. Beslissingen buiten de politiek zijn net zo goed legitiem, en zetten net zo goed dingen in gang, als een akkoord dat de politiek ondertekent.


Een maatschappelijk akkoord zoals men dat blijkbaar in Leiden ziet, is te letterlijk een ondertekend papier. Die aanpak zal leiden tot mínder directe participatie en tot meer 'macht' bij instituties. Het staat zo parmantig in het lijstje; 'bewoners'. Maar ondertussen wordt 'in hun belang en namens hen' het een en ander dichtgetimmerd en voorgekookt.

NB
Begin van de avond, nadat ik bovenstaande schreef. Het bestuursakkoord, eerste paragraaf. Trek je eigen conclusie (leestekens en woordkeuze zijn wél belangrijk):

Bestuursakkoord 2014 - 2018
Onderstaande partijen komen overeen:
Over de betrokkenheid van Leidenaren en inwoners van buurgemeenten
 de besluitvorming in college en raad zo in te richten dat (organisaties van) inwoners van Leiden vanaf de oorsprong invloed kunnen hebben op de planvorming van de gemeente;
 open te staan voor initiatieven uit de stad en deze initiatieven, indien gewenst, te ondersteunen en te faciliteren;
 in de komende maanden in overleg te treden met partijen in de stad die de afgelopen jaren initiatieven hebben ontplooid, om te bekijken
hoe de samenwerking met hen en anderen die initiatieven hebben nog beter vormgegeven kan worden;
 direct omliggende gemeenten te betrekken bij de voorbereiding van beleid dat de belangen van hun inwoners direct raakt;
 inwoners en partners in de stad zo veel mogelijk (door het college) te (laten) betrekken bij de uitvoering van gemeentelijke taken.

maandag 24 juni 2013

De opmars van de groene mannetjes

Hij stond op een brandendhete zomerdag midden op de snelweg: een man met een vlag. Te zwaaien naar voorbijrijdend verkeer. Van een afstand was hij al te zieken het eerste wat je dan denkt: "Díe is gek. Zo met die hitte daar met een vlag staan zwaaien'.

Bij passeren bleek het een pop te zijn.

Hij stond volkomen apathisch en geautomatiseerd met een vlag te zwaaien in de hoop dat wij, automobilisten, zouden doorhebben dat er wegwerkzaamheden aan kwamen en we dus voorzichtiger moesten rijden. Of iemand zich er íets van aantrok, kan ik me niet meer herinneren. Maar wel dat we die vakantie dergelijke zwaaipoppen vaker tegenkwamen.

20130624-192803.jpg

Je moet toch iets om de aandacht op je boodschap te vestigen. In het nabije verleden dachten we nog dat verkeersregels en -borden informatief genoeg zouden zijn om het verkeer ordentelijk te laten verlopen.

Nu zijn regels één en zelfcorrectie twee én drie. Ofwel: je kunt wel dénken dat iets is geregeld, maar als je niet controleert op naleving verwatert de discipline snel. Dat begint, als altijd, met een kleine barst, een klein vergrijp, een onbenullige overtreding. Van die dingen waarvan we denken: "Waar máák je je druk om?". Nou, om het begin van de aftakeling.

In de jaren zestig lopen grote delen van de samenleving te hoop tegen de naar hun oordeel veel te beklemmende regels. Politieagenten die met U moeten worden aangesproken; die op hun woord worden geloofd. Militairen eisen het recht op lang(er) haar, want gevechtskracht schuilt niet in de haarlengte. Op zich kón het ook soepeler. En nóg soepeler. En daarna nóg...

De beweging die ontstaat, is gebaseerd op de idee dat zelfcontrole en -correctie mogelijk is. De geschiedenis geeft aan dat dat systematisch wordt overschat. Zonder vorm van controle(dreiging) gaan wij onszelf alleen dan corrigeren als we zelf vinden dat het nodig is. En waarom zou je wachten voor een rood stoplicht als er toch niemand aankomt? Waarom zou je op een eenrichting-fietspad niet gewoon twee richtingen kunnen fietsen? Waarom zou je 120 rijden, als je auto ook 150 kan? Waarom zou je geen auto mogen parkeren op een leeg plekje stoep?

Niet dat ik van de controle ben, maar ik geloof geen bal van zelfcontrole. Dan zouden we bijvoorbeeld ook geen overgewichtige mensen hebben. Want dan beheersen we onszelf en eten niet teveel of verkeerd. Dan zouden we ook niet allemaal het idee hebben 'dat die anderen niet in het verkeer thuis horen". De werkelijkheid is toch een andere.

Een mooie vind ik het bericht dat Staatsbosbeheer een nieuwe aanpak overweegt voor zijn natuurgebieden: geen regels. De argumentatie, in mijn woorden: we hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat mensen zich aan de regels houden en over het algemeen op de paden blijven.
Kijk. Dat is er zo een. Natuurlijk houden we ons aan regels, maar da's geen enkele reden om aan te nemen dat dat zo blijft. Als ik mag gokken? Over een jaar of vijf is de situatie dat we overal rondlopen en de natuurliefhebbers niet terug in het hok cq de paden zijn te krijgen.

Overigens is het níet zo dat we geen regels en aanwijzingen meer nodig achten. Wat aan de hand is, is dat we die eenmaal aangeven en er dan van uit gaan dat het volgens die regels verloopt. Grandioos hoeveel borden je dan soms nodig acht om aan te geven wat wel en niet mag.

Met een openbare ruimte die we collectief gebruiken, is het volgens sommigen wél van belang dat we ons aan de regels houden. In woonwijken leidt dat geregeld tot een spanning tussen spelende kinderen en haastige automobilisten (vaak óók uit de wijk!). Het zal me verbazen als jij dat nooit hebt meegemaakt. De gemeente maakt er een 30km-zone van. Legt verkeersdrempels aan. Plaatst paaltjes aan de stoepranden. Borden die waarschuwen voor spelende kinderen.

20130624-192817.jpg

Niet dat het echt helpt. Want ook de bewoner gaat steeds meer over tot het geven van aanwijzingen. Dan bedoel ik niet de zelfgekwaste NP-vakken. Nee, de groene mannetjes die aanzetten tot langzaam rijden: SLOW!. Díe. Van die poppetjes die langs de kant van de weg staan. Onbeweeglijk. Maar die inmiddels oprukken. Niet alleen in aantal, maar ook qua plaatsing.

De opmars van de groene mannetjes gaat inmiddels verder. In bochten om automobilisten weg te houden van de fietsstrook bijvoorbeeld. Binnen twintig meter drie stuks. Je zou er haast over gaan dromen 's nachts: van groene mannetjes die met tientallen het verkeer regelen in je straat en dan ruzieën over wie gelijk heeft.

Chuckie revamped!

20130624-193313.jpg