In de categorie Misverstanden is dit een van de top-onderwerpen: dat Darwin met survival of the fittest bedoelde dat 'de sterkste' overwon. Hij bedoelde degene die het beste was aangepast aan de condities, de beste 'fit', de beste pasvorm had. Dat kún je zien als 'de beste', maar 'de beste' is een discutabel begrip.
De kracht van Darwins aanpak is dat hij de omgeving als een bepalend gegeven nam. Een organisme met pootjes en longen zal het moeilijker uithouden in een waterrijk milieu dan een met zwemvliezen en kieuwen. Verzuipen of overleven. Dat is natuurlijke selectie.
Totdat je de natuur naar je hand kunt zetten.
Entree homo sapiens, de alwetende-vernietiger.
Wij onttrekken ons aan die selectie. Het is nogal aanmatigend - mensen eigen - te beweren dat wij bovenin die hiërarchie staan. Dat wij het best zijn aangepast. Eerder is het zo dat de mens een éigen milieu heeft gecreëerd, waarin híj floreert (en andere soorten niet; nóg niet). De stedelijke omgeving is een helder voorbeeld daarvan. Ook het gébruiken van de omgeving is er zo een. Als je vierkant stokje in een rond gat wilt krijgen, kun je dat stokje rond maken. Maar ook het gat vierkant. 'Fit' is passend. Dan past het één in het ander. Het zegt niets over wie daarin leidend is.
Wij passen de omgeving aan opdat wíj er in passen. Met als gevolg dat we geen schijn van kans hebben in een onbewerkte natuur. De miljarden jaren evoluerende natuur zou minder stevig zijn dan de relatief snel in elkaar geflanste menselijke (infra)natuur? Die eerste is gebaseerd op de zon. De onze op aardse energie.
Mooi. Dat was de aanloop.
Marktdenkers hebben de neiging te menen dat er een autonoom proces bestaat dat lijkt op die survival of the fittest. Dat proces zou een impliciete 'natuurlijke' balans nastreven. Ongeschikte bedrijven en producten verdwijnen, als gevolg van marktwerking. Maar wat is 'ongeschikt'?
Is de menselijke omgeving wel te vergelijken met een natuurlijke? Of gelden er hele andere regels?
Er zijn geen dieren die meer produceren of doden dan ze zelf nodig hebben; ook de eekhoorn noch de honingbij niet. Wij wel. Boterbergen, melkplassen, doorgedraaide groenten: geen idee waar ik die in het planten- of dierenrijk vind. Wij vernietigen.
De reden is dat er helemaal geen natuurlijke balans ís in een door mensen gemaakte wereld. Er is geen symbiose. 'Parasitair gedrag op een gastheer' past nog het best.
De huidige crises schudden de mensenwereld door elkaar. De tegeltjeswijsheden vliegen je om de oren: dat de bedreigingen als kansen moeten worden gezien, dat iedere crisis voor 'lucht'zorgt, dat zo'n opschudbeurt de slechte bedrijven er uit laat vallen, dat dit o zo goed is voor innovatie, dat nu de creativiteit weer wordt geactiveerd, ...
Flauwekul, gebaseerd op een misplaatst organisch model waarin alles een functie, doel of betekenis heeft.
Ondertussen zie ik dat het systeem, de mogelijkheden en regels worden aangepast. Wéér. En niet aan degene die het meest bijdragen aan een 'sustainable society', de kleinschaligen, maar aan het consolideren van de macht op bestaande plaatsen.
De dominante soort past zijn omgeving aan om maar dominant te blijven.
Posts tonen met het label zingeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zingeving. Alle posts tonen
maandag 13 januari 2014
zondag 15 december 2013
Verzamelaars: bestaan ze nog wel?!
Hoe zit dat bij jou? Wat verzamel jij? Heb je verzamelaars in je omgeving? Wat verzamelen die?
Of komen verzamelaars steeds minder voor?
Van mijn - inmiddels allemaal overleden - ooms weet ik dat er een paar verzamelaars tussen zaten. Zo had ik een oom die prentbriefkaarten van kerken en steden verzamelde. Hij had er duizenden. Voor ons was het vanzelfsprekend uit buitenlanden hem dergelijke kaarten te sturen; de collectie bestond uit gebruikte kaarten. Misschien omdat-i lang alleenstaand bleef en pas op latere leeftijd trouwde; hij had ook een forse collectie postzegels.
Je geheugen verwringt en vervormt de werkelijkheid. Mijn beeld is dat van ooms - en tantes - die op zondagen langs komen en binnen de kortste keren de hele huiskamer blauw van de sigarenrook zetten en vullen met de geur van pijptabak en eau d'cologne. Waarover ze precies spraken, kan ik me niet herinneren. Naar ik maar aanneem over familiegedoe, politiek, het werk en ons, de kinderen. En over de verzamelingen, de hobby's.
Dat was toen.

Ik ken eigenlijk geen mensen die nog verzamelingen van het een of ander hebben. Platen- en boekenverzamelingen uitgesloten; die noemen we wel verzamelingen, maar het zijn geen verzamelingen in de zin dat alle exemplaren worden gezocht van een muzikant of schrijver. Voor verzamelaars staat de (volledigheid van de) collectie voorop. De waarde is van minder belang, maar speelt uiteraard wel een rol. Dat ene, zeldzame stuk kan weleens té duur zijn. In dat opzicht zijn kunstverzamelingen van een discutabel allooi: collectievorming of investering?
Verzamelingen als postzegelverzamelingen met alle postzegels die Ierland, Cambodja of de Kaayman Eilanden uitbrachten - om willekeurig iets te noemen - zie ik eigenlijk nooit meer in mijn omgeving. Op basis daarvan ben ik geneigd te concluderen dat verzamelen zijn langste tijd heeft gehad.
Da's dus een foute conclusie.

Omdat ik ze niet ken, kan ik niet beweren dat ze er niet zijn. Ik wéét dat er nog steeds verzamelaars zijn. Van de excotischste zaken: theezakjes zijn voor mij het summum. Uit m'n jeugd ken ik wel de suikerzakjes en lucifersdoosjes. Maar théézakjes...?! Trouwe kijkers van programma's als Man Bijt Hond weten het zeker: alles kan worden verzameld. Kamers, zolders, huizen vol met Sinterklaas-inpakpapier, of (pluche) minipaardjes, Barbiepoppen, Hummel-aardewerk, speldjes, en zelfs de snorharen van katten. Ruilbeurzen te over. Een heuse jaarlijkse Verzamelaarsbeurs in Utrecht als kern.
De vraag ie me (soms) bezighoudt, is hoe men ertoe komt te begínnen met verzamelen. Misschien verklaart dat dan waarom ik het zo weinig tegenkom.
Jammer genoeg denk ik dat de meest gehoorde verklaring is "Het is gewoon ontstaan. Ik had er een paar en ben toen maar gaan verzamelen". Of dat ook voor de 'investeringgerichte verzamelaar' op gaat, weet ik niet. Voor de 'echte verzamelaar' wel, denk ik.
Verzamelen is een doelgevende, een redengevende activiteit.

Zou 't te hoogdravend zijn? Ik denk het niet. Verzamelen geeft op een bepaalde manier zin aan het leven. De verzamelaar heeft de (zelf opgedragen) opdracht te verzamelen. Verzamelen, ordenen en opslaan; inderdaad, het heeft iets van werk. Maar dan zelfgekozen.
Maar waarom lijkt verzamelen te verdwijnen? Dat ruilen is toch enorm modern? Toeval? Of teken voor iets anders? En wat dan?
Of komen verzamelaars steeds minder voor?
Van mijn - inmiddels allemaal overleden - ooms weet ik dat er een paar verzamelaars tussen zaten. Zo had ik een oom die prentbriefkaarten van kerken en steden verzamelde. Hij had er duizenden. Voor ons was het vanzelfsprekend uit buitenlanden hem dergelijke kaarten te sturen; de collectie bestond uit gebruikte kaarten. Misschien omdat-i lang alleenstaand bleef en pas op latere leeftijd trouwde; hij had ook een forse collectie postzegels.
Je geheugen verwringt en vervormt de werkelijkheid. Mijn beeld is dat van ooms - en tantes - die op zondagen langs komen en binnen de kortste keren de hele huiskamer blauw van de sigarenrook zetten en vullen met de geur van pijptabak en eau d'cologne. Waarover ze precies spraken, kan ik me niet herinneren. Naar ik maar aanneem over familiegedoe, politiek, het werk en ons, de kinderen. En over de verzamelingen, de hobby's.
Dat was toen.
Ik ken eigenlijk geen mensen die nog verzamelingen van het een of ander hebben. Platen- en boekenverzamelingen uitgesloten; die noemen we wel verzamelingen, maar het zijn geen verzamelingen in de zin dat alle exemplaren worden gezocht van een muzikant of schrijver. Voor verzamelaars staat de (volledigheid van de) collectie voorop. De waarde is van minder belang, maar speelt uiteraard wel een rol. Dat ene, zeldzame stuk kan weleens té duur zijn. In dat opzicht zijn kunstverzamelingen van een discutabel allooi: collectievorming of investering?
Verzamelingen als postzegelverzamelingen met alle postzegels die Ierland, Cambodja of de Kaayman Eilanden uitbrachten - om willekeurig iets te noemen - zie ik eigenlijk nooit meer in mijn omgeving. Op basis daarvan ben ik geneigd te concluderen dat verzamelen zijn langste tijd heeft gehad.
Da's dus een foute conclusie.
Omdat ik ze niet ken, kan ik niet beweren dat ze er niet zijn. Ik wéét dat er nog steeds verzamelaars zijn. Van de excotischste zaken: theezakjes zijn voor mij het summum. Uit m'n jeugd ken ik wel de suikerzakjes en lucifersdoosjes. Maar théézakjes...?! Trouwe kijkers van programma's als Man Bijt Hond weten het zeker: alles kan worden verzameld. Kamers, zolders, huizen vol met Sinterklaas-inpakpapier, of (pluche) minipaardjes, Barbiepoppen, Hummel-aardewerk, speldjes, en zelfs de snorharen van katten. Ruilbeurzen te over. Een heuse jaarlijkse Verzamelaarsbeurs in Utrecht als kern.
De vraag ie me (soms) bezighoudt, is hoe men ertoe komt te begínnen met verzamelen. Misschien verklaart dat dan waarom ik het zo weinig tegenkom.
Jammer genoeg denk ik dat de meest gehoorde verklaring is "Het is gewoon ontstaan. Ik had er een paar en ben toen maar gaan verzamelen". Of dat ook voor de 'investeringgerichte verzamelaar' op gaat, weet ik niet. Voor de 'echte verzamelaar' wel, denk ik.
Verzamelen is een doelgevende, een redengevende activiteit.
Zou 't te hoogdravend zijn? Ik denk het niet. Verzamelen geeft op een bepaalde manier zin aan het leven. De verzamelaar heeft de (zelf opgedragen) opdracht te verzamelen. Verzamelen, ordenen en opslaan; inderdaad, het heeft iets van werk. Maar dan zelfgekozen.
Maar waarom lijkt verzamelen te verdwijnen? Dat ruilen is toch enorm modern? Toeval? Of teken voor iets anders? En wat dan?
Labels:
collectie,
geschiedenis,
reden,
verzamlen,
zingeving
Abonneren op:
Posts (Atom)