donderdag 21 augustus 2014

Het tijdperk van het cynisme

Eigenlijk heb ik nog een ruime week 'blogvakantie'. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Voor nieuws kun je je heel goed afschermen; althans, je kunt de stroom inperken tot een rustige bergbeek. Echt helemaal niets van 'het nieuws' meekrijgen, is lastig zolang je tussen mensen verkeert. Nog steeds vind ik dat één van de voordelen van vakantie: niets móeten. Niemand die jouw leven bepaalt. Daar valt 'het nieuws' ook onder. Want over alles lijk je ook een mening te moeten hebben. Doodmoe word je daarvan, van dat lezen, luisteren, nadenken en oordelen. En dan ook nog te weten dat jouw kleine meninkje waarschijnlijk niet eens invloed heeft tussen die miljarden andere.

'Lekker weg' is voor mij eerder een crime dan een leuk vooruitzicht. Al dat geregel, die vreemde gedachte dat 'er déze vakantie vast iets verkeerds gaat', al het gedoe. Meestal ben ik blij dat we weer thuis zijn en de rituelen weer houvast bieden. Als ik erover nadacht, bleek dat '(de kans op) geregel' toch wel vakantiestemmingmakend is. Een vakantie zonder zorgen: dat is het.

Op één punt lukt dat vrij aardig. Het nieuws. Ooit was dat makkelijk: op de meeste vakantiebestemmingen waren alleen oude kranten te koop. Als kampeerder ben je alleen geïnteresseerd in het weer. Een krant van gisteren is dan niet bepaald informatief. Maar het nieuws dringt zich op. Op sluwe manieren. Door zich te nestelen daar waar het ook vandaan komt: de gesprekken tussen mensen. Op de camping of aan de rand van het hotelzwembad was het nog uitzonderlijk als gesprekken gingen over nieuwtjes. Je was allemaal in de vakantiemodus.

Social media hebben die barrière geslecht; die van kindred people, verwanten, mensen met dezelfde geestestoestand. Social media mengen als een dolle. De metafoor van een receptie of een café gaat niet eens op. Eerder is het een situatie van een willekeurig plein waar willekeurige mensen elkaar zien/'afluisteren', en soms met elkaar praten. Dat leidt ertoe dat je heel verschillende informatie tot je krijgt. Soms heel fragmentarisch, maar als je even blijft staan: meer. Persoonlijk vind ik dat nog steeds de charme: dat onverwachte, de bonte verzameling (en soms baal je, net als in de trein, dat je slechts een deel van het gesprek kúnt, of mag, volgen).

In die mêlee bestookt het nieuws je. Er is geen filter dat zegt: alle gesprekken, behalve nieuws. En wat je meekrijgt: is dat wáár? Oude discussies - wel heel interessante, overigens - maar desalniettemin beïnvloeden ze ons min of meer permanent.

De nobele, gelukkige wilde van Rousseau is inmiddels wel uitgestorven. Eerlijk gezegd, vind ik Rousseau een cynicus. Iemand die 'de mens' ziet als een wezen als vat vol tegenstrijdigheden. Wikipedia schrijft:
Rousseau keerde zich in bijna al zijn werk tegen de cultuur van zijn tijd met haar rationalistische pretenties en optimistische verwachtingen. Zijn doel was om "het authentieke zelf te vinden, dat schuilging onder de lagen van het rollenspel". Rousseau schreef: "Zich vervreemd voelen van de wereld was de waarheid kennen en het zijn de sociaal aangepasten die een niet-authentiek leven leiden". Rousseau was van mening dat we alleen trouw kunnen zijn aan ons eigen authentieke wezen als we respect hebben voor de natuur, maar de prijs was eenzaamheid.


Cynici, steeds vaker blijken zij de waarheid te hebben gezien. Steeds vaker hebben ze ons gewezen op die dubbele bodem. Steeds vaker worden ze weg gezet als negatief denkend en alleen het slechte (willen) zien.

Het is geen wantrouwen dat hen drijft. Het is eerder het (h)erkennen van de menselijke aard om, ongefundeerd, rustig, wijs en kalm over te komen en de realiteit daaronder weg te moffelen. Vaak ook nog ten faveure van zichzelf. Dat ontmaskeren is een belangrijke taak van nieuwsjagers. Dat gebeurt dan ook vaak. Motieven die glashard werden ontkend door graaiende managers, 'kleine leugentjes' die toch veel groter bleken, waanvoorstellingen die directeuren ons voorspiegelden als waarheid; ze zijn er, in grote hoeveelheden. Een reuze-organisatie van kinderdagverblijven die z'n personeel alle rechten ontzegd, regels misbruikend. Overheden met stap voor stap groeiende tekorten. En, niet te vergeten, de regelrecht liegende leiders. Wikileaks? Ik zou denken: het topje van de ijsberg, van de menselijke natuur.

Waar vakantie ontspanning moet brengen, lijkt de spanning niet meer weg te ebben. De ene onthulling is net afgekoeld of de volgende vulkaan gaat knallen. Ik ben altijd al ietwat cynisch aangelegd, maar ik merk dat dat de laatste twee jaar toeneemt. En bij jou?

zaterdag 9 augustus 2014

Almost cut my hair

Niet omdat het weekeinde is. Niet omdat het vakantie is.

Deze blogpost wordt niets. Een korte en eentje zonder diepere gedachte.

De reden is eenvoudig. Voor mij.

Mijn generatie is een van de eerste die opgroeide met 'moderne muziek': rock en roll, en alles wat erna op de radio kwam, soul, ska, reggae. Die bestonden allemaal al, net als jazz en blues, maar ze denderden onze levens binnen. In de leeftijdsfase dat 'je wordt gevormd'.

Hoe waar dat is, merk je je hele leven. Er is muziek die je volledig kan beheersen en er is andere muziek. Iedereen heeft dat. Voor de een klassieke muziek, voor de andere R&R en voor degenen na 'ons' is het er ook; net zo onbegrijpelijk als onze keuze moet zijn geweest voor onze ouders.

Het is alsof er muziek is die in die periode in je lichaam en geest wordt geplant, zo diep kan ze je raken.

Voor mij is het muziek die, zoals ik het zelf maar omschrijf, rauw is, maar vooral emotie in zich heeft. Dat is best ruim. Maar de categorie waar in vak uitkom, is de blues. Maar zeker niet alleen daar. Jazz kan er ook wat van. En zelfs sommige nederlandstalige meezingers of de liedjes van Franse zuchtmeisjes.

Een veelvraat, dus.

En soms raak ik verstrikt in de muziek. Dan begin ik - per ongeluk? - naar een album te luisteren dat me 'pakt'. Maar in die staat blijk je aan die staat verslaafd: na dat ene moet het volgende komen.

Binnen de kortste keren word het dan lastig iets anders te doen.

Vandaar dit blog: een album van lang geleden. Als Neil Young - da's er zo een - samen met Crosby, Stills en Nash muziek maakt. Deja Vu staat op en ik voel alweer de craving need hierna meer van die jankende gitaren en orgels te horen. Of de bas van Shriekback. De slagwerkers van Santana. O, de gitaar van Jimi Hendrix, Neil Young, Joe Bonamassa. De stem van Antoni. En ook...................

Ik ben even weg.

vrijdag 8 augustus 2014

Leesweer

Er zijn van die dingen die je blijven verbazen. Je stapt er makkelijk onbewust overheen. Tot je je er plots even bewust van bent.

De zomer lijkt er een seizoen bij uitstek voor.

Mij overkomt het vooral als ik op een warme dag een boek zit te lezen. Ik kan me één keer echt heel goed herinneren. Niet de titel van het boek, maar het gevoel. Het was een misdaadverhaal dat speelde in Amsterdam ergens in de 19de eeuw. In de winter. Dat is erg belangrijk, geloof ik.

Op die warme dag in een buitenland wás ik plots in koud Amsterdam. Een heel vreemde gewaarwording, die overigens alleen delen van seconden besloeg. Het flitst voorbij.

Echt snappen doe ik het niet. Het is niet dat ik dan echt in het verhaal ben verdwenen. Da's nogal moeilijk in een rumoerige, warme omgeving als een strand of zwembad, ook als je in de schaduw zit. En wat me opvalt: het zijn vrij vaak situaties die zich afspelen in een weer situatie die níet warm is.

Mij doet het nog het meest denken aan 'midden in de zomer denken aan Kerstmis'. Alsof je denkt aan het onbereikbare op dat moment. Op zomerdagen aan de koude van de winter of de storm en regen van de herfst. Dan zou je op koude winterdagen datzelfde effect moeten hebben in omgekeerde richting: tijdens vorstperiodes opgaan in beelden van warme zomerdagen. Soms heb ik het ook bij reclames of films, waarbij bij mij in de zomer reclames over het warmte of het warme weer daardoor averechts werken. Een soort overdosis warmte, terwijl de toekomst de komende maanden er een is van koelte, wind en sneeuw.

Eerlijk gezegd, denk ik dat dat zo ook gaat.

Ik vind het nog steeds een teken van een ideaal klimaat. Als het regent, kunnen we hunkeren naar droogte. Als het koud is, naar warmte. En als het warm is naar regen en wind. Het fijne is dat we ook echt kans maken op realisatie van die wens, want onze klimaatzone kent het hele spectrum (nog, want klimaatverandering schijnt dat te gaan veranderen). Voor mij is dat een vrij plausibele verklaring.

Het verklaart overigens ook waarom ik nooit in bijvoorbeeld Florida zou willen wonen: altijd lente. Hoe vervelend wil je het hebben.

donderdag 7 augustus 2014

Worsteling

Vanwege een nieuw modem dat hogere snelheden mogelijk moet maken, ben ik vanmiddag en vanavond even in gesprek met m'n computers waarom zij die optie van het modem niet zien. Ofwel: ik zit me te ergeren aan het niet voor elkaar krijgen van die snelheid die theoretisch mogelijk is.

De ellende daarvan is wel dat ik me daar dan diep in graaf en niet meer in staat ben binnen een uurtje een blogpost te maken.

De komende weken zullen die wisselend verschijnen in verband met de vakantieperiode. Het is dat u dat weet.

woensdag 6 augustus 2014

Van 9tot5 is gewoon acht uur

Het verbaast me nog steeds dat er geen grote groepen ambtenaren, met knuppels en stokkend zwaaiend, optrekken naar de stadscentra. De reden: belediging.

Het is één van de ergerlijkste uitdrukkingen, vooral bij vacatures: 'wij zoeken medewerkers die geen 9tot5 mentaliteit hebben'. De werkgever die die zin bezigt, moet zich goed (gaan) realiseren wat-i zegt.

Hard aantonen dat het over ambtenaren gaat, zal me niet lukken. Maar er is genoeg ondersteunend materiaal. De tijd dat de uitdrukking opkwam, is het heel gewoon - en leuk, zeg - om grappen te maken over ambtenaren. Die gaan dan vooral over het nietsnuttig karakter van hun werk. Dat dat opgaat voor heel grote groepen medewerkers bij heel grote bedrijven wordt over het hoofd gezien.

Het beledigende zit 'm er in dat wordt gedaan alsof van 09.00 tot 17.00 werken inferieur is. Maar waaraan? En waarom zou het niet juist zijn?

Het is ook een gevolg van de doorbreking van allerlei conventies. Vakantiespreiding. Ontzuiling. En ook de gezamenlijke werktijd - ergens tussen 08.30 en 17.30 uur - zorgden voor uniformiteit. Nederland eet om 18.00 uur; het kantoorlijke deel dan. Want Nederland heeft een dan snelgroeiende formatie 'kenniswerkers', 'witte boorden' of 'kantoorklerken'.

Die mensen werkten netjes acht uur per dag (en waren dus 8,5 uur 'op kantoor'). Niets mis mee, want daarvoor werden ze betaald.

In de protestperiode zet je je uiteraard af tegen 'die burgermannetjes' als je enigszins vernieuwend meende te zijn. Man, man, de creatieve mensen van reclamebureaus; die moesten 'hun flow volgen' en die beperkte zich niet tot kantoortijden. Wetenschappers waren er ook erg goed in, zij het dat die vaak bijzonder laat in de ochtend aan de eerste koffie begonnen. Prima, die flexibiliteit.

Sinds decennia is die flexibiliteit ook ontdekt door werkgevers met mindere bedoelingen. De sociale druk om vooral geen 9tot5-mentaliteit er op na te houden, is sindsdoen enorm. Niemand wil burgerlijk of conservatief zijn. Iedereen doet aan witte voetjes.

En iedereen belazert zichzelf, als-t-i zich zo gedraagt.

Want niemand zal je complimenteren met je inzet. Niemand zal je herinneren als 'die ene die geen 9tot5 mentaliteit had'. Je wordt betaald voor je werk en in een dienstverband staan daarvoor uren per dag. Daarbuiten ligt je eigen leven, waarover je werkgever geen enkele zeggenschap heeft (alhoewel dat waanzinnig snel aan het veranderen is).

Voor flexibiliteit valt uiteraard iets te zeggen. De beste oplossing is als beide partijen een norm hanteren van 'gemiddeld 8 uur per dag', met bijvoorbeeld een bandbreedte van 7 tot 9 uur. Of zoiets. Maar met als uitgangspunt erkenning van wederzijdse belangen en 'dus' een in de gaten houden van een gezond gemiddelde.

Kijk, en daar wringt de schoen ook.

Pas geleden zag ik een personeelsadvertentie voor een, laak ik zeggen, pakjesbezorger. In de vacaturetekst stond, ongelogen, de verwachting dat dat iemand was zonder de infame 9tot5 mentaliteit. In een zwaar onderbetaald beroep, waar stuksbeloning nog een mooi woord is voor de salariëring, wordt dus verwacht dat je maar blijft doorgaan.

Waar de ambtenaren eigenlijk pisnijdig zouden moeten zijn over de - allang verouderde - basis voor de 'uitdrukking', zo zouden werknemers die ermee geconfronteerd worden alsof het een functie-eis is, ook heel pissig moeten zijn.

Jij kent de voorbeelden ook. Van werkgevers die vinden dat je wel langer moet werken, maar nooit korter. Die snappen he-le-maal niets van mensen en van commitment. Wederkerigheid als basis is een stuk verstandiger.

Overigens kun je dat ook de andere kant op verkeerd doen. Ik hoorde er dit weekeinde weer een. Van een werkgever die eiste dat zijn werknemers tijdens de uren dat ze werden betaald op hun werk bleven. Vrij logisch, maar wat-i blijkbaar niet zag, was dat zij loeihard hadden gewerkt als ze eerder weg mochten. Kijk, als je dat níet waardeert, kun je uittekenen wat er gebeurt: het tempo is weg. Want, tja, snel of langzaam werken heeft voor jou toch geen enkel gevolg. Als je er maar bent. Van 9 tot 5.

dinsdag 5 augustus 2014

Het gaat erom wat wíj met ons leven willen

Als ik naar mijn eigen geschiedenis en overwegingen terug kijk, dan zie je het al gebeuren. Verhuizingen en ziekte maakten dat ik precies tijdens de invoering van de Mammoetwet een nieuwe school tegemoet ging halverwege het laatste schooljaar oude stijl.

Een verloren jaar werd het. De nieuwe school vond het - niet onverstandig - beter als ik gewoon binnen de Mammoetwetschoolvormen zou beginnen. Het werd HAVO. Die heb ik gehaald, waarna de vraag opdoemde: en nu? Dat was dus echt 'waarna'. Het zou sociale academie kunnen worden, of HTS Bouwkunde. Ook leuk, zij het dat ik in beide gevallen geen idee had van de inhoud. Het werd HTS en binnen een maand of vier een fiasco. HAVO en HTS sloten op geen enkele wijze aan. De (noodsprong)zet was om 'dan maar VWO' te gaan doen.

In de twee jaar die dat kostte, werd me niet bepaald duidelijker wat ik moest met die 'prachtige toekomst vol kansen en mogelijkheden'. Uiteindelijk ben ik sociologie gaan studeren en tot op de dag van vandaag durf ik niet met 100% zekerheid te zeggen waaróm. Ik had een leraar Maatschappijleer die het vak boeiend maakte. Ik deed enorm veel in het jongerenwerk. En ik had een aangetrouwde neef die carrière maakte als socioloog. En dus werd dat het.

Nooit heb ik er spijt van gehad. Wel heb ik de keuze geregeld verdoemd op de momenten dat weer eens onbegrijpelijke Duitstalige boeken moesten worden gelezen of (onderzoeks)statistiek beoefend. Dat hoort erbij, weet ik nu. Uiteindelijk is het een echte klassieke studie; net als filosofie leidt het op tot niets, niet tot een beroep. Wel tot een levenshouding, een onconventionele manier van kijken en denken (dat, althans, probeer je).

Zo werkt dat dus. Je bent jong en je wilt wat. Maar wat?

Ik heb het bij mijn eigen kinderen gezien, en bij hun vrienden. Vooral jongens leken moeite te hebben met 'leren'. De een na de ander struikelde, haalde z'n studiepunten niet en stapte over naar een andere studie. Zonder zwaarwichtige overweging.

Mijn laatste werkgever zag wel kansen voor inkomsten uit die situatie. Daar werd de redenering gevolgd dat het mogelijk moest zijn, met behulp van techniek, de afwegingen die jonge mensen te rationaliseren. Laat zien wat de arbeidsmarktkansen van een opleiding zijn en jongeren zullen anders kiezen. Zelfs de overtuiging dat de overheid sommige onnutte - op dat momént onnutte - opleidingen zou moeten verbieden. Het zal website nummer zoveel worden als-i klaar is (ik werk er niet meer, maar ga ervan uit dat het project nog steeds bestaat).

In de komkommertijd komt er dan een saillant bericht voorbij van het ministerie van OC&W dat er geen succes wordt geboekt bij het bestrijden van 'verkeerde studiekeuzes'. Men lijkt helemaal verbaasd dat 'oefenstudiedagen'geen effect sorteren. Studenten blijven vasthouden aan hun voorkeur (maar waarderen de inspanningen van universiteiten wel).

In al die gevallen waarin wordt gewerkt naar een betere aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt of van studiekeuze, vraag ik me af wat dat voor mensen zijn.

Zijn ze hun eigen worstelingen vergeten (van sommige weet ik dat ze écht denken die nooit te hebben gehad)? Denken ze echt dat er een perfecte marktwerking en zien ze niet dat die volslagen imperfect is geworden? Hebben ze echt de illusie te kunnen voorspellen?

Of zouden ze een keer moeten toegeven helemaal niet te zijn geïnteresseerd in ónderwijs, maar vooral in het industrieel aanleveren van werknemers? Da's namelijk een principieel andere insteek. 'De arbeidsmarkt casu quo werkgevers vragen werknemers met deze vaardigheden en kennis, en wij leveren dat.'

Mevrouw de minister, er is geen sprake van een arbeids- of opleidingsmarkt die perfect is of zelfs maar kán zijn. Het streven daarnaar door apps, websites of (toelatings)beleid getuigt van enorme naïviteit. Al zet u honderden adviesbureaus in; geen van hen zal een tevredenstellende balans creëeren.

Het ís hard nodig dat de overheid zich eens realiseert dat in (al?) haar beleid het subject is verdwenen. Het gaat over mensen, niet dingen. Het gaat er om wat wíj met óns leven willen doen. Niet wat ánderen met ons willen.

maandag 4 augustus 2014

Hoeveel ben jij waard?

Het zal een jaar of twintig geleden zijn dat we erover spraken. Met een kennis tijdens een conferentie in Lapland, op een enorm brede theatrale trap. Het zijn van die details waarvan je je afvraagt waarom je dát nu nog weet. Maar het is zo.

We hadden het over ambtenaren die 'voor zichzelf begonnen'. Zo werd dat toen genoemd, in de periode van zware bezuinigingen met namen als Bestek '81. Het zal vast zijn gegaan over VWS-ambtenaren zijn gegaan. Met hen hadden we heel veel van doen en het was (is) het ministerie dat bijna permanent in staat van reorganisatie verkeerde. Dat daar onder die omstandigheden nog íets uit kwam, is al een wonder op zich.

Wat ons toen verbaasde, is de gedachte van die ambtenaren dat zij als zelfstandige een mooie start zouden kunnen maken. Die verwachting was bijna altijd gebaseerd op hun netwerk. Dat was groot en invloedrijk.

Hoe zij zich vergisten. Dat netwerk verdampte waar ze bij stonden als zelfstandige. Immers, ze hadden niets meer te brengen, maar kwamen halen. En dat, lieve jongens en meisjes, is een fundamenteel andere positie zoals jullie weten.

Het was een situatie die enorm veel weg heeft van de kretologie die ons nu overspoelt als het gaat om het vinden van kansen, van banen of van opdrachten. Hol is het: "het gaat erom wie je kent". En dus netwerken we onszelf wezenloos, zonder een stap verder te komen.

Social media zijn wat dit betreft net een departement. Het zijn niet de personen die over een netwerk beschikken. Het zijn de medewerkers van een bedrijf die een netwerk hebben. Zo gauw je weg bent bij je adviesbureau, je ontwerpbureau, je gloeilampenfabriek, je onderzoeksinstituut, kalft je waarde enorm af. Niet jij, maar je positie bepaalt je waarde.

Maar al die invloedrijke zelfstandigen dan die via social media opmars maken en maakten? Welnu, de eerste vraag is maar één woord: 'invloedrijk'? Nou, dat valt te bezien. Ik denk dat jij erg veel moeite moet doen om één invloedrijke zelfstandige te vinden, laat staan eentje die invloed via social media verwierf. Bijna altijd is dat invloed binnen een beperkte kring.

Maar stel dat het wel zo is. De vraag die dan komt, is die naar de sterkte van die invloed, de vraag naar de bron ervan.

Je zult merken dat die net zo hard is gekoppeld aan imago als die van de werknemer aan het imago van z'n werkgever. Laat maar eens een discussie lopen waarin de identiteiten van deelnemers anoniem is. Een discussie waarin het alleen gaat om de kwaliteit van meningen, van gesprekvoering. Ik durf te wedden dat een aantal mensen dan enorm door de mand zal vallen; met een gebrek aan empathie, of een gebrek aan constructief denken, of (vooral?) vanwege een gebrek aan argumenten.

Het is een dood-ordinaire vaststelling dat je je enorm kunt vergissen in je eigen status, imago en invloed. Het is niet voor niets dat de ouden spreekwoorden hebben als dat je je echte vrienden pas leert kennen in tijden van crisis.

Dit blog bevat wel meer posts die rond het thema wentelen: wees jezelf en zorg dat je netwerk zich aan jou als persoon hecht. Dat impliceert dat je je ook als persoon moet (durven) presenteren. Ja, dat betekent ook 'boos', 'verdrietig' en 'niet-wetend'.

Want anders ben je niets meer dan een representant van net zoiets als een bedrijf: volslagen onnuttig als puntje bij paatje komt omdat de waarde dan ineens in de lucht blijkt te hangen.