maandag 3 november 2014

het rare aan sex

Soms kom ik geheel onbedoeld en geheel onverwacht op websites terecht met allemaal naakte vrouwen, van hele dikke tot en met de mooiere uitvoeringen. En allemaal kronkelen en doen ze hun best er verleidelijk uit te zien. Uiteraard kijk ik nóóit verder als ik ermee wordt geconfronteerd.

Waar de leugen zit, mag je zelf uitknobbelen. Maar het is waar dat ik de dames geregeld zie. Het is een soort van plaag. Ik bén helemaal niet op zoek naar hen. Als keurige saaiige middenklasse huisvader zoek ik soms legale bestanden met boeken of muziek. Die bestaan echt. Als je afgaat op het beschikbare zou je zelfs kunnen denken dat er heel veel is. Ga je echter af op je eigen smaak, dan blijkt het enorm magertjes. Een beetje zinnig mens is veel sneller klaar door te kópen. Dat doe ik dus óók.

Maar goed. Het is een nieuwe, een andere wereld. Eentje waar je dingen vindt, waarvoor je elders (nog) betaalt. Dat kan dus nooit goed zijn. Voor het gemak wordt vergeten dat er niets menselijkers is dan delen. Het is alleen stukken eenvoudiger geworden. Maar de langspeelplaat die, van een vriendje geleend, op een tape werd gekopieerd, werd óók gekopieerd. Boeken - kóstbare - die op universiteiten werden gekopieerd, werden gekopieerd; omdat je je anders blauw betaalde voor soms maar één of twee hoofdstukken.

Allemaal illegaal.

Da's best grappig, want daar hoort een reactie bij die neerkomt op vervolging. Maar nee, de oplossing is dat iedereen op voorhand wordt gecriminaliseerd doordat er een 'heffing' komt. Moet je je verder niet over opwinden, maar raar is het wel. Het effect, denk ik, is dat veel mensen van de weeromstuit steeds dwarser worden. Ik stel me voor dat je dan zo redeneert: "als jij, overheid, dan alles juridiseert, dan mag ik dus doen wat ik wil tenzij expliciet verboden". Inderdaad, een wat bizarre figuur, maar desalniettemin dichtbij de realiteit, denk ik. Geheel voorspelbaar ontstaat een schemerwereld.

En juist dat is aantrekkelijk; iets met verboden vruchten. Het in die schemerwereld verkéren, is wellicht nog een grotere drijfveer dan het vaak verkondigde idee dat het om financeel-criminele overwegingen gaat. Niet wíllen betalen? Of omdat het spannend is, iets samenzweerderigs.

Enfin. Dergelijke schemerwerelden zijn ook prima voedingsbodems voor schemerondernemers. In de fysieke wereld is dat niet anders. Bootleg-albums gingen in eerste instantie ónder de toonbank over. De vieze boekjes ook.

77-de-lach

Een schemerwereld. Wat mij opvalt aan het deel dat over sex gaat - de films, boekjes, muziek en foto's - is dat er zo'n enorm aanbod is. Het is werkelijk een plaag (en grotendeels nog steeds heel conservatief een handel in vrouwenvlees). Natuurlijk zijn er veranderingen. Uiteraard het bewegend beeld. Maar vooral de diversificatie. Inmiddels moet het aanbod de meest exotische voorkeuren bevredigen, ook walgelijke. Met slogans als 'de geile buurvrouw in jouw postcodegebied' wordt de eerzame huisvader verleidt. Tot mijn verbazing moet het nog iets opleveren ook, want die sites zijn er nog steeds. Het blíjft frappant, dat 'sex sells'. Want als ik op mijn eigen smaak af ga, zie ik maar heel zelden iets moois. Maar misschien moet ik beter zoeken.

Opvallend is wel dat je in de schemerwereld wel verzoekjes kunt plaatsen, voor muziek, boeken, films, software en 'erotiek'. Je hebt gelijk, die zijn niet allemaal legaal. Maar het gaat me om iets anders. Want er doet zich in de categorie 'erotiek' iets opvallends voor: daarin is de vraag heel klein tot afwezig. Maar het aanbod is veruit het grootst! Echt, de afstand vraag-aanbod is daar belachelijk groot.

Het roept wel de vraag op hoe dat mechanisme werkt: is het de vraag die aanbod genereert, of creëert het aanbod een vraag?

zondag 2 november 2014

Mood swings

Prachtige woordcombinatie. Mooier zelfs dan z'n Nederlandse equivalent 'stemmingswisselingen'. Het voordeel is ook dat de engelstaligen meteen twee betekenissen erbij krijgen.

Het lijkt me geen gekke aanname dat ook jij dit kent. Je stapt je bed uit. Met een ontzettend rothumeur. Er is nog niets gebeurd, nog niets gedaan, maar jij bent al helemaal gevuld met chagrijn. Overweldigend chagrijnig. Met het verkeerde been uit bed gestapt, heet het.

Maar ik heb het ook op andere momenten ervaren. Een vreemde ervaring; je zit in een trein, een bus, op een fiets en plots begin je je anders te voelen. Dat je vrolijk wordt van de zon en de lentegeur, is voorstelbaar. Maar wat nu de reden is dat je chagrijnig of somber wordt terwijl je fietst?! De psycholoog zet daar dan vaak een cognitieve gedragstherapie tegenover, als het te gek wordt. In essentie: je praatte het jezelf aan.

Zoals met alles is het een kwestie van en/en. De meesten van ons zijn voorzien van een wisselend humeur, een gemoed dat kan veranderen. Het zijn de uitbijters die voor problemen zorgen: de mensen die van extreem vrolijk in één vloeiende beweging doorgaan naar extreem somber. Manisch én depressief moeten niet te ver uit elkaar liggen. Er is een soort gezonde bandbreedte en een ongezonde.

Dat heet 'leven'. Een mix voor voor- en tegenspoed. Dynamiek is het sleutelwoord.

Voor mij is het nog steeds één van de fascinerendste aspecten van digitale communicatie. Als je een poos social media volgt, bekruipt je een gevoel van onechtheid, van toneelspel. Alsof iedereen altijd succesvol en vrolijk is. Dat kán helemaal niet. Maar blijkbaar is het ook voor de open-geestmensen die veel social mediagebruikers in principe moeten zijn, te veel gevraagd hun chagrijn te laten zien.

Overigens denk ik dat het niet direct aan social media is te koppelen. Eerder is het zo dat we in een tijd leven waarin cynisme, scepsis, kritiek en weerwoord niet echt op waarde worden beoordeeld. De cynicus wordt gedoogd als-t-i ook maar leuk-cynisch is.

Het leidt er allemaal wel toe dat we ons in een tunnel(visie) wurmen waarin bijna dwingend wordt genormeerd. Hoe vaak lees of hoor jij anderen zeggen: 'Benader het nu eens pósitief!'. Alsof humeurig zijn geen echte emotie is.

Alsof humeurig zijn niet de uiting kan zijn van een gevóel van onjuistheid, onvrede of geminacht te worden.

zaterdag 1 november 2014

De machtige is oud

Geloof jij in parallelle werelden? Echt niet? Ook niet in een heel klein hoekje van je hersenpan waar de hoop is gehuisvest?

Niet dat ik er nú in geloof, maar ik zou het wel enorm leuk vinden als ze wél bestonden. Ikzelf zal er dus niet naar gaan zoeken. De opportunist in mij houdt wel de deur open. Vanwege de opwindende gevolgen van zo'n ontdekking.

Waar ik wél in geloof, zijn onzichtbare grenzen. Soms keihard, haast ondoordringbaar. Die suffe dingen zijn net zo onvoorstelbaar als parallelle werelden. Het zijn de sociale groepen. Wie hoort bij wie. Wie kent wie. Wie doet het met wie; zakelijk dan.

Sociologen zijn niet zo van de starre structuren. Sociale groepen zijn dan ook in hun ogen flexibel doordat mobiliteit bestaat. Je kunt jezelf op werken. Dan ga je van een lage sociaal-economische laag naar een hogere. Dat is echter een criterium dat eerder economisch is als sociaal. Of je echt wordt geaccepteerd in die nieuwe laag, is de vraag. Past dat 'nieuwe geld' wel bij de mores van het 'oude'? In Wassenaar kwam ooit de familie Van Breukhoven wonen. Die voldeed wel aan de financiële randvoorwaarde van 'rijk en ondernemend'. Maar Conny reed rond in een rose Bentley. Een rose! Kijk, dát is dus verkeerd. Da's vermomd plebs, da's 'die met die enorme borsten', Vanessa. Dat toenmalig minister Smit-Kroes 'nogal luidruchtig' een plek vooraan opeiste in de lokale Albert Heyn - en in mijn ogen dan minstens net zo 'plebs' is - bleek volgens ongeschreven regels van een andere orde.

Je snapt 'm vast. De glazen plafonds. De in- en out groups. De wij- en zij-cultuur. Old boys. Vrienden voor het leven.

'Voor het leven'.

Da's een interessante. We dénken dat we weten wie invloed heeft op de weg die het rollend balletje heeft. Dat zijn wijzelf, als kiezers. Dat zijn anderen, de groot-kapitalisten als het gaat om de economie. Dat zijn rechters, als het gaat om de rechtsregels. Dat zijn de 'mensen in functie', de zichtbaren.

De onzichtbaren zijn echter wellicht van grotere betekenis. Ik heb me weleens voorgesteld hoe dat gaat met de captains of industry, de politici, de maatschappelijke bovenlaag. Ik beweer dat mensen die werkloos worden niet van de ene op de andere dag nutteloos zijn geworden of niet meer over kennis beschikken. De werkloos geworden fotograaf kan een dag later nog steeds net zo goed fotograferen. Die gedachte bracht me na een paar jaar tot deze blogpost, en alles wat daaruit volgde.

Precies datzelfde gebeurt met de machthebbenden. Als zij 'pensioneren' veranderen ze niet plots in machtelozen. Het is niet zo dat ze er van de ene op de andere dag niet meer toe doen. Het verschijnsel zie je in de politiek soms terug als oud-politici zich gaan bemoeien met 'hun' partij. In het publieke deel wordt dat advies beleefd aangehoord, of soms bruut weggezet als 'commentaar van een dinosauriër'. Dat is echter helemaal niet relevant. Voor de bühne gebeurt wel zoveel dat dat overduidelijk toneelspel is. Dé vraag is hoe de hazen búiten beeld lopen.

Het is lastig, zo niet onmogelijk, in beeld te krijgen. De essentie van informele netwerken is immers dat ze informeel, ongrijpbaar, zijn. Wát wordt besproken tussen vrienden blijft tussen vrienden als zij dat willen.

Die onzichtbare wereld van afspraken en relaties is echter wel de wereld die bepaalt hoe de zichtbare er uiteindelijk uitziet.

Innovatie wordt vaak voortgestuwd door jonge, ambitieuze mensen; mensen met idealen en visie. Maar ook mensen met het niet-relevante netwerk. Dat is dan ook precies wat vaak gebeurt: de gevestigde orde wacht af, want de vernieuwers lopen zich dood op die onzichtbare obstakels. Alleen als vernieuwing past, zal ze kans maken. Het is dan wel de vraag waarín of waarbíj ze past. En het zijn meer dan we wellicht denken óude mensen die daarin bepalend zijn.

vrijdag 31 oktober 2014

Halloweenwanen

Vanavond hebben we in onze buurt weer Halloween gevierd; een echt import-feest uit de door mij niet bepaald geïdealiseerde Verenigde Staten. Toch is iedere keer weer enorm leuk.

Mij doet het denken aan de Zwarte Pietdiscussie.

Ik kan me goed herinneren dat Halloween hier voor het eerst is gevierd. En dat ik twijfelde of het wel zo'n goede ontwikkeling was: 'zo'n Amerikaans feest. We worden een aftreksel als we niet opletten, alsof alles wat daar gebeurt per sé goed is". Een goed voorbeeld vin dik het niet. Een land met waanzinnige aantallen gedetineerden én de hoogste criminaliteitscijfers. Een land met de makkelijkste toegang tot krediet en de hoogste particuliere schuldenlasten. Een land met de technisch beste zorg en de meeste inwoners die géén toegang hebben tot fatsoenlijke zorg. Geen ideaal voorbeeld, rolmodel, dat icoon van het vrije marktdenken.

Ik beken. Ook ik dacht dat álles daar wordt gedomineerd door de kapitalistische Mammon: winst. Je ontwikkelt dan, min of meer onbewust, een beeld, een vooroordeel dat in die situatie niemand iets belangeloos doet. Rationeel wéét je dat dat nooit zo absoluut kan bestaan. Maar toch.

Halloween kón dus niets zijn, niets anders dan een poging om ons weer meer geld af te troggelen. Net als Moederdag, Vaderdag, Secretaressedag of al die andere ...dagen is Halloween alleen maar geïntroduceerd om aan te verdienen. In de Verenigde Staten zíjn het ook grote feesten, met de allure van carnaval. Groot en uitbundig.

Bij ons is het een kinderfeest. Dat is ook het allermooiste eraan: die kinderen die in het donker door de buurt lopen op zoek naar griezels, die zichzelf zo griezelig mogelijk verkleden. Dat het rond 19.00 is, zal ze bommen: het is donker en eng. En je krijgt snoep. Dat snoep is wel belangrijk. Het gebeurt vaker dan je verwacht dat er jochies (ook 14/15-jarigen) voor je deur staan die het spel niet snappen omdat ze het blijkbaar nooit meekregen in hun culturele traditie. Die staan dan voor je deur met niet meer dan de zin: "Geef me snoep". Maar de kleintjes overheersen nog steeds.

Wat ik van Halloween meemaak, is evenmin een feest dat wordt opgedrongen door 'de commercie'. Eerder is het zo dat de grootgrutters en snoephandels aansluiten bij een kans die zij zien ontwikkelen. Vreemd is het ook niet. Vaderdag is iets wat je in gezinsverband kunt vieren. Dát kun je als marketeer makkelijker beïnvloeden. Maar de essentie van Halloween is het straatgebeuren. Dat maakt het moeilijker. Want je kunt wel snoepjes in huis halen voor Halloween, maar als er geen kinderen langskomen is dat toch ietwat ridicuul. Andersom: langsgaan en nergens iets krijgen gaat evenmin stimulerend werken om het volgend jaar nog eens te proberen.

Halloween - en het Noordhollandse Sint Maarten - gedijen alleen als de groep, de buurt meedoet. De kinderen moeten door de buurt kunnen gaan en een reële kans hebben op snoep (of een vuile onderbroek, want dat alternatief bestaat). Daar ligt de basis.

Natuurlijk ontwikkelt Halloween zich. Winkeliers zíen kansen en proberen die te pakken. Feest-organisaties zien kansen en proberen die te pakkken. In dat opzicht komen de Verenigde Staten weer een stap verder ons land binnen. Ongetwijfeld gaan zich actiegroepen daartegenaan bemoeien. Want alles uit de VS is verfoeilijk.

Maar als ik eerlijk probeer te zijn dan is Halloween een anderhalf uur durend kindermoment. Niets meer, niets minder. Ik blijf sceptisch over die "grote broer" en zijn invloeden. Maar of dat reden mag zijn om kínderen iets leuks te ontzeggen? Nee. Dan moet ik even over mijn volwassenen-zienswijze heen stappen en me verplaatsen in 'het kind'.

dinsdag 28 oktober 2014

Wees een Machiavelli

Eén van de grootste complimenten die ik afgelopen twee jaar kreeg, was dit: "Jij manipuleert niet. Je spant mensen niet voor je karretje. Je gebruikt ze niet voor je eigen belang." Het was niet eens bedoeld als compliment. Dit is wat een groot loopbaanbegeleidingsbureau bij monde van een medewerker me antwoordde toen ik 'm vroeg hoe het toch kwam dat je (ik) vaak met lege handen achter blijft als je samenwerkt.

Het klopt.

Het is een zwaar ondergewaardeerd fenomeen. Dit lijkt de periode van onbegrensde mogelijkheden. De periode waarin iedereen met een goed idee een serieuze poging kan doen dat te verwezenlijken, vooral als er 'tech' bij is betrokken. Ik schreef er al eerder over. Links, rechts, boven en beneden zien mensen kansen; kansen om mee te scoren. De modernste inzichten gebruiken prachtige namen als Lean Startup, maar zijn in essentie niet anders dan wat ondernemers ondernemer maakt: het lef om te starten en bij te sturen richting winst. Niet eerst uitdenken of doordenken. Dóen.

Veel daarvan is gebaseerd op ideologie, een afzetten tegen de gevestigde orde en de conventionele aanpak. "Wij doen het anders." Daar doet zich iets vreemd voor. Want het blijkt een flinterdun laagje, die 'andere, nieuwe aanpak'. In de loop van de tijd blijken veel initiatieven kapot te slaan op de rotsen van de gevestigde orde of zich te bekeren tot geloof in de conservatiefste van de oude waarden: géld verdienen.

Ik durf te wedden dat over een jaar of twintig een groot aantal idealistische ondernemers aan de andere kant van de lijn zijn beland; zoals ook de jaren zestig-idealist is opgeslokt. Wat rest - en dat is wel degelijk belangrijk - is de póging op een andere manier te werken: coöperatief, ad hoc en in netwerken. Maar pas als 'geld' in al zijn perversiteit wordt ontmaskerd, zal dat echt mogelijk worden.

In de tussentijd gaan heel veel mensen beschadigd worden.

Het zullen nog steeds de grote bekken, de ego-trippers, de zelfvoldanen en de manipulatoren zijn die 'winnen'. Winnen, in de huidige vervliegende betekenis van het woord: zij zullen verdienen, zij zullen aandacht krijgen en zij zullen daaraan macht ontlenen. We zullen wolven in schaapskleren zien. Dat klinkt zwartgallig. Maar ik denk het te zien gebeuren, stukje bij beetje. De wolven bevinden zich in een Land van Overdaad; een land waar schapen 'delen' vanzelfsprekend beginnen te vinden zonder zich druk te maken over wie wat doet met het gedeelde.

Wentelen in weelde - of dat nu fysiek of virtueel is, juwelen of geluk zeg maar - is blijkbaar een menselijke voorkeur. Het maakt het huidig tijdsgewricht woest en gewelddadig. Want oude waarden en normen botsen nu met mogelijk nieuwe. Die botsing is echter een frontale. Of is het een slim opnemen (assimileren) van nieuwe mogelijkheden door feitelijk conservatieve ondernemers?

Wat ik je brom: in de komende jaren zullen veel ideeën van eigenaar wisselen. Erger dan ooit zal er worden gejat en geclaimd. Het wrange zal zijn dat de nieuwe denkers helemaal gelijk hebben: een gedeeld idee hééft meer en dus betere kansen realiteit te worden. Het ironische ervan is dat degenen die daarvan profijt zullen trekken, juist níet de innovatieve denkers zijn maar de surrogaat-innovatoren.

Me dunkt, toch weer iets om over na te denken.

zondag 26 oktober 2014

De omgekeerde stad

Verandering is leven. Wat niet verandert, ís dood of gáát dood. Survival of the fittest: niet de sterkste maar de best aangepaste (fittest) overleeft.

Deze verwarring wordt grotendeels toegeschreven aan de gewijzigde betekenis van fittest. Toen deze term ontstond in Engeland betekende fittest vooral meest passend (to fit → passen) of het geschiktst in tegenstelling tot in de beste fysieke conditie.


Veranderende betekenis is vaak een bron van ellende; zeker als-i bewúst wordt toegepast.

Het naakte feit dat een stad als Leiden aan city marketing doet, is op de keper beschouwd een veeg teken voor de inwoners. Tal van initiatieven zijn bezig met het verkopen van de stad. Waar marketing zich richt op 'klantrelaties' doet zich echter iets opvallends voor. De klant is primair niet de inwoner. De klant is de toerist, de dagjesmens, de winkelende mens, de congresbezoeker, degene van búiten de stad.

Daarmee is de stad omgekeerd. Was het decennia geleden nog de plek waar werd samengewoond, -geleefd en -geproduceerd in de vorm van een samenleving, is het nu een productiemiddel geworden. De stad als onderneming, als bedrijf. Niet de inwoner, zijn voorkeuren en belangen zijn richtinggevend, maar het daarvan losstaande belang van de vreemdeling. Dat impliceert principieel vervreemding in de stad. Waar ooit mensen naar Leiden kwamen omdat ónze sfeer hen beviel en aantrok, nu wordt de sfeer aangepast aan hún wensen. Dat in toeristische kernen als Amsterdam en Barcelona de inwoners de stad hún stad niet meer vinden, is in dat licht geen onverwachte ontwikkeling. Ook Leiden loopt dat risico.

Een stad is van en voor z'n inwoners. Dat kan inderdaad frustrerend zijn op het moment dat de resultante daarvan niet jóuw gewenste resultante is. Wellicht ís een stad als Leiden wel een slaperig provinciestadje en niet een creatieve broedplaats of dynamisch cultureel centrum. Soit. Incasseren, dus. Maar nooit proberen om die stadsgeest te ontkennen en tóch iets anders te maken. Daarmee vervreemdt je.

Ik denk dat (veel van de) stads- en burgerinitiatieven daaraan leiden: een vervreemding van de stad, die zij zien als een neutraal, kneedbaar geheel. Waarin niet de gevolgen voor het samenleven, maar wel voor 'de toerist' of 'de economie' aandacht krijgen. Dan heb je de stad omgedraaid, ten dienste van andere belangen. Zonder dat uit te spreken.

Het is het eeuwig probleem van (sociale) verandering en vernieuwing. Dat gaat altijd gepaard met die survival of the fittest, overal en altijd.

Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur. Kapitalisten, fascisten en nazi's gebruikten dit argument om hun imperialistische aspiraties te verdedigen.


Het laadt verantwoordelijkheid op jouw schouders; als je verandering wilt bewerkstelligen. De verantwoordelijkheid serieus aandacht te schenken aan degenen die géén voordeel zullen behalen, degenen die nádeel zullen ondervinden en degenen die geen stem hebben. Je mag het ook 'eerlijk spelen' noemen. Niet voor niets kost verandering tijd. Die is nodig voor gewenning en overdenking. Een stad leeft langzamer dan een beleidsnota bestaat.

vrijdag 24 oktober 2014

Kaart van Griebus Gebieden

Persoonlijk ben ik fan van dit jaargetijde, de herfst. De periode met z'n stormen, z'n miezer, z'n mist, z'n stortregens en vooral z'n loodgrijze schemers. Het is de periode van de dood en de aftakeling. En daarmee één van de twee seizoenen die het leven benadrukken. De andere is de lente, waarin alles weer ontstaat. De temperatuur is nog niet zo laag als dat-i in de winter kan zijn. Het weer bevindt zich nog niet in de klauwen van het 'stabiele' zomer- of winterweer. Alles beweegt en lijkt zich gehaast op te maken om weg te kruipen voor de winter.

Een dunne miezer druilt over Leiden neer en hult de stad in grijs.

Twijfelweer. Is de miezer serieus genoeg om voor regen te worden aangezien en een regenpak aan te trekken, een paraplu mee te nemen? Of loop je daarmee vooral te sjouwen? Zelfs de straatverlichting twijfelt, zo lijkt het, en gaat ogenschijnlijk te laat aan waardoor er een korte periode ontstaat waarin kleur wordt weg gezogen en low key overheerst. Film noir.

In die situatie wordt je meegezogen, mits je enigszins gevoelig bent. De melancholie van het beeld. De ondefinieerbare herinneringen aan huiselijke warmte. De plots aanwezige aandrang 'lekker eten' te maken. Alsof 'gezelligheid' een (vergeten) herfstgroente is.

Op straat valt - mij althans - op die dagen op dat het er ook andersoortige plekken zijn, de griebus gebieden. Zeker als de schemerperiodes samenvallen met het uitgaan van de kantoren vallen ze mij weer op. De weggetjes en pleintjes waar de duisternis al is en een late eenzame persoon zich doorheen spoedt. Griebus omdat de omgeving een onaangename sfeer heeft. Een van dreiging. Een van onoverzichtelijkheid, van rommel, van een gebrek aan menselijke interesse. Een griebus.

Het verbaast me al enkele jaren dat er geen overzichten zijn van die Griebus Gebieden per stad. Wat er wel (soms) is een geplotte kaart met statistische gegevens. Dat zijn de plekken waar werkelijk iets onrechtmatigs gebeurde (én gerapporteerd). Het zijn níet de plekken die als 'eng en gevaarlijk' worden erváren. Terwijl juist die ervaring bepalend is voor een veiligheidsgevoel. Of ken jij die ervaring niet? Die van 'dat ene straatje waar vaak wordt gevochten', 'dat steegje waar het pikkedonker is', of 'dat pleintje waar alleen maar tuig woont'? Iedereen kent het. Niet iedereen zal het toegeven. Maar da's een ander verhaal.

Als je aan innovatie denkt, zou een online Griebus Gebiedenkaart een werkelijk maatschappelijk relevante zijn. Hij zou immers de beleving van de stad in beeld brengen. Als iemand er eentje van en voor Leiden kan maken; ik ben benieuwd wat de Leidenaar dan als griebusgebieden aanwijst.