Posts tonen met het label herfst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herfst. Alle posts tonen

vrijdag 24 oktober 2014

Kaart van Griebus Gebieden

Persoonlijk ben ik fan van dit jaargetijde, de herfst. De periode met z'n stormen, z'n miezer, z'n mist, z'n stortregens en vooral z'n loodgrijze schemers. Het is de periode van de dood en de aftakeling. En daarmee één van de twee seizoenen die het leven benadrukken. De andere is de lente, waarin alles weer ontstaat. De temperatuur is nog niet zo laag als dat-i in de winter kan zijn. Het weer bevindt zich nog niet in de klauwen van het 'stabiele' zomer- of winterweer. Alles beweegt en lijkt zich gehaast op te maken om weg te kruipen voor de winter.

Een dunne miezer druilt over Leiden neer en hult de stad in grijs.

Twijfelweer. Is de miezer serieus genoeg om voor regen te worden aangezien en een regenpak aan te trekken, een paraplu mee te nemen? Of loop je daarmee vooral te sjouwen? Zelfs de straatverlichting twijfelt, zo lijkt het, en gaat ogenschijnlijk te laat aan waardoor er een korte periode ontstaat waarin kleur wordt weg gezogen en low key overheerst. Film noir.

In die situatie wordt je meegezogen, mits je enigszins gevoelig bent. De melancholie van het beeld. De ondefinieerbare herinneringen aan huiselijke warmte. De plots aanwezige aandrang 'lekker eten' te maken. Alsof 'gezelligheid' een (vergeten) herfstgroente is.

Op straat valt - mij althans - op die dagen op dat het er ook andersoortige plekken zijn, de griebus gebieden. Zeker als de schemerperiodes samenvallen met het uitgaan van de kantoren vallen ze mij weer op. De weggetjes en pleintjes waar de duisternis al is en een late eenzame persoon zich doorheen spoedt. Griebus omdat de omgeving een onaangename sfeer heeft. Een van dreiging. Een van onoverzichtelijkheid, van rommel, van een gebrek aan menselijke interesse. Een griebus.

Het verbaast me al enkele jaren dat er geen overzichten zijn van die Griebus Gebieden per stad. Wat er wel (soms) is een geplotte kaart met statistische gegevens. Dat zijn de plekken waar werkelijk iets onrechtmatigs gebeurde (én gerapporteerd). Het zijn níet de plekken die als 'eng en gevaarlijk' worden erváren. Terwijl juist die ervaring bepalend is voor een veiligheidsgevoel. Of ken jij die ervaring niet? Die van 'dat ene straatje waar vaak wordt gevochten', 'dat steegje waar het pikkedonker is', of 'dat pleintje waar alleen maar tuig woont'? Iedereen kent het. Niet iedereen zal het toegeven. Maar da's een ander verhaal.

Als je aan innovatie denkt, zou een online Griebus Gebiedenkaart een werkelijk maatschappelijk relevante zijn. Hij zou immers de beleving van de stad in beeld brengen. Als iemand er eentje van en voor Leiden kan maken; ik ben benieuwd wat de Leidenaar dan als griebusgebieden aanwijst.

maandag 30 september 2013

Zeilende bla'ren

Eens per jaar, in de herfst, gebeurt het. Minstens één keer. Dat je over één van de leidse grachten fietst - jazeker kan dat. Hier heten de straten langs de gracht óók zo - en dat je wordt overspoeld met tevredenheid.

Afgelopen week was een topweek; een oudewijvenzomerweek: zonnig en nog lekker warm. Wie daarvan niet heeft genoten, is of reddeloos verloren of leidt aan een serieuze depressie.

In Leiden hebben we grachten te over, mooie en lelijke. Lelijk zijn alle grachten - straten en pleinen - waar geen bomen staan. De Leidse Breestraat is vanwege die ontbrekende bomen oerlijk. Het Leidse Stationsplein?! Idem. Een chronisch tekort aan bomen.

Maar er zijn ook wonderbaarlijk mooie. Waar alle gidsen het Rapenburg tot "de mooiste gracht van Nederland" bombarderen, zijn er toch echt mooiere plekken. Maar wel met minder statige en prestigieuze bebouwing. Wellicht dat dat een rol speelt.

Als je ooit dat Rapenburg bezoekt; één van die mooiere plekken is een zijgrachtje, de Vliet. Misschien honderd meter lang - en met één lelijk pand, een school - maar met twee mooie bruggetjes, waarvan één de toegang was voor de Geuzen.

Steek je de singel over dan kom je op de Jan van Goyenkade.

Photo 30-09-13 19 10 50

Dát is voor mij de waarschijnlijk mooiste gracht van Leiden, in het bijzonder als je richting binnenstad loopt. Halverwege ligt een hoge houten voetgangersbrug met een steile trap en fietsgoot. Als je ooit de verfilming van Een Vlucht Regenwulpen hebt gezien, dan ken je deze brug. De brug van de kus.

Ik heb de luxe de Jan van Goyenkade vaak te moeten fietsen, naar de binnenstad. Dat betekent dat je de gracht onder verschillende weerscondities ziet: in de regen, de wind, de sneeuw, de mist. Vooral 's avonds, als het gelige licht van de straatlantaarns een rol speelt, is de gracht mysterieus mooi bij sneeuw of in de mist.

Van de week was dat weertype niet beschikbaar. Het was stralend nazomerweer.

De bomen - vandáár dat die noodzakelijk zijn voor een móóie gracht - tooiden zich al in herfstkleuren: rood, geel en bruin, gerimpeld en droog. Met een zuchtje wind dwarrelen ze naar beneden om daar een altijd mooi beeld te vormen. Hoe bladeren ook vallen: een dek van gevallen bladeren is net een dek van sneeuw. Een verzachting van de harde realiteit die eronder is verstopt geraakt.

Die bladeren dwarrelen, ook de gracht in.

Dat is het moment waar je even de fiets voor stil zet. Als de bladeren net in water zijn gevallen en nog niet doordrenkt met water, dan lijkt het alsof er honderden zeilscheepjes op het water drijven. Zeilscheepjes die bewegen op de zuchtjes wind en die soms worden verlicht door zonnestralen die tussen de langzaam kalende boomtakken heen piepen.

Het zijn korte perioden dat de gracht zich zo toont. Na een paar dagen zijn de dode bladeren doorweekt. Het zeilen der bla'ren komt dan tot een eind.

Weemoed?! Nee, de schoonheid van de herfst.