zondag 30 september 2012

De wijsheid van Ali B.

Een echt heel erg groot fan van Ali B. zal ik niet snel worden. Het lijkt me een aardige jongen. Maar rap en hiphop... nee, dat vind ik niks. Wellicht dat ik daarom ook niet zo'n hoge waardering geef voor Ali B. Op Volle Toeren. Het verhiphoppen van bestaande 'klassiekers' vond ik in de helft van de gevallen absoluut geen toegevoegde waarde hebben.

Even tussendoor en voor de duidelijkheid: anders is het als je in het programma naar de gesprekken luisterde. Wat mij daarin opviel, is de generatiekloof. Muzikanten die in de jaren zestig, zeventig en wellicht nog tachtig nog populair waren, waren dat voor Ali en zijn kornuiten absoluut niet. En waarom ook? In dat verband: zoiets als de Top2000 leidt ook aan zo'n vanzelfsprekende, onuitgesproken, ontkende(?) oriëntatie op die periodes. Alsof er daarna niets meer gebeurde.

20120930-193413.jpg

Maar goed. Ali B. had ik een beetje geplaatst in de categorie charmante en zo op het oog vriendelijke mensen. Of hij dat in werkelijkheid echt ís? Geen flauw benul. Maar hij kan wel de indruk wekken zichzelf te blijven en te zeggen wat hij denkt. Een soort van Frans Bauer. Maar dan anders.

In de afgelopen week was Ali B. te gast bij De Wereld Draait Door. Daar ging het gesprek over de kwaliteit van Zomergasten en de kwaliteit van de presentator, Jan Leyers. Die gesprekken hebben inmiddels de status van ongeloofwaardig ritueel bereikt, zo vaak als dat ze jaarlijks worden gevoerd met hetzelfde type opmerkingen. Alsof Nederland in de zomer op zoek is naar die ene superpresentator. Net zoals Nederland dan smachtend wacht op die ene superzomer, die iedereen zal heugen als dé zomer. En waarvan we eigenlijk allemaal weten dat-i niet bestaat.

20120930-193438.jpg

In die situatie kwam Ali B. heel treffend uit de hoek, en eigenlijk ook snoeihard naar al die critici die Jan Leyers 't een of 't ander verweten. Naar Ali's mening is Zomergasten, een gesprek tussen twee personen, een verantwoordelijkheid van béiden. Dat er één gastheer is en de voortgang bewaakt, ontslaat de ander niet van zijn verantwoordelijkheid openingen te bieden voor het gesprek.

Dat is een wijs standpunt. Als je akkoord gaat met zo'n gesprek, dien je ook bereid te zijn iets van jezelf bloot te geven. In tegenstelling tot een kruisverhoor, wat meestal onvrijwillig plaatsvindt, gebeurt dit geheel vrijwillig en met een bekende intentie. Ali heeft dan ook helemaal gelijk als hij stelt dat ook de gast een verantwoordelijkheid heeft.

Het aardige is dat de uitzending van De Wereld Draait Door ook scripting aanstipte, zoals gebruikt in gespeelde documentaire-achtige programma's. Alhoewel de bedoeling is een ongeregisseerde registratie te insinueren, is álles uitgeschreven en geregisseerd. Blijkbaar is het eenvoudiger de 'werkelijkheid' naar je hand te zetten dan hem echt te registreren. En da's een hellend vlak.
Begint dat met een onschuldige 'herhaling van zetten' vanwege een beter plaatje of geluid; het kan eindigen met een gesimuleerde situatie die slechts heel zwakke ankers in de werkelijkheid heeft. Motivatie kan uiteraard best kostenbeheersing zijn, maar nadat een eerste keer de werkelijkheid is aangetast is voor een neutrale kijker de integriteit in zijn algemeenheid aangetast. Want, ja, wat is dan nog waar?

Het zal voor echte documentairemakers steeds moeilijker worden te overtuigen. De kans is groot dat kijkers steeds meer op voorhand wantrouwig gaan worden. Maar wat ook wellicht zal gebeuren, is dat de eisen die kijkers stellen aan documentaires steeds hoger worden: 'Geen mooie opnamen van wilde dieren? Geen ultra slowmotion van insecten? Dan kijk ik niet. Dan is 't niks.'

Wat dat betreft, heeft Ali B. meteen een vraagteken geplaatst bij het aloude uitgangspunt 'wat ik zie, is waar'. Want hoe waar, ís waar?

20120930-193503.jpg

zaterdag 29 september 2012

Leg me 'ns uit

Kijk. Daar heb je weer zoiets wat ik niet (goed) snap.

Medicijnen.

Tegen mijn rugpijn kreeg ik ooit diclofenac. Op doktersvoorschrift. Tegen de jicht krijg ik tegenwoordig ook diclofenac. Op doktersvoorschrift. En nee, maak je geen zorgen: ik gebruik ze zeer af en toe. Want de huisarts maakte me duidelijk dat diclofenac dan wel een goede en stevige pijn- en onstekingsremmer is, maar ook mijn maagwand nogal kan slopen. Overigens gaat dat ook op voor Brufen. En, tja, dat gebruik ik dan weer wel vaker. Het is nooit goed. Ik troost mezelf met de gedachte dat ik vanwege maagklachten al tijden iets gebruik om mijn maagwand te beschermen.

Maar ingewikkeld is het wel. En, belangrijker, niet ongevaarlijk. Nu gaat dat in principe voor alle medicijnen op, maar dit soort van waarschuwingen maakt het toch wat serieuzer in de oren van een patiënt.

20120929-194238.jpg

Nu dan de idioterie.

De diclofenac is ook gewoon verkrijgbaar bij de drogist, als zelfzorgmedicijn. Goed, een lagere dosis. Maar de lol is - uiteraard - dat wij, klungels als we zijn, gewoon méér innemen om toch goede pijnstilling te krijgen.

Maar nog idioter: hoe gaan we verklaren dat een medicijn op moment A uitsluitend op doktersvoorschrift is te krijgen blijkbaar op moment B zodanig veilig is dat leken er zonder doktersadvies mee kunnen omgaan? En gebruik nu niet de dosering als verklaring, want ook dan blíjft staan dat diclofenac - en andere - gewoon beschikbaar zijn, terwijl dat daarvoor ook in lagere dosering niet zo was. De enige conclusie die overblijft, is dat kosten c.q. een verlopen patent de reden is.

Persoonlijk vind ik dat een volslagen zotte toestand. De patiënt, de consument wordt niet serieus genomen en krijgt ook 'maar wat' voorgeschoteld. Het vertrouwen in een medische stand, waarin zowel medici als producenten en wederverkopers, dondert zo wel naar beneden. Blijkbaar is de reden om via doktersvoorschrift te werken helemaal níet primair mijn gezondheid(sbescherming).

Indien je internationaal gaat kijken, worden deze verhalen nog veel leuker. Kosten voor dezelfde medicijnen die uiteen lopen over verschillende landen. Of iets als Otrivin (neusdruppels en -spray) dat je in Nederland onbeperkt kunt kopen - om je neusslijmvlies te slopen of verslaving op te lopen, bij overgebruik - maar dat in Frankrijk een doktersvoorschrift eist.

Kortom, weer zo'n raadselachtig, bevreemdend fenomeen.

vrijdag 28 september 2012

De regels van Matthijs

De titel van deze blogpost is niet van mij. Het is de titel van een film die te zien is op het Nederlands Film Festival. En voor de minder gelukkigen: op 8 oktober bij de NCRV op televisie.

Als ik moet beschrijven waarover de film gaat - en dan zal ik ongetwijfeld onrecht doen aan de situatie - dan is het dit:
Matthijs had - hij pleegt zelfmoord - "hoogfunctioneel autisme". "Matthijs is een pietje precies, voor wie de dingen maar op één manier kunnen." In de film wordt een portret geschetst van wat achteraf de laatste periode in Matthijs' leven is: de worsteling van de geheel eigen wereld en ideeën met die van anderen. En de onmogelijkheid die bij elkaar te brengen.

De krant schrijft een heel stuk over de film. Het verhaal dat over de hoofdpersoon verteld kan worden, is wetenswaardig genoeg. Die ongrijpbare dingen die ons leven bepalen, gedachten en denkbeelden, zijn zó belangrijk en zó moeilijk te bevatten. Bij mij roepen ze vragen, stapels, bergen vragen, op. Wat gebéurt er in die denkwereld? Die van jou, mij, Matthijs? We zijn nu sociale wezens; maar het bestaan van msolitairen, kan dat ook wijzen op een andere basis? Zijn we evolutionair noodgedwongen sociaal geworden? Geen idee. En het zijn rondfladderende vragen die van de kouwe grond zijn.

20120928-143448.jpg

Toch is er een die na lezing van het krantenartikel bleef hangen. Het beeld dat ik kreeg, is dat de film Matthijs en zijn ervaringen centraal stelt. Da's een logische positie, als je een beeld wilt maken van hoe het is om in een bepaalde situatie - of het nu werkloosheid, armoede, rijkdom of ziekte is -te verkeren. Het perspectief wordt dan dat van de betrokkene.

Wat mij echter óók bezighoudt, is de vraag hoe die betrokkene zijn omgeving beïnvloedt. Met name ook in het geval van Matthijs, waarvan de filmmaker zegt dat hij geïntrigeerd was door diens gedachten(gangen), bekroop mij die vraag. Want zo'n pietje precies in redeneringen - in hermetisch gesloten redeneringen zo lijkt het - moet toch ook reacties oproepen bij zijn sociale omgeving. Documentaires over thema's als dit raken meestal zijdelings, of níet, aan die sociale omgeving. Op het moment dat het zuiver verzorgende taken zijn, bijna instrumenteel, kan ik me bij zo'n keuze nog iets voorstellen.

20120928-143436.jpg

Maar een intelligent iemand met een ander beeld, een andere mening tegenover je; dat dat lastig is, kan ik me levendig voorstellen. Maar hoe verwerk je dat dan? Negeren? Wegdrukken? Of worden er toch zaadjes twijfel gezaaid? Zijn er stukjes toch overgenomen? Ik ben juist benieuwd naar de impact op zijn omgeving. Hoe beïnvloedde hij zijn hulpverleners? Zijn psychiaters? Zijn ouders? Zijn broers, zussen? De buren? Mede-leerlingen? Kennissen? Wat hebben al die mensen aan Matthijs overgehouden? Voor zichzelf en hun eigen leven, dus. Niet hun (professionele) oordeel óver hem.

Wellicht maakt een documentairemaker nog eens zo'n verhaal: over de effecten op de sociale omgeving. Ik weet wel dat ík op 8 oktober een streepje moet zetten in de televisiegids, of de harddiskrecorder programmeren.

woensdag 26 september 2012

De rare redenering van een total loss

Raar heb ik het, geloof ik, het altijd al gevonden. Mijn redenering is dat als iemand anders iets van jou kapotmaakt dat je dat dan vergoedt krijgt naar de staat waarin het zich bevond voordat het werd kapot gemaakt. Alleen dan leid jij geen verlies of maak je winst. Want dat vind ik dan ook wel weer: het mag geen winstgevend handeltje worden, die rechtzettingsprocedure.

Maar zo werkt het dus niet.

In de jaren zeventig heb ik het eens meegemaakt met een brommer; en nu met onze auto. In Frankrijk is afgelopen augustus daar een andere auto op ingereden. Nu is de onze dus behoorlijk ge-blikschadigd. Geen persoonlijke ongelukken; dat was al winst. Maar dan begint de ellende.

Ik ga er even van uit dat wij het gelijk aan onze kant hadden en hebben. Dat zal, meldde de verzekeraar al, weleens heel lang kunnen gaan duren en met ongewisse uitkomst. Maar goed, gemakshalve gaan we er dus van uit dat de tegenpartij de schade moet vergoeden.

En dat kan heel goed uitdraaien op een verhaal waarin het slachtoffer - wij - erbij inschiet. De redenering is immers niet: 'de auto wordt hersteld naar de staat waarin hij verkeerde', maar 'de auto wordt hersteld naar de staat waarin hij verkeerde, mits dat nog zinvol is'. Dat 'mits het nog zinvol is' is in die zin de sleutel. Want hoe bepaal je dat? En waarom eigenlijk?

20120927-175528.jpg

Persoonlijk vind ik het hoe dan ook belachelijk dat de vraag wordt gestéld. Het uitgangspunt moet zijn dat de veroorzaker de schade herstelt of vergoedt.

De vraag of een auto, in dit geval, het nog waard is om te worden hersteld, is een net zo idiote. Die waarde kan 'm zitten in emotie - er zijn dus werkelijk mensen die zijn gehecht aan hun karretje - maar evengoed in onderhoud. Stel, je poetst en boent de auto jarenlang om hem in goede conditie te houden en ieder jaar onderzoekt de garage, net als een tandartscontrole, de auto op gebreken en herstelt die voorzover nodig. 'Het karretje' kan dan lang mee; alsof-t-i 'van een oud vrouwtje was die hem altijd in de garage had staan'. Zo eentje, dus.

Maar als zo'n auto wordt beschadigd, telt dat allemaal haast niet mee. Dan telt de waarde die de auto heeft in de koerslijst in combinatie met schattingen door den paar garagebedrijven van de dagwaarde. Het resultaat is, zeker voor oudere auto's, bijna altijd een total lossverklaring. Da's een zuiver economische afweging: de reparatie is duurder dan de waarde van de auto en dús is het niet zinvol te repareren. Dús?!

Raar is dat. Want het reduceert alles tot ogenschijnlijk neutrale, vergelijkbare grootheden. Dat klopt niet. Maar wat veel interessanter is: waarom zou je nog je best doen gebruiksgoederen langer in stand te houden dan 'het gemiddelde'? Het is immers duidelijk dat je daarvoor niet wordt beloond, maar gestraft.

Gestraft omdat er niet alleen minder wordt uitgekeerd dan de benodigde reparatie, maar ook omdat het gevolg daarvan kan zijn dat je iets vervangends moet kopen. En da's gegarandeerd duurder...
Kortom, die idiote houding rond economische waarde en total loss is een aanpak die vooral leidt tot desinteresse, kapitaalvernietiging en milieuschade. Het ware beter als er gewoon werd hersteld, als dat nog mogelijk is.


20120927-175138.jpg

Hoe word je beïnvloeder

Antwoord ligt echt in de datawolk die nu big data heet. Maar dat antwoord vinden, is een heel andere zaak.

Ik heb het over het meten van 'invloed'.

Twitter is bezig met de vraag. Aantallen volgers bepalen je status als beïnvloeder. Toch? Klout is ermee bezig. Aantal gecombineerd met retweets: dat is het. Toch? Er bestaat een (goed) boek over die nieuwe beïnvloeders: The New Influencers. Want zeker voor verkoopmensen, marketing, is dit een soort heilige graal.

Wat zijn beïnvloeders eigenlijk?

Ze zijn helemaal niet nieuw. Sterker, in alle tijden zijn ze wel te vinden. Stijliconen, trendsetters, smaakmakers, toonzetters, rolmodellen: ze zijn er altijd geweest. Wat wel veranderde, zijn de instrumenten die (iedereen) ter beschikking staan. Het mechanisme is mooi te zien op middelbare scholen. De populairste mensen in de klas, in de groep zijn degenen die worden nagedaan. Daar kun je heel directief mee omgaan en proberen planmatig een groep te beïnvloeden. Vaker zal het 'min of meer toevallig' gebeuren.

20120926-183400.jpg

Planmatig wordt het als wordt geprobeerd het gedrag te beïnvloeden door het effect van voorbeelden gericht in te zetten. Reclame, dus. Een beetje zoals 'zó wil ik er ook uit zien en als ik dat koop, is dat ook zo'. Beïnvloedingstechnieken zijn daarin de crux. Hoe ver dat kan gaan, laten discussies zien over graatmagere fotomodellen die worden nageaapt, of over 'verkoopstimulerende geuren en muziek' en - wellicht de mooiste - subliminale boodschappen in televisiereclame.
En, ja, het kan ook een richting opgaan die 'we' niet willen. Ook groepen voetbalvandalen hebben hun eigen beïnvloeders. De kleding van amerikaanse street gangs overnemen in nederlandse steden, lijkt bedoeld om iets van hun gewelddadig imago mee te nemen.

20120926-183349.jpg

Waar het om gaat, is dat die beïnvloeders gedrag beïnvloeden.

Niet aantallen volgers, niet aantallen retweets zijn de sleutel. De sleutel is of iemand een ander tot een actie kan bewegen. En natuurlijk neemt die kans toe als er grote aantallen volgers zijn in de social media. Maar ja, zonder actie wordt het verdraaid lastig vast te stellen wie wat in welke mate beïnvloedt.

Feitelijk is het probleem voor Twitter dat het bedrijf maar een deel van de oplossing in handen heeft: het communicatiekanaal en de berichten die daarin rondgaan. Maar pas als de koppeling kan worden gemaakt met daadwerkelijke actie, kun je vaststellen wie de beïnvloeders zijn. De tweep met grote aantallen volgers kan best weleens minder invloed hebben dan iemand met een hechte groep volgers. Overigens is een interessante die van de invloed op meningen omdat die nog een stuk moeilijker is vast te stellen.

Het is een eenvoudige voorstelling van zaken. Desalniettemin: wie wil bepalen wat de beïnvloeders zijn, zal moeten kunnen bepalen wie beïnvloed ís. En, tja, dát weten de social media niet... nóg niet, want wat de toekomst brengt....

dinsdag 25 september 2012

De stem van de klok

Mijmeren is een goede gewoonte. Af en toe gewoon effetjes de gedachten de gedachten laten, of lekker op de flow van de gedachten meedobberen. Dagdromen heet het ook wel. En in veel boeken - romans alsook pedagogische handboeken - lijkt dagdromen in de categorie tijdverspilling te horen.

20120925-191504.jpg

De discussie over de besteding van tijd en wat nuttig is en wat niet, laten we de discussie. Maar als je de kans krijgt te dagdromen... dóen! Het levert je rust op. Het levert je nieuwe ideeën op. Het stimuleert te fantasie, je verbeelding.

Zondagmorgen vind ikzelf een ideale mijmerochtend. Zeker als het nog slechter weer is. Je draait je nog 's om in een lichaamswarm bed.
In ons geval: er staat altijd een raam op een kier. Frisse lucht schijnt gezond te zijn. Of dat zo is, waag ik te betwijfelen. Maar van de frisse ochtendgeur word in elk geval ik meestal opgewekt.
Mijmeren in bed, op een zondagochtend, met vlagen frisse ochtendlucht die over je heen fladderen, en in de verte het geluid van kerkklokken.

20120925-191443.jpg

Die kerkklokken doen 't 'm. Want ik woon in een stad met een eeuwenoude binnenstad. En daarvandaan komt het meeste gebeier. Liggend in bed kun je dan wegdromen op de gedachte dat ooit, eeuwen geleden, mensen diezelfde klanken hoorden. Mensen die deze klokken gebruikten om de tijd te bepalen, min of meer.

Een vervreemdend, en daarmee inspirerend, idee dat je luistert naar iets wat eeuwen en generaties overleefde. Als die klanken een geheugen hadden, zouden ze heel wat te vertellen hebben.

maandag 24 september 2012

Fout is lekker (en goed)

Diep in mijn hart ben ik vast een agressief en intolerant wezen. Want soms heb ik toch echt het gevoel dat sommige mensen 'gewoon hardhandig eens op hun nummer moeten worden gezet'. Dronken automobilisten die iemand doodrijden? Hoppa, achter slot en grendel voor minstens 5 jaar. Gewapende overval plegen? Best, maar dan mag je ook worden doodgeschoten bij arrestatie, als je dan zo graag gewapend wilt zijn. Oplichting? Mismanagement? Dan ben je de klos: persoonlijk faillissement en terugbetalen.

Gelukkig gaat dat allemaal zo niet gebeuren. Want de emotie leidt op dat moment het oordeelsvermogen. En of dat een goede raadgever is voor effectieve reactie, ook op de lange termijn, is maar de vraag. Woede vernauwt het bewustzijn.

Toch is het belangrijk af en toe stil te staan bij de rustige, weldoordachte manier van reageren waarvan wij nu menen dat die de beste manier is.

20120924-194637.jpg

Om te voorkomen dat de parallel teveel in het heden ligt en afleidt: in het verleden was ik actief in het 'open jeugd- en jongerenwerk'. Veel gesjouw, veel ge-vergaderen, veel onbegrip, veel tijd, veel lol en heel veel goede herinneringen. Het was een tijd waarin verschillende groepen jongeren in één ruimte kwamen. Als je het werk kent, verbaast het je niet: vechtpartijen en gedoe om de hegemonie. En vechtpartijen waren dus ook véchtpartijen op het oorlogse af.
Wat je daar dan heel snel leert, is dat je de juiste taal moet spreken. Hoe ik het wend of keer, degenen die de taal van het geweld het best beheersten waren degenen die het best intervenieerden. De potige jongerenwerker deed het beter dan de langharige overleg-is-beter jongerenwerker. Op korte termijn. Tijdens de incidenten.

Ervaringen als deze doen me vraagtekens plaatsen bij mensen die alles 'politiek correct' of 'ethisch verantwoord' denken op te lossen.

Niet om 't een of ander - want met harde hand gelijk afdwingen is meestal een tijdelijke oplossing -maar soms is het toch wel een optie de juiste 'taal' te spreken. Niet om te pleiten voor meer agressie of geweld, maar een zekere mate van street credibility is politici of soms ook politiemensen niet aan te rekenen. Dat maakt dat hun woorden ánders worden gewogen. En juist dat is, denk ik, wat maar niet wordt begrepen.

20120924-194625.jpg

Het is een dun laagje fatsoen dat over ons heen ligt, zo lijkt het. Lang hebben we verondersteld dat een beschaafde wereld er een is waar geen geweld wordt gebruikt. Maar wellicht hebben we iets 'onder het tapijt geveegd, ontkend, onder een laagje fatsoen verscholen dat er toch af en toe uit moet. En dat, hoe meer wordt geprobeerd het tegen te houden, steeds heftiger uitbarstingsvormen aanneemt.

Het is góed om af en toe uit de band te springen; hoezeer anderen zich daaraan ergeren. Carnaval heeft zo'n functie. Carnavalháters zijn er ook. In het dorp waar ik ooit woonde, vonden ooit halve veldslagen plaats tussen twee ándere dorpen; op een plek die nu een nationaal pretpark is geworden. En nog steeds bestaat de behoefte eens lekker 'uit je dak' te gaan. En ook dat 'hoort niet'.

Maar als iedereen doet 'wat hoort' - als dat al is vast te stellen - dan zullen er mensen zijn die zich in een keurslijf gekneld voelen. Nu kun je hoog en laag springen maar zonder uitlaatklep(pen) gaat dat gegarandeerd een keer mis.