vrijdag 14 februari 2014

Ik, de vijand van Mezelf

In mijn vorige baan wisten ze niet wat ze ermee moesten als ik zei dat ik graag artikelen wilde schrijven, maar dat dat stroef ging omdat ik meteen wereldschokkend wilde zijn. Heel veel verder dan "Ja, da's onhandig" kwam het niet. De enige oplossing leek daar gestructureerd werken. Je bedenkt wat je wilt betogen, voor wie en daarna hak je dat in stukjes en werkt de afzonderlijke stappen uit tot paragrafen.

Ik heb dat altijd een verschrikkelijke manier van werken gevonden. Niet alleen omdat ze niet bij me past, maar vooral omdat daarmee schrijven wordt gereduceerd tot een geestloze bezigheid. Die teksten sprankelen niet, struikelen niet, en weerspiegelen enthousiasme niet. Niet zo vreemd als je je realiseert dat deze aanpak en dit soort van teksten bijna altijd voorkomt bij en voortkomt uit een ambtelijke houding.

Om het met opzet onvriendelijk te formuleren: het levert slaapverwekkend saaie stukken op.

De ironie wil dat de lezers van dergelijke stukken niets anders verwachten en zelfs zo zijn gaan dénken. Als je die teksten zou beoordelen op leesbaarheid zoals een boeiend boek kan worden beoordeeld, dan zouden ze een krappe 5 krijgen. Vermoed ik. Het verhaal léeft niet. Het beléid leeft niet.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en hoef ik me niet meer te voegen. Ik schrijf in m'n eigen stijl. Ik word gewaardeerd om m'n eigen stijl (en, naar ik hoop, inhoud).

In The Atlantic las ik een artikel met de titel Why Writers Are the Worst Procrastinators; the psychological origins of waiting (... and waiting, and waiting) to work

Zeker de eerste helft van het artikel is een feest van herkenning voor iedereen die moet creëren. Die fase dat je ineens allerlei andere dingen eerst moet doen en automatisch je werkelijke werk uitstelt.

Most writers manage to get by because, as the deadline creeps closer, their fears of turning in nothing eventually surpasses their fears of turning in something terrible. (...) they seem to be paralyzed by the prospect of writing something that isn’t very good.


Maar waar komt dat vandaan? Gewoon faalangst, dus? Zo kun je er naar kijken, maar het artikel levert meer informatie op. Een verklaring voor dat gedrag, zo luidt de stelling, is dat mensen die zo werken, op school niet hebben geleerd dat fouten maken een leerproces is.

“The kids who race ahead in the readers without much supervision get praised for being smart,” says Dweck. “What are they learning? They’re learning that being smart is not about overcoming tough challenges. It’s about finding work easy.


"Slimme mensen vinden hun werk eenvoudig". Een misvatting met nogal wat consequenties.

(...) people who dislike challenges think that talent is a fixed thing that you’re either born with or not. The people who relish them think that it’s something you can nourish by doing stuff you’re not good at.

“There was this eureka moment,” says Dweck. She now identifies the former group as people with a “fixed mind-set,” while the latter group has a “growth mind-set.” Whether you are more fixed or more of a grower helps determine how you react to anything that tests your intellectual abilities. For growth people, challenges are an opportunity to deepen their talents, but for “fixed” people, they are just a dipstick that measures how high your ability level is. Finding out that you’re not as good as you thought is not an opportunity to improve; it’s a signal that you should maybe look into a less demanding career, like mopping floors.

This fear of being unmasked as the incompetent you “really” are is so common that it actually has a clinical name: impostor syndrome. A shocking number of successful people (particularly women), believe that they haven’t really earned their spots, and are at risk of being unmasked as frauds at any moment.


VPRO SEIZOEN 10/11

Raad eens wat dit alles oplevert. Een schoolsysteem dat vooral 'fixed mindset' mensen aflevert, waardoor zij niet automatisch denken in leerprocéssen maar in leerresultáten. Tests die niet combinerend en probleemoplossend vermogen (intelligentie) testen. Een systeem ook dat onzekerheid inbouwt waardoor beter opgeleide mensen méér gestuurd moeten worden.

Het klopt dat ik ben gaan schrijven. Dat gebeurde toen ik me niet meer liet leiden door anderen die meenden te kunnen oordelen - 'fouten maken, mag hier', maar niet heus - en ik m'n 'growth mindset' de vrije loop liet. Een verademing.

donderdag 13 februari 2014

Naming and shaming: zwaktebod

Hoe vaker ik het tegen kom, hoe vreemder het wordt.

Ergens in het kielzog van de transparantie- en open data-gesprekken vind je de gedachte dat het corrigerend werkt om regelovertreders met naam en toenaam bekend te maken. In fatsoenlijk modieus Nederlands heet dat naming and shaming. Het heeft iets weg van het Middeleeuwse gebruik om tentoonstelling in een schandpaal als straf te hanteren.

4723-476-385

Maar 'onze' variant is volgens mij vooral een zwaktebod.

De schandpaal was de straf. Die werd toegepast als straf voor relatief lichte vergrijpen. Terzijde, ook interessant is de ontwikkeling van de réden voor bestraffing. Foucault beschrijft dat prachtig: begonnen als persoonlijke belediging van de heerser die moest worden bestraft, ontwikkelt de grondslag tot vrijheidsberoving wegens maatschappelijke belang.

Enacting the revenge upon the convict's body, which the sovereign seeks for having been injured by the crime. Foucault argues that the law was considered an extension of the sovereign's body, and so the revenge must take the form of harming the convict's body.
(...)
The emergence of prison as the form of punishment for every crime grew out of the development of discipline in the 18th and 19th centuries, according to Foucault.
(...)
Foucault's argument is that discipline creates "docile bodies", ideal for the new economics, politics and warfare of the modern industrial age - bodies that function in factories, ordered military regiments, and school classrooms.


Fysieke schandpalen en schavotten hebben we niet meer; bijeenkomsten op dorps- en stadspleinen overigens evenmin. Toch lijkt ook onze tijd met al z'n digitale werkelijkheden iets te hebben wat op schandpalen lijkt.

Wij hebben lijsten, openbare lijsten.

Het past netjes in Foucaults beeld van een disciplinerende macht. Als je niet oppast, kom je op een lijst. Een lijst waarop iedereen staat die iets 'fouts' deed. Er zijn lijsten van belastingontduikers, van verzekeringsoplichters, van kinderlokkers, van wanbetalers, van benzinedieven, van excessief graaiende bestuurders, van failliete personen, en van failliete bedrijven, van smerige horeca, van dieronvriendelijke winkels, van 'slechte service leverende' bedrijven, van... ga maar door. Tientallen.

Veel van die lijsten zijn lijsten uit onmacht. Blijkbaar is de corrigerende instantie niet in staat (geweest) de betrokkene te corrigeren. Dan is de hulp nodig van de massa, van de crowd, van - ooit zo genoemd - het gepeupel. Dat vind ik een teken van onmacht: "Het lukt me niet. Help!". Dat helpen kan bestaan uit helpen zoeken, maar steeds vaker ook uit helpen door te verbannen, door te stoppen er te kopen. Waarom bén je er dan?

Het loont de moeite zoiets als open data ook eens door die bril te bekijken. Openheid en transparantie spelen in die disciplineringsdiscussie een niet onbelangrijke rol.

woensdag 12 februari 2014

Een ander pilletje, meneer?

Vandaag moest ik m'n voorraad medicijnen weer aanvullen. Op naar de apotheek. Daar staat altijd iedereen te wachten. Een prima moment om 's na te denken over die wereld.

Ik schreef al eerder over de verpakking-idioterie. Hoe zot het is dat medicijnen - steeds vaker - van verpakking en soms van vorm veranderen? Ik heb er twee die, als je niet goed oplet, makkelijk voor elkaar kunnen worden aangezien. Het verschil is dat tussen een bijna-identieke tweeling: pas als je ze naast elkaar ziet, zie je het onderscheid. Zoals ik een jaar geleden schreef: je zal maar slechtziend zijn, of vergeetachtig, of achterdochtig. Achterdochtig omdat je wéér andere verpakkingen ziet. Klopt dat wel???

Vandaag was het weer raak.

Eén medicijn kreeg ik altijd in een potje. Toen veranderde een jaar of twee terug de tekst op de potje in het Grieks. Altijd handig; áls je van plan was Grieks te gaan leren. En vorig jaar verdween het potje en verscheen de doordrukstrip. Nu leek die pil in elk geval weer meer op die andere in doordrukstrip. Maar daar eindigt het niet, want vandaag kwamen de potjes weer op de toonbank. Wel van een ander merk.

Nu ben ik niet een van de domste en evenmin lijdend aan vergeetachtigheid of wanen. Toch is het ook mij gelukt om die twee pillen te verwisselen. Dan sta je 's avonds te kijken met die ene vraag knagend: "Barst, ben ik nu die ene vergeten of heb ik nu twee keer die andere ingenomen?". Dus toen die potjes daar zo stonden, hoorde ik mezelf zeggen: "Gôh, de potjes zijn weer terug? Ik was net gewend aan de doordrukstrips.".

Dan staan en zitten er nog wel mensen te wachten in die apotheek, maar toch hebben we er een minuutje aan besteed. Die opmerking maakte nogal wat los namelijk.

"Meneer, ik snap het. Maar uw verzekering heeft preferente geneesmiddelen. Meestal zijn dat de goedkoopste. De kans is aanwezig dat u over drie maanden wéér andere krijgt, van een ander merk. Dat is de drijfveer van de verzekeraar: de kosten. Voor de patiënt is dat lastig. Voor ons is het ook lastig, want we maken echt mee dat zo'n preferente fabrikant in het begin niet voldoende kan leveren. En dan? Zoeken naar een collega-apotheek die ze wél heeft. Of andere verstrekken en maar zien hoe we die kosten dekken. Over de oudere mensen hier in de wijk die de kluts kwijtraken, hebben we het dan nog niet eens. Het kost enorm veel tijd. Maar de verzekeraar denkt alleen aan geld."

Dat gaat die verzekeraar natuurlijk met klem ontkennen. Daar krijg je dan van die antwoorden als 'de werkzame stof is écht hetzelfde'. Maar, meneer of mevrouw van de zorgverzekering, het gaat om de verpakking. En, tussen twee haakjes, inmiddels is ook aangetoond dat verschillende dragerstoffen wel degelijk effect (kunnen) hebben.

20140212-201619.jpg

Maar goed; stel dat die verzekeraar zich enorm druk maakt over kosten (waarmee overigens niets anders wordt bedoeld dan de eigen portemonnee. De kosten van de totale zorg interesseren hen verder geen ene klap.): waarom zouden zij zich dan druk maken over míjn kosten, míjn portemonnee?

Terug lopend kauwde ik daar op door. Waarom doen die zorgverzekeraars niet wat iedere andere verzekeraar ook doet? Die keren een vastgesteld bedrag uit. Ook daarover kun je twisten. Maar als mijn auto wordt aangereden, krijg ik een bedrag uitgekeerd. Dat beruchte total loss. Mijn autoverzekeraar bepaalt níet welke auto ik nieuw aanschaf. (Misschien moet ik dat onzalige idee meteen afkloppen)

Waarom vergoed mijn zorgverzekeraar niet 'gewoon' een bedrag, ongeacht welk merk ik aanschaf bij de apotheek? Het systeem van huisarts-apotheker behoedt ons er echt wel van al te grote financiële misgrepen te doen. En wij klanten zijn ook niet gek. We zoeken al de voordeligste supermarkt en hebben onze voorkeursmerken. Een systeem van standaardvergoedingen zou daar goed bij aansluiten, een stuk eenvoudigere en goedkopere verzekering mogelijk maken én concurrentie op prijs in stand houden.

Maar de zorgverzekeraar vaart er minder wel bij. Die verliest macht. Ik win aan macht.

dinsdag 11 februari 2014

De premier liegt

We worden afgeluisterd, de godganse dag. Niet dat dat nieuw voor je kan zijn. In een openbare ruimte iets bespreken, kan altijd toevallig worden gehoord. Ooit was dat dé bron voor journalisten, het café, restaurant, receptie, maakt niet uit wat. Dáár hoorde je iets.

Het openbaar vervoer is ook een goede bron. Toen ik rond de eeuwwisseling bij OL2000 was gedetacheerd, kregen we van het ministerie van BZK een legpuzzel. Het was een goedkoop dingetje op karton, maar wel steekhoudend. De boodschap van de puzzel was dat je goed moest opletten wat je in het openbaar vervoer doet.

Dat ís ook zo. In de trein kun je, als je goed luistert, vertrouwelijke informatie oppikken. Daar heb je echt geen dure apparatuur voor nodig. Soms zit je 'ineens' naast een nota-lezer waarop Vertrouwelijk staat. Soms zit je 'ineens' vlakbij twee mannen die met elkaar 'de dag doornemen, inclusief naam en toenaam'. Soms zit je in een coupé samen met iemand die telefonisch rapporteert.

Ze vertellen het je gewoon zélf!

Kijk, dat NSA, AIVD en MIVD zichzelf uitputten door voor alle zekerheid maar meer dan strikt noodzakelijk te onderscheppen, is tot daar aan toe. Persoonlijk vind ik het vooral nogal knullig over komen. De ervaring is immers dat geen enkele veiligheidsdienst grootse dingen heeft gedaan met die data, noch al te veel aanslagen heeft kunnen voorkomen.

Big data klinkt goed, maar ís levensgevaarlijk.

Da's echt niet van mij. Da's standaardkennis voor iedereen die onderzoek leerde doen (als het goed is). In het wilde weg zoeken naar 'verbanden' levert, zonder theorie daaronder, meestal onzin op. Wat wél kan, is terug redeneren. En dan blijkt in al die data inderdaad al het materiaal te hebben gezeten, dat de aanslag op de Twin Towers indiceerde. Maar geen respons opriep.

Dat ministers verstrikt raken, verbaast me absoluut niet. Sterker, hoe meer er naar buiten komt hoe meer de indruk wordt versterkt dat eigenlijk niemand goed meer weet wat waarom en voor wie wordt verzameld. Het is procedure geworden. Dat dóe je nu eenmaal zo. Daar denk je niet echt bij na. Het is zóveel dat je blij bent als het is overgepompt. Regels zijn regels, nietwaar?!

Doodeng.

Het engst is echter iets heel anders. In dat Plasterk-drama gebeurt iets veel ernstigers dan een minister, of ministers, die zich verslikt in zijn overschatting van z'n eigen kennis.

Veruit het engst is dat het hele kabinet, in de persoon van de minister-president, partij is. In de De Volkskrant wordt dat als volgt benoemd:
Als de actiegroep 'Burgers tegen Plasterk' geen rechtszaak zou hebben aangespannen, zouden de ministers nooit opheldering hebben gegeven over het feit dat niet de NSA maar de Nederlandse inlichtingendiensten die telefoondata over Nederlandse onderdanen verzamelden, zo blijkt uit de brief. In die rechtszaak zou de lezing van Plasterk 'voor waar kunnen worden aangenomen'. Oftewel: de regering zegt iets dat niet klopt, maar neemt dat pas terug als dat tegen haar kan worden gebruikt.


Dit is de regering die vind dat we niet moeten lullen maar doen. Dit is de regering van de partijen die transparant zijn. Dit is de regering die vindt dat zíj ons de weg kunnen wijzen.

Dít is de regering die ons misleid en stomweg voorliegt. Pas als we er om vragen, komt de waarheid (wellicht) boven water. Dit zijn geen leugentjes om bestwil. Dit is "Shit, we zitten fout. Laten we niets zeggen en hopen dat het overwaait, want we hebben het fout."

Die twee ministers zijn helemaal niet (zo) interessant, of relevant. Dat is de mentaliteit van 'fouten verzwijgen en toedekken'. Het is een gradueel verschil met regimes die boven open zee mensen uit vliegtuigen flikkerden, met presidenten die met snoeiharde hand de oppositie (laten) uitmoorden, met leiders die drugs smokkelen, met historische gekken die bevolkingsgroepen tot zondebok maakten. Gradueel, want alle logen.

En díe regering zou met droge ogen durven beweren dat zij ons níet misleid op andere gebieden?

maandag 10 februari 2014

Als Disney de baas zou zijn

United stuff of America. Ken je dat? Als ik moet gokken, zal het spannend worden. Fifty-fifty kans dat je het kent, om maar in de taal te blijven.

Het is een televisieprogramma. Iedere zondag te zien op Zapp. Er zijn er nogal wat die Zapp associëren met kinderuurtjes van vroeger, televisie voor kinderen. Waar een speciaal journaal bestaat dat nieuws voor kinderen brengt. Deels is dat waar. Het ís een reeks programma's waarbij vooral jonge mensen, aka kinderen, worden gezien als belangrijkste kijkersgroep.

Maar dat betekent absoluut niet een soort debilisering.

Dat bewijst dat United stuff of America wel. Als je het nog nooit zag, zou ik zometeen na het lezen van deze blogpost meteen even Uitzending Gemist raadplegen.

De VPRO maakte een enorm gaaf programma. Stef Biemans - ik ben wel fan van zijn stem en dictie die ook Metropolis iets extra's geven - maakt en presenteert het programma. Hij reist door hét icoon van het kapitalisme, de Verenigde Staten, om eens uit te vissen hoe goedgeefs men daar is: hij zamelt spulletjes in voor Nicaragua.

Dat levert echt prachtige televisie op. Vooral omdat en passant een beeld wordt gegeven van zo'n samenleving en de mensen die er wonen. Heel belangrijk: zónder er een soort infantiele toestand van te maken. Nee, VPRO's Stef neemt iedereen serieus: de kijker en de geportretteerde. Dat heeft inderdaad wel iets van het ongeëvenaarde Man Bijt Hond, dat dat tot een (interview)kunst verhief.

Vooral deze, over de gemeente Celebration (Disney design), deed me denken of sommige mensen ronduit gek zijn geworden. Het kost je vijfentwintig minuten kijken. Als je erg veel haast heb, kún je vanaf een minuut of tien gaan kijken.

http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1396356

Een vreemd stadje, hoor. Alles picobello, maar tegelijk, zoals dat meisje hieronder zegt, zó gereglementeerd dat je je gevangen voelt.

Als je hier lang woont, voel je je een beetje gevangen. Het is prettig hier, maar op den duur krijg je er genoeg van.


Je gras hoger dan toegestaan? Dan maait een bedrijf het, ongevraagd, en krijg jij de rekening. Bedelen (solliciting)?! Streng verboden. Stef ontdekt dat-i het risico loopt een boete van $5000 te krijgen voor zijn goedbedoelde actie. Skateboarden? Verboden. Vuilnisbakken? Áchter het huis, op straffe van een boete. En dus ziet dat Celebration er schoon en zonnig uit, zoals een Disney-attractie.

Daar zit je dan naar te kijken en denkt: die zijn gek. Maar vlak daarna ook dat we met z'n allen die kant wel opgaan. Regels lijken wel Haarlemmerolie: het middel tegen alles, van hoest tot en met vastgeroeste scharnieren. Amerika als wanstaltig voorbeeld? Mwah... we gaan hard die kant op, hoor.

Da's dus óók Disney. Die van dit boek:
1001004006442773
Ik wil maar zeggen...

En het ergste? Het is een herhaling! Ook ik heb te weinig opgelet en de programmering van Zapp veronachtzaamt.

zaterdag 8 februari 2014

Drijfveren

Innovatie is verandering. Toch?! In de jaren dat ik heb rondgekeken in dat wereldje is me daar wel iets opgevallen: de drijfveren.

Innovatie is niet iets wat zomaar uit de lucht valt. Ploef, en we innoveren. Waarmee ik maar wil zeggen dat het geen autonoom proces is. Of, zoals anderen het zouden zeggen, een middel en geen doel. Het beeld van een hamer is wellicht verhelderend. Het maakt nogal uit met welke intentie je een hamer vasthoudt voor de bepaling of het werktuig of een moordwapen is.

Innoveren, innovaties en innovatoren hebben iets vergelijkbaars: hun beweegredenen.

In de afgelopen jaren ben ik twee belangrijke tegen gekomen bij mensen: nieuwsgierigheid en angst.

Nieuwsgierigheid is een drijfveer die je verwacht bij academici. Dat zijn immers van die mensen die dingen uitzoeken om het uitzoeken. Fundamenteel (natuurwetenschappelijk) onderzoek is daarom zo kwetsbaar. Daar wordt onderzoek gedaan, gericht op kennisvermeerdering. Hoe je die daarna praktisch kunt gebruiken speelt geen rol. Mág geen rol spelen, vind ik zelf.

Angst, de andere drijfveer, ligt een stuk moeilijker. Die wordt, natuurlijk, zeer zelden zo benoemd. Toch is dit wellicht de belangrijkere drijfveer voor innovatie. Zeker als je innovatie opvat als de concrete verandering van gedrag, produkten of diensten.

Met angst bedoel ik niet de directe angst die ontstaat als je oog in oog staat met een woeste tijger of een ontsnapte dierentuingorilla, evenmin de angst voor een examen of het je eigen slechtnieuwsgesprek. Nee, dit gaat over de angst die zich op meta-niveau bevindt. De angst in de vergetelheid te verdwijnen is er zo eentje. Ik noem het angsten. Anderen zullen het wellicht het ontkennen van de realiteit noemen of het overwinnen van de natuur.

De reden dat ik er op kom, is dat ik pas geleden in de krant las dat er weer een prachtige toepassing is bedacht voor alzheimer patiënten. In navolging van het lifelogging - de godganse dag op intervalbasis foto's maken van wat je doet - lijkt het zo handig voor mensen met geheugenproblemen geheugensteuntjes te maken.

Maar waarom?!

Dat er brillen en gehoorapparaten bestaan, lijkt me verklaarbaar. Beide grijpen direct in op de gevolgen van het gebrek. Overigens heeft ongetwijfeld ook dáár de angst slechter te zien of te horen een rol gespeeld. Maar bij zoiets als geheugenproblemen lijkt dat een nog grotere rol te spelen, met als summum het uitstellen van ouderdom en de dood.

Waarom zou dat zo belangrijk zijn? Omdat angst een slechte raadgever is. Een van de grootste verschillen tussen beide drijfveren is dat de nieuwsgierige zowel voor- als nadelen in kaart brengt. De angst-versie zal dat niet zo vanzelfsprekend doen. Zoals patiënten selectief luisteren. Zoals slechtnieuwsgesprekken vaak maar half gehoord worden.

Dat je dan mensen krijgt die hun tijd van leven voor een deel gebruiken om pilletjes te slikken die hun leven wellicht verlengen, is tot daar aan toe. Wat je aan tijd verslikt, krijg je wellicht terug. Het lijkt me echter wel een variant van Zeno's Achilles en de Schildpad.

Wat wel nodig is in deze turbulente tijden is jezelf de vraag stellen wat die drijfveren mogelijkerwijs zijn. Want verandering omwille van de verandering bestaat niet echt. Wel verandering omwille van een onuitgesproken reden en doel. En zeker dat laatste is toch echt wel belangrijk.

Anders verkoop je een klauwhamer als moordwapen.