Beangstigend. Dat is het woord dat me bekroop toen ik in 360magazine een Nederlandse vertaling las van van William Deresiewicz's Ivy League schools are overrated. Send your kids elsewhere, dat oorspronkelijk op de website van The New Republic stond en heel veel los maakte.
Hij stelt dat de allerbeste universiteiten in de VS (de Ivy League) segregatie in de hand werken: tussen de economische elite en de rest. Een bekende discussie, denk ik dan, dat selectie uiteindelijk altijd uitpakt ten gunste van de economisch sterksten. Sterker, Deresiewicz stelt vragen bij de kwaliteit van dat 'top-onderwijs' als je het toetst aan academische vaardigheden.
Ik kan het niet goed beoordelen. Dát het zo werkt, is echter geen eye opener. Studentencorpora hebben een vergelijkbaar effect van 'ons kent ons'vorming. Zeker aardig is zijn waarneming dat de Ivy League schermt met zijn diversiteitsbeleid, maar dat dat vooral een trompe-l'oeil is. Mannelijke én vrouwelijke studenten en studenten van verschillende rassen vermogen te verhullen dat ook zij kinderen zijn van de economische bovenklasse.
Er is iets anders wat me enorme zorgen baart; ook omdat de afgelopen twintig jaar steeds vaker wordt bewezen dat het desastreuze effecten kan hebben.
Studenten die worden opgeleid aan elite- of top-universiteiten lijken onzekere persoonlijkheden te ontwikkelen en een eenzijdige ervaring te hebben met de samenleving. Vooral dat eerste is ronduit zorgwekkend, voor hen en voor ons.
In de race naar de top worden eisen aan je gesteld (welke en door wie eigenlijk?!). Je moet jezelf bewijzen. Hoge cijfers. Nevenfuncties. Mee kunnen praten 'op niveau'. De kans is groot dat je daarvoor lang op je tenen moet lopen, té lang. En dat jonge mensen niet eens weten waarheen ze onderweg zijn, anders dan 'dat het een goede baan, veel geld oplevert'.
Dat kent Nederland ook, hoor. Specialisten waren toch studenten die kozen voor hoge inkomens? Ook hier is 'de goede baan' doel, maar wat dat is?! Of scholieren die op het gymnasium startten en al vrij snel kapot gemaakt door (ouderlijke) ambitie moesten terugschakelen naar VWO, HAVO en verder.
Onzekerheid is een prima voedingsbodem voor anti-sociaal gedrag. Dat kan pesten zijn, maar ook enorm egoïstisch of narcistisch gedrag. Onzekerheid leidt tot compensatiedrang.
Hoe dat uitpakt, wordt steeds duidelijker. De bankengraaiers kunnen heel wel onzekeren zijn die compenseren. Jongetjes die wedstrijdjes 'wie heeft de grootste' doen. Politici die veel mooiere verledens voorspiegelen of bij elkaar fantaseren om maar serieus te worden genomen. De gevallen 'leugentjes om bestwil' zijn allang de fase van de verkleinwoorden voorbij. Het is ronduit volksverlakkerij en leugen.
Ga eens uit van de realiteit van een elite-selectiemechanisme dat werkt zoals Deresiewicz schetst, met als neveneffect onzekere mensen; dat onze toekomstige leiders opleidt (die kíezen we toch?!): dan moet er de komende tijd toch echt een onhoudbare situatie ontstaan.
Dan worden we mogelijk 'geleid' door "wereldvreemde, zelfingenomen flapdrollen". En dát noemen we dan meritocratie?!
Posts tonen met het label elite. Alle posts tonen
Posts tonen met het label elite. Alle posts tonen
donderdag 25 september 2014
maandag 16 september 2013
Neerbuigend of niet neerbuigend, dat is de vraag.
Over het bestaan van parallelle werelden kun je in dit blog geregeld iets vinden. Over werelden van mensen die elkaar op straat kunnen zien en aanraken, maar die volkomen langs elkaar lopen. Over contrasterende leefwerelden die tegelijk bestaan. Over 's mensen neiging zichzelf als maat der dingen te zien; en feitelijk ook niet anders kúnnen dan daar te beginnen. Met alle gevolgen van dien.
In mijn loonvormende leven was dat voor sommigen een adagium: 'innovatie moet een probleem oplossen'. Wíens probleem bleef in het ongewisse. Vaak was dat het probleem van de meer-machtige; niet dat van de minst- machtige. Max Weber wees ons er al op: dat bureaucratieën bij vernieuwing de tendens laten zien eerst zichzelf te versterken. Waarmee en passant ook zeer principiële vraagtekens zijn geplaatst bij kreten als empowerment en 'vraagsturing'.
De naar mijn overtuiging verkeerde reactie op het bestaan van verschillen is het afdekken van die verschillen. Da's iets wezenlijk anders dan het streven naar vermindering van verschillen. Ik heb het over de beruchte 'politiek-correct'e mening en het 'sociaal wenselijk' antwoord.
Die vegen meningen onder het tapijt. Die onderdrukken. Die creëren illusies.
Onderdrukken, wegdenken van het maakt niet uit wat, is gevaarlijk. Het onderdrukte is immers niet wég, maar uit beeld geduwd, verkleind.
Een gezonde samenleving heeft overdrukventielen: systemen die onvrede een gezicht en een stem geven... zónder het geheel te laten uiteenspatten. Dáárom is politiek correct zo eng. Daarom is een cordon sanitaire zo eng. Daarom is segregatie zo eng. Het voert de druk op zónder ventielfunctie.
Een mooi voorbeeld van iemand die zich volledig onverwacht en onvoorbereid - denk ik - geconfronteerd zag met zo'n andere werkelijkheid, is Monique Burger van De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam. Een boekhandel (beginnen) in Bos en Lommer, in een crisis; je moet maar durven.
In een blogpost voor Boekblad beschrijft ze hoe plots een ander publiek - en in grote getale - de winkel binnenkomt om het Droomboek op te halen. Maar vooral beschrijft ze de confrontatie met zichzelf. De confrontatie van twee werelden: rauw, hard en eerlijk.
Het klopt: de verbetenheid die ze zag, de voordringerij. Voor jezelf opkomen, is een kwestie van overléven. Het klopt: de uitsluiting van groepen door pin-betalingen en het verdwijnen van de 'kleine aankoop'. Dat ís wat gebeurd. Dat - en hoe - dat selecteert, wordt de lezer voorgeschoteld. Weer zo'n inconvenient truth.

Maar de halve wereld lijkt over haar heen te vallen omdat ze 'neerkijkt op het volk'.
Niet alleen las ik dat niet, maar ik vraag me ook weer 's af wie er nu eigenlijk 'neerkijkt op het volk'. Voor mij zijn degenen die haar dat verwijten, degenen die neerkijken.
Het heeft iets neerbuigends; jezelf ongevraagd opwerpen als beschermer van zwakkeren. Menen dat een ander neerkijkt, impliceert dat de spreker daarover kán en mág oordelen en zíjn waardeoordeel heeft toegevoegd. Dat zíjn oordeel juist is, dat zíjn werkelijkheid juist is, dat zíjn beeld klopt. Door zo te handelen wordt die andere mening júist gemarginaliseerd. En het oordeel bevestigd in zijn negatieve connotatie.
Oordeel zelf maar. Lees zelf... maar wel nauwkeurig, weeg de woorden en oordeel vooral nooit te snel.
Monique Burger: 'Droomboek' maakt armoede zichtbaar
Bij tijd en wijle zijn we allemaal moraalridder. Niets mis mee, want dat is des mensens. Maar wees in vredesnaam blij met mensen die oprecht en open durven vaststellen wat ze zien en voelen. In plaats van het te verbannen naar het Grote Verzwijgen.
In mijn loonvormende leven was dat voor sommigen een adagium: 'innovatie moet een probleem oplossen'. Wíens probleem bleef in het ongewisse. Vaak was dat het probleem van de meer-machtige; niet dat van de minst- machtige. Max Weber wees ons er al op: dat bureaucratieën bij vernieuwing de tendens laten zien eerst zichzelf te versterken. Waarmee en passant ook zeer principiële vraagtekens zijn geplaatst bij kreten als empowerment en 'vraagsturing'.
De naar mijn overtuiging verkeerde reactie op het bestaan van verschillen is het afdekken van die verschillen. Da's iets wezenlijk anders dan het streven naar vermindering van verschillen. Ik heb het over de beruchte 'politiek-correct'e mening en het 'sociaal wenselijk' antwoord.
Die vegen meningen onder het tapijt. Die onderdrukken. Die creëren illusies.
Onderdrukken, wegdenken van het maakt niet uit wat, is gevaarlijk. Het onderdrukte is immers niet wég, maar uit beeld geduwd, verkleind.
Een gezonde samenleving heeft overdrukventielen: systemen die onvrede een gezicht en een stem geven... zónder het geheel te laten uiteenspatten. Dáárom is politiek correct zo eng. Daarom is een cordon sanitaire zo eng. Daarom is segregatie zo eng. Het voert de druk op zónder ventielfunctie.
Een mooi voorbeeld van iemand die zich volledig onverwacht en onvoorbereid - denk ik - geconfronteerd zag met zo'n andere werkelijkheid, is Monique Burger van De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam. Een boekhandel (beginnen) in Bos en Lommer, in een crisis; je moet maar durven.
In een blogpost voor Boekblad beschrijft ze hoe plots een ander publiek - en in grote getale - de winkel binnenkomt om het Droomboek op te halen. Maar vooral beschrijft ze de confrontatie met zichzelf. De confrontatie van twee werelden: rauw, hard en eerlijk.
Het klopt: de verbetenheid die ze zag, de voordringerij. Voor jezelf opkomen, is een kwestie van overléven. Het klopt: de uitsluiting van groepen door pin-betalingen en het verdwijnen van de 'kleine aankoop'. Dat ís wat gebeurd. Dat - en hoe - dat selecteert, wordt de lezer voorgeschoteld. Weer zo'n inconvenient truth.
Maar de halve wereld lijkt over haar heen te vallen omdat ze 'neerkijkt op het volk'.
Niet alleen las ik dat niet, maar ik vraag me ook weer 's af wie er nu eigenlijk 'neerkijkt op het volk'. Voor mij zijn degenen die haar dat verwijten, degenen die neerkijken.
Het heeft iets neerbuigends; jezelf ongevraagd opwerpen als beschermer van zwakkeren. Menen dat een ander neerkijkt, impliceert dat de spreker daarover kán en mág oordelen en zíjn waardeoordeel heeft toegevoegd. Dat zíjn oordeel juist is, dat zíjn werkelijkheid juist is, dat zíjn beeld klopt. Door zo te handelen wordt die andere mening júist gemarginaliseerd. En het oordeel bevestigd in zijn negatieve connotatie.
Oordeel zelf maar. Lees zelf... maar wel nauwkeurig, weeg de woorden en oordeel vooral nooit te snel.
Monique Burger: 'Droomboek' maakt armoede zichtbaar
Bij tijd en wijle zijn we allemaal moraalridder. Niets mis mee, want dat is des mensens. Maar wees in vredesnaam blij met mensen die oprecht en open durven vaststellen wat ze zien en voelen. In plaats van het te verbannen naar het Grote Verzwijgen.
Labels:
dedain,
elite,
Groepsdenken,
onderklasse,
ongemakkelijke waarheid
Locatie:
Leiden, Nederland
vrijdag 24 mei 2013
Raamsteeg2: wéér kunst en wetenschap?!
Je zou er haast een beeld bij krijgen van een netjes geordende wereld; die uit de jaren vijftig. Halverwege is mijn leven begonnen.
Het aardige is dat ook ik heb geleerd dat die periode er een is van verzuiling en van een machtig maatschappelijk middenveld. Een periode ook waarin keuzes werden voorgekookt door het bestaan van die zuilen. In één van mijn studieboeken, herinner ik me, staat het voorbeeld van het bestaan van diverse geitenfokverenigingen in één gemeente, op geloofsgrondslag. Of het voorbeeld van de katholieken die bij de katholieke bakker kochten. Daarvan is het onderwijs nog over; met de vreemde titel 'bijzonder onderwijs' hebben we artefacten als protestants-christelijke scholen. In het sectarisch spectrum komen daar de 'vrije scholen' en de Jenaplannen cum suis nog bij. De verzuiling is helemaal niet voorbij. Ze is verfijnder geworden.
Als ik in mijn herinnering probeer te graven, is er in het dagelijks leven in de jaren zestig niet veel te merken van die scheidslijnen. De krachtigste was die katholieke kerk. Ik zat op een katholieke jongensschool. Mijn jongere broer eveneens, en ons zusje zat aan de overkant van de straat op de katholieke meisjesschool. Wij hadden meesters. Zij nonnen. Ellendig werd het voor mijn jongste broer: die is van de eerste generatie jongens die naar de meisjesschool aan de overkant moest. Ik vermoed dat veel mensen zich niet kunnen voorstellen hoe dat was.

Maar op straat, in het dagelijks leven was die scheiding al aan het verdwijnen; of wellicht zelfs nooit zo scherp zichtbaar geweest. We gingen naar de winkels op de Lindelaan: een De Gruyter, Paagman - de boekhandelaar -, een groenteboer - met een aardappelschilmachine - en een apotheker. Die had aan de gevel nog zo'n kop met uitgestoken tong waarop een tablet lag: de gaper. Een reliek uit een verleden, maar verdomd handig om snel een apotheker te herkennen. Ik heb, eerlijk gezegd, nooit het idee gehad dat we sommige winkels bewust meden of juist gebruikten.
Mijn hele leven heb ik een aversie tegen die verhokkingsmentaliteit. Hoe je het wendt of keert; het zijn selectiemechanismen. Hokjes zorgen voor een 'wij'-'zij'situatie, voor buitengeslotenen. Als je het verkeerd doet, zelfs tot superioriteitsdenken van de ingeslotenen. Bijzonder onderwijs gaat vaak helemaal niet over de kwaliteit van onderwijs - dat wordt er met de haren bijgesleept - maar over hokjesdenken. Een dogma wordt leidend.
Jezelf ontwikkelen, je eigen voor- en afkeuren, sterke en zwakke punten ontdekken vereist de mógelijkheid die te ontdekken. Gesloten groepen doen dat niet. Die bevestigen. Het verbaast me niets dat we inmiddels tot de ontdekking zijn gekomen dat de produktiefste - in de betekenis van creëren - groepen, die groepen zijn die gemêleerd zijn en waarin de leider niet dominant is. Anders gezegd: veel verschillende meningen en karakters die elkaar in hun waarde laten. Voor dat 'laten' moet waarschijnlijk ook staan 'durven en kunnen', want veel teams zijn daartoe niet in staat. Ze volgen het dominantste geluid; net als de richtinggeving tijdens de verzuiling.

In Leiden staat een gebouw dat me hier erg aan doet denken. Toevallig ook vanwege zijn vorm: een bakstenen kolos in een straat die daardoor helemaal wordt gedomineerd. Maar wel een mooi gebouw. En min of meer leeg; of beter: passief. Binnen bevindt zich een museale opslag - het is het oer-Naturalis - en dat was het dan zo ongeveer. Doodzonde, natuurlijk.
Maar wat gebeurt er dan? Er komt heel interessant initiatief in: Raamsteeg2. Een club die zich richt op de crossover van ´kunst en wetenschap of reflectie daarop'. Nu heeft dat wel mijn interesse, dus mij trekt het wel. Maar tegelijk realiseer ik me dat dit het zoveelste 'kunst en wetenschap'-initiatief is. We worden er haast mee doodgegooid. Alsof er geen ander Leiden bestaat. Alsof alleen dat wat past in een concept relevant is.
Vanochtend zat ik wat te mijmeren en dacht: 'Wat zou het mooi zijn als Leiden - in casu Naturalis - in Raamsteeg2 bijvoorbeeld ook een biljartclub, een klaverjasclub, koersballers en leesclubs toelaat. Mensen die die hobby beoefenen en die, haast nonchalant, in aanraking komen met kunst, wetenschap of biologie. Iets wat zij wellicht anders minder snel zouden doen. Verleiden, dus". Want inmiddels is het hokjesdenken alweer aardig de kop aan het opsteken in Leiden, waardoor er groepen in- en uitgesloten worden: ook als het verhaal is 'dat iedereen kan aansluiten'. Ja, als je pást in de cultuur. Maar een ontmoeting van cultuuruitingen?!
Dát zou echt crossover zijn.
Het aardige is dat ook ik heb geleerd dat die periode er een is van verzuiling en van een machtig maatschappelijk middenveld. Een periode ook waarin keuzes werden voorgekookt door het bestaan van die zuilen. In één van mijn studieboeken, herinner ik me, staat het voorbeeld van het bestaan van diverse geitenfokverenigingen in één gemeente, op geloofsgrondslag. Of het voorbeeld van de katholieken die bij de katholieke bakker kochten. Daarvan is het onderwijs nog over; met de vreemde titel 'bijzonder onderwijs' hebben we artefacten als protestants-christelijke scholen. In het sectarisch spectrum komen daar de 'vrije scholen' en de Jenaplannen cum suis nog bij. De verzuiling is helemaal niet voorbij. Ze is verfijnder geworden.
Als ik in mijn herinnering probeer te graven, is er in het dagelijks leven in de jaren zestig niet veel te merken van die scheidslijnen. De krachtigste was die katholieke kerk. Ik zat op een katholieke jongensschool. Mijn jongere broer eveneens, en ons zusje zat aan de overkant van de straat op de katholieke meisjesschool. Wij hadden meesters. Zij nonnen. Ellendig werd het voor mijn jongste broer: die is van de eerste generatie jongens die naar de meisjesschool aan de overkant moest. Ik vermoed dat veel mensen zich niet kunnen voorstellen hoe dat was.
Maar op straat, in het dagelijks leven was die scheiding al aan het verdwijnen; of wellicht zelfs nooit zo scherp zichtbaar geweest. We gingen naar de winkels op de Lindelaan: een De Gruyter, Paagman - de boekhandelaar -, een groenteboer - met een aardappelschilmachine - en een apotheker. Die had aan de gevel nog zo'n kop met uitgestoken tong waarop een tablet lag: de gaper. Een reliek uit een verleden, maar verdomd handig om snel een apotheker te herkennen. Ik heb, eerlijk gezegd, nooit het idee gehad dat we sommige winkels bewust meden of juist gebruikten.
Mijn hele leven heb ik een aversie tegen die verhokkingsmentaliteit. Hoe je het wendt of keert; het zijn selectiemechanismen. Hokjes zorgen voor een 'wij'-'zij'situatie, voor buitengeslotenen. Als je het verkeerd doet, zelfs tot superioriteitsdenken van de ingeslotenen. Bijzonder onderwijs gaat vaak helemaal niet over de kwaliteit van onderwijs - dat wordt er met de haren bijgesleept - maar over hokjesdenken. Een dogma wordt leidend.
Jezelf ontwikkelen, je eigen voor- en afkeuren, sterke en zwakke punten ontdekken vereist de mógelijkheid die te ontdekken. Gesloten groepen doen dat niet. Die bevestigen. Het verbaast me niets dat we inmiddels tot de ontdekking zijn gekomen dat de produktiefste - in de betekenis van creëren - groepen, die groepen zijn die gemêleerd zijn en waarin de leider niet dominant is. Anders gezegd: veel verschillende meningen en karakters die elkaar in hun waarde laten. Voor dat 'laten' moet waarschijnlijk ook staan 'durven en kunnen', want veel teams zijn daartoe niet in staat. Ze volgen het dominantste geluid; net als de richtinggeving tijdens de verzuiling.
In Leiden staat een gebouw dat me hier erg aan doet denken. Toevallig ook vanwege zijn vorm: een bakstenen kolos in een straat die daardoor helemaal wordt gedomineerd. Maar wel een mooi gebouw. En min of meer leeg; of beter: passief. Binnen bevindt zich een museale opslag - het is het oer-Naturalis - en dat was het dan zo ongeveer. Doodzonde, natuurlijk.
Maar wat gebeurt er dan? Er komt heel interessant initiatief in: Raamsteeg2. Een club die zich richt op de crossover van ´kunst en wetenschap of reflectie daarop'. Nu heeft dat wel mijn interesse, dus mij trekt het wel. Maar tegelijk realiseer ik me dat dit het zoveelste 'kunst en wetenschap'-initiatief is. We worden er haast mee doodgegooid. Alsof er geen ander Leiden bestaat. Alsof alleen dat wat past in een concept relevant is.
Vanochtend zat ik wat te mijmeren en dacht: 'Wat zou het mooi zijn als Leiden - in casu Naturalis - in Raamsteeg2 bijvoorbeeld ook een biljartclub, een klaverjasclub, koersballers en leesclubs toelaat. Mensen die die hobby beoefenen en die, haast nonchalant, in aanraking komen met kunst, wetenschap of biologie. Iets wat zij wellicht anders minder snel zouden doen. Verleiden, dus". Want inmiddels is het hokjesdenken alweer aardig de kop aan het opsteken in Leiden, waardoor er groepen in- en uitgesloten worden: ook als het verhaal is 'dat iedereen kan aansluiten'. Ja, als je pást in de cultuur. Maar een ontmoeting van cultuuruitingen?!
Dát zou echt crossover zijn.
Labels:
creativiteit,
diversiteit,
elite,
Leiden,
multicultureel,
sociaal,
stadslab
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)