dinsdag 31 december 2013

Omdat ik allergisch ben voor ongerechtigheid

Waarom blog jij eigenlijk, vroeg me een nieuwe kennis anderhalve week geleden.

Mijn eerste reactie was, dat ik geen idee heb. Het is een drang die ik voel. Het is een zelf-opgelegde uitdaging 'een moment te vatten', zoals een haiku-dichter dat kan. Het is de arrogantie van de gedachte 'Ja, dat beweer jíj nu wel, maar....'.

We hebben het er een tijd over gehad. Over de manier waarop ik in het leven sta en erover denk. Zíjn conclusie: "Je bent iemand die wordt gedreven door onrechtvaardigheid en door een absoluut geloof in continue verandering. Taoïsme is jouw natuurlijke oriëntatie." Ik denk dat-i gelijk heeft.

Niet dat ik ook maar één klap verstand heb van Taoïsme en evenmin van plan ben me er in te verdiepen. Wat het gesprek me wel opleverde, is weer een fragment van het beeld van mezelf. Van die rusteloze, ongeduldige geest, die maar niet wil capituleren voor orde-denkers of lijnen-naar-de-toekoms-trekkers.

Het verklaart wel een beetje de voor velen vreemde mengeling van blogposts, waarin een rode draad moeilijk te vinden is. Tenzij je van iets Tao-achtigs uitgaat.

Vandaag is het 31 december. Het is me (weer) niet gelukt onder woorden te brengen hoe die dag eruit ziet: met groepjes jonge jongetjes die rotjes in het water laten ontploffen; groepjes oudere jongetjes die enorme knallen veroorzaken en zich helemaal níet realiseren wat ze doen; de geur van kruit, en de geur van te lang gebruikt gebakkraamfrituurvet; de haast van de laatste boodschappen (terwijl er waarschijnlijk gewoon een mórgen is); kortom, de elementen die een dag en een fysieke omgeving even naar een heel ander niveau dragen. Dat ene beeld.

Dat vind ik ook in redeneringen terug. Die 'onrechtvaardigheid' moet je niet opvatten als een religieus of politiek ideaal. Het vindt zijn basis in de redenering. Een onbalans in afwegingen. Het verzwijgen van tegen-argumenten. Het in een lijn redeneren. Dat zijn de momenten waarop iets in mij wakker wordt en wil schrijven dat je ook ánders kunt kijken.

Misschien moet ik het ongerechtigheid noemen en niet onrechtvaardigheid. Een uitermate arrogante houding: want wie ben ik om dat te vinden? Ik ben ik en jij bent jij. Maar dit is wat ík vind en ervaar.

Als je dit blog doorbladert en terugleest, hoop ik dat je dat herkent. Dat zoeken naar dat ene karakteriserende moment, dat een seconde later alweer is achterhaald. Dat positieve zij het vragende bij veel (levens)vragen. De vele tussenzinnen die daarvan een gevolg zijn en de makkelijk té snel te trekken conclusie: negatief scepticus.

Het is een vrij lastige positie ten opzichte van jou, lezer. Hij lijkt uit op ongrijpbaarheid, uit op redeneringen die glad zijn als 'een aal in een emmer snot', uit op conclusies die maar niet komen. Da's niet zo; ik zal ze je vooral niet áánreiken.

Het blog is er ook omdat die houding een mooi tegenwicht biedt tegen wat wij aanduiden met 'innovatie'. Vaak - bijna altijd - is dat een lineaire denkwijze, waarin wordt geëxtrapoleerd. In de meeste 'innovatie-denkers' huist daarom een onmenselijk trekje. Totdat we over machines beschikken die menselijk op onvoorspelbaarheid reageren, is iedere innovatie onduidelijk in zijn gevolgen ('onmenselijk' stond er eerst). Dat kán ook niet anders. Het zal wel moeten worden erkend. Onze huidige stand van de techniek en innovatie bevat enorme bedreigingen voor ons bestaan als vrije mens. De rechtlijnige op doelmatigheid gerichte logica van onze machines is níet de onze.

Dát is waarom ik blog. Om af en toe een glimp te laten zien van een wereld die ook mogelijk is. Omdat sommigen proberen te (be)heersen, want niet te beheersen hoort.

maandag 30 december 2013

De crypto-communisten van Rutte

Communisten, zo leerden we tussen de regels door op school, mogen dan wel het collectief volksbelang voorop stellen, maar in feite waren het gewoon platvloers dictators. Mao, Stalin, Rode Khmer, het hele letterlijk godvergeten oostblok: allemaal massamoordenaars en sombere, achterdochtige landen. Naar buiten mooie praatjes, maar van binnen zo rot als een mispel.

Tot schrik van ons, jonge kritisch betweters, klopte dat beeld. De facade bleek nep. De loop der geschiedenis onthulde steeds meer verschrikkingen. De onbeantwoorde vraag is echter in hoeverre dictaturen misbruik maken van theorieën om hun eigen handelen te verbergen. In Afrika en Zuid-amerika zijn nog steeds bewijzen te vinden.

En in Nederland.

Op precies dezelfde manier hun weergave van de werkelijkheid plooiend, wekt de regering-Rutte de indruk te opereren in 'het algemeen landsbelang'. Daarbij dien je landsbelang op te vatten als volksbelang, jóuw belang. Mocht je ze daar op aanspreken: maar dat we in jóuw, of het volksbelang werken, hebben we nooit beweerd.

Dat klopt. Het landsbelang is een typisch academisch fenomeen, zo'n macro-ding wat je nergens terugvindt. Stomweg omdat het een optelsom is van belangen.

Crypto-communisten zijn diegenen die de werkelijkheid plooien en beloften doen voor een betere, maar verre, toekomst. Nu mogen de regeringspartijen wel dénken dat zij hun eigen maatschappijvisie op deze manier uitdragen, maar feitelijk blijken de liberalen en sociaal-democraten een oncontroleerbare wissel op de toekomst te trekken. Crypto-communisme te bedrijven.

De lijn die zich steeds beter laat herkennen, is helemaal niet die van een liberale of een sociale maatschappij. het is een strak gedirigeerde maatschappij, waarin ondermeer technologie het excuus-vehikel is voor surveillance: de overheid bewaakt wat goed is voor ons. Op grote schaal wordt 'de economie hervormd' en worden 'nieuwe prioriteiten gesteld'. Met als gevolg een snel toenemend wantrouwen in de overheid - of: een snel toenemend besef alleen voor jezelf te moeten opkomen - en een afbraak van solidariteitsdenken.

Maar in de toekomst gaat het veel beter worden; op de nog rokende puinhopen van dat oude bestel komt iets nieuws, iets veel mooiers, en iets veel beters.

Nu is het nog nooit gelukt een groot project binnen tijd en kosten af te ronden. Dat gaat ongetwijfeld ook hier gelden: wat uiteindelijk te zien zal zijn, zal níet zijn wat ons nu wordt voorgespiegeld.

Eerlijk gezegd vind ik het interessantste iets heel anders. Economieën zoals de communistische experimenten tot nu, blijken allemaal gepaard te gaan met krachtige informele samenlevingen en economieën. Anders geformuleerd: het echte leven wordt voortgedreven door informele arrangementen. Zeker, deels is dat corruptie, maar grotendeels is het ook een een manier van wheelen en dealen met Het Systeem en met elkaar. Dé economie is de informele.

Dát is de weg van het crypto-communisme, die nepvariant, die revisionisten. Een administratieve werkelijkheid maken, een betere toekomst voorhouden, en ondertussen een nieuw proletariaat laten ontstaan. De effecten van hervormingen in de (thuis)zorg, de zorgverzekeringen, de hypotheekrente, de sociale zekerheid, de toegang tot onderwijs: ze raken niet willekeurig álle sociale groepen.

Nee, als 2013 iets duidelijk maakte, is het wel dat de sociaal-democratische PvdA en de liberale VVD een regering hebben gevormd die net zo weinig waarheid spreekt als de sovjet-communisten van Stalin.

zondag 29 december 2013

Een belediging

"Ik maak bezwaar."
"O?!"
"Echt."
"Ennuh... wáár tegen?"
"Tegen lijstjes."

Een Freudiaan zal de oorsprong zoeken in afwijzing in de jeugd, in miskend gelijk. Zo'n beetje als 'te vaak horen dat je géén gelijk hebt dat we hier rechtsaf moeten voor de camping, waarna later blijkt dat het tóch rechtsaf was en niemand je daarvoor waardeert'. Dat, dus. Of, al een stuk waarschijnlijker, de in je jeugd groeiende frustratie van jezelf briljant vinden en tóch niet gezien en erkend worden.

Het zijn allemaal vormende ervaringen. Van mijn jeugd herinner ik me verschrikkelijk weinig (details) - ook dat zal wel iets betekenen volgens Freud. In elk geval zoek ik het allemaal niet zó ver weg in het verleden.

Nee. Het begint eigenlijk met een fietsende oplichter: Lance Armstrong. Niet eens zijn fietsen, of de lijstjes die dáár mee samenhangen, maar zijn kanker. Armstrong maakte ooit de verschrikkelijk foute opmerking dat hij kanker had overwonnen. Hoe, interesseerde me direct al geen klap meer. Dat 'overwonnen', die arrogantie, en vooral die dreun die hij uitdeelde aan al die kankerpatiënten die hun ziekte niet 'overwonnen'. Alsof ze niet genoeg hun best deden.

Als je maar je best doet, kun je álles bereiken (en dat denken inmiddels echt niet alleen de amerikanen, hoor). Als je geen werk hebt, is er vast iets op je aan te merken. Dat je chronisch ziek bent, komt doordat je niet op je eet- en leefpatroon lette.

Jij, jij, jij.

Jíj hebt het in de hand (gehad).

Het is er ingeslopen en heeft zich onverzettelijk vastgezet in onze denkwereld: het 'exclusief' denken. Zoals de afwijkende in de Middeleeuwen op een (narren)schip werd gezet en uit de samenleving verwijderd, zo laten we steeds vaker en meer mensen aan hun lot over. Dat was immers geen lot. Dat was gevolg van hun eigen gedrag en beslissingen.

En tegelijk wauwelen we over een participatiesamenleving.

Het is dus niet zozeer het lijstje op zich waartegen ik iets heb. Het is het effect ervan: uitsluiting. Hoe je het wendt of keert, degene die niet op het lijstje staan, zijn minder, doen niet mee, zijn buitengesloten. In iedere open omgeving is dat een pervers effect van lijstjes en rangordes. Pervers ook omdat de indruk wordt gewekt dat het jouw eigen gebrek aan inzet of talent is.

Zelfs in de sport - het énige domein waar rangordes wél iets zeggen - verwateren ze doordat stimulerende middelen de prestaties onvergelijkbaar maken. Daarbuiten zijn de beïnvloedbare factoren helemaal ondoorzichtig. Wat maakt je een betere schrijver dan je buurman? Verkoopcijfers? Wellicht zijn die gebaseerd op je uiterlijk, je levenswandel of uitgekiende marketing. Hoe haal je uit talloos veel miljoenen muzikanten en bloggers de beste? Dat kún je niet. Wat zo'n lijstje wél doet, is al die andere buiten sluiten, beledigen.

Natuurlijk moet je lijstjes niet afschaffen. Het kán niet eens. Lijstjes ordenen en reduceren de complexiteit van de wereld om ons heen. Neem ze echter wel voor wat ze zijn: máár een lijstje, in een wip vervangen door een ander. Dat geldt voor WHO-, UN- en andere overheidslijstjes, voor krantenlijstjes en voor jouw lijstjes.

En, lijstjessamenstellers, realiseer je heel nadrukkelijk dat er veel meer leuke, goede, inspirerende, moedige, hardwerkende, vrolijke, creatieve, intelligente en betere mensen níet op jouw lijstje staan dan wel.

En weet je wat lijstjes vaak nog veel mooier vertellen? Wie vriendjes is met wie.

zaterdag 28 december 2013

" ... op moleculair niveau beschermd ... "

het blíjft wennen: zinsdelen als in de kop van deze blogpost. Je bijft proberen het je voor te stellen hoe dat er dan uitziet. Dat dat de verkeerde aanpak is, weet ik. Een voorstelling van zaken maken, doe je met de jou beschikbare kennis en beelden. Bij innovaties als deze heb je daar niet veel aan, omdat je vooruit moet kijken en denken. Je hebt stomweg niet het juiste gereedschap om je sommige vernieuwingen voor te stellen. Het blijft behelpen; met associaties en beeldspraak. De romantische versie is die waarin een diepzeeboot in de bloedsomloop duikt. Met het risico dat je onbewust de kenmerkende mogelijkheden van een duikboot projecteert op nanotechnologie.

Het blijft lastig.

Gisteren zag ik een artikel waarin dit produkt werd besproken: Liquipel. Dit is wat het doet
Liquipel is a super-hydrophobic intelligent coating which bonds to all internal and external components of a device on the molecular level. Our technology was specially engineered to protect the vital components of electronics from accidental liquid damage and corrosion. Liquipel is 1000 times thinner than a human hair and does not affect the look, feel, or performance of your electronic device in any way.


Het bewijs zal in de praktijk moeten worden geleverd, want leken als ik en jij zullen die claims van nanotechnologische werking niet kunnen nagaan. In dat opzicht zijn we er net zo aan toe als bij Blokker met wéér zo'n wonder-schoonmaakmiddel in je handen dat "zonder inspanning de stevigste vuilresten verwijderd". Het zál wel.

Eerlijk? Mijn wantrouwen wordt sterk gestimuleerd door een zinsdeel waarin wordt opgeëist dat het middel "op moleculair niveau" werkt. Dat het enorm dun is, prima. Maar tóch probeer ik me voor te stellen hoe dat dan gaat: een deklaag aanbrengen op moleculair niveau. Dat kan dan dus alleen maar aan de ongebonden kanten. Gebonden moleculen vormen immers een stof. Bij met dit goedje bewerkte moleculen stel ik me voor dat ze ook slechter binden, onbruikbaar worden. De 'buitenkant' krijgt dus een enorm dun beschermlaagje.

Kijk, nú wordt het voor mij wat inzichtelijker.

Het nanotechnologische zit 'm dus in de dikte van het laagje. Da's inderdaad enorm dun. En 'dus' nano, inderdaad. Zoals ook grafeen enorm dun is.

Het betekent dus, denk ik, dat mijn apparaat wordt ingepakt in een enorm dun laagje plastic. Omdat dat zo dun is, kan het direct op en tegen alle componenten aanliggen (vandaar ook dat anti-corrossie-argument, want er is ook geen zuurstof meer).

Voor zo'n $60 kan m'n iPhone zo'n behandeling ondergaan. Dan mag-i 'onopzettelijk nat worden'. Handig.

Terwijl ik dit zat te tikken, speelt wel de hele tijd de gedacht door m'n hoofd wat hieraan zo revolutionair is dat onder andere CEBIT er van op z'n kop stond. Goed, de dikte, dunte van die laag. Maar het verdere proces is niet bijzonder. Vacuüm trekken en opdampen kennen we al jaren.

Daarover moet je je natuurlijk helemaal niet druk maken. Ik hoop dat de techniek snel goedkoper wordt, waardoor ook horloges tegen redelijke prijzen bewerkt kunnen worden. Alhoewel 'waterdicht' en 'waterafstotend' nogal onduidelijke termen zijn. Liquipel beweert 30 minuten onderdompeling tot 1 meter diep aan te kunnen.

Mijn horloge is 'waterproof tot 1 atm.'. Maar het is niet waterdicht. Volgens de verkoper - een betrouwbare horlogier en idem horlogemerk - kan zo'n horloge al niet tegen een stevige regenbui. Of een in de zomer zwetende pols onder het horloge.

En dus heb ik al lang geen horloge meer. Want, tja, ik zweet in de zomer.

vrijdag 27 december 2013

2013: een verloren jaar?!

Nee, die conclusie deel ik niet. Naar mijn mening bestáát er geen verloren tijd. Wel bestaat tijd die anders is ingevuld geraakt dan jij (be)dacht. Maar verloren? Nee. Ook slapen en nietsnutten hebben een functie. Verloren tijd is een begrip dat een doelmatige geest verraadt. Een beheersdenker, een control freak.

2013 was a lost year for tech schrijft Quartz. Om aan te geven dat innovatie vaak schokgewijs verloopt en dat 2013 weleens zo'n (relatief) rustige periode kan kenmerken. Er gebeurt wel van alles, maar Quartz noemt dat uncreative destruction.

Ik denk dat Quartz een punt heeft.

Als je naar het afgelopen jaar kijkt, is er veel gebeurd. Maar er gebeurt altijd veel in een jaar. De kunst is te bepalen wat de waarde is van die ontwikkelingen. Toen ik het artikel las, dacht ik eerst te maken te hebben met een verzameling cynici. Gaandeweg drong tot me door dat ook ik dat onbestemde gevoel had. Alsof iedereen maar alles tot Groot Nieuws bombardeerde. In de veronderstelling dat ook 2013 Het Grote Nieuws zou bevatten?! Het bleef echter een vaag jaar.

Voor mij zijn er twee grote ijkpunten voor. Het ook door Quartz aangehaald lanceren van Google's Glass, zonder duidelijk doel. Glass lijkt te zijn gebaseerd op de veronderstelling dat 'het voor de gebruiker handig is informatie direct op (voor) zijn netvlies te krijgen'. Da's hetzelfde probleem waarmee de personal computer dertig jaar terug kampte: enorme rekenkracht, maar wat dóe je er mee? Ik weet nog dat ik heel veel antwoorden kreeg in de categorie Recepten Opslaan. Glass is ook zoiets. Wat moet ik er mee? En: wil ik ermee voor paal lopen? Want esthetisch gezien, is het een wanstaltig gedrocht.

Het andere ijkpunt is bitcoin cum suis. Bedacht, ontwikkeld, gelanceerd en overgenomen door de klassieke wens géld te willen verdienen, wankelt het concept nu en neigt ten onder te gaan aan zuivere speculatie. Eerlijk gezegd, vind ik dat een veel groter probleem, een veel grotere tegenvaller dan dat hele Glass. Bitcoin heeft de potentie een ander ruilsysteem te zijn dan het klassieke geldsysteem.

Het belangrijkst is echter wat Quartz schrijft onder de kop The arrogance of technnology's ruling class increased:
Even as one entrepreneur declared that Silicon Valley should be a separate US state, economists made the case that much of what the internet has accomplished in the past 20 years is the impoverishment of the majority of Americans. While there isn’t much manufacturing left in rich countries to automate, it appears that robot baristas could threaten jobs in the service sector as well. Some in Silicon Valley even made explicit their goal of eliminating workers and their labor protections. And Uber’s CEO alienated customers by insisting that exorbitant “surge pricing” was nothing more than a way to ensure supply at busy times.

Meanwhile, American tech firms flocked to Ireland in order to avoid regulation, while companies like Uber and AirBnB made it apparent that their business model is dependent on avoiding regulations in the states.


Dat is een paragraaf die je heel goed tot je moet laten doordringen, als je mij een plezier wilt doen. Hij is, denk ik, cruciaal voor het duiden van dat relatief rustige jaar 2013, omdat er wordt duidelijk gemaakt wat de bedoeling is/kan zijn.

Die volgende golf, lieve lezer, wordt helemaal geen golf die ons voorspoed en geluk gaat brengen. Als 'wij' niet opletten, is de volgende golf die van de subtiele repressie en afhankelijkheid.

Het is 'ons' tot nu ook niet gelukt de multinationale ondernemingen, waaronder ook de banken, onder sociale controle te brengen. Er is geen enkele reden aan te nemen dat tech-ondernemingen zich aan die wetmatigheden van winst-maken onttrekken. Ook niet als zij met de mond de leuze hanteren 'don't be evil'.

donderdag 26 december 2013

Een goede kerst

Dit was een goede kerst.

Op het moment dat ik me dat bedacht, bedacht ik me ook: 'maar waarom?'.

Kerstmagie. Onzin, en toch ook weer niet. Het is chémie - niet mágie - en het is zeker niet exclusief des kersts. Het is een situatie waarin alles in balans is: er is tijd, er is (dus?!) rust, er is een prettige atmosfeer, er is lekker eten.

Dat eten is helemaal niet zo belangrijk. De maaltijd is min of meer het vehikel. Het vehikel om sámen te zijn. Niet eens om diepgaande gesprekken te voeren, maar om er te zíjn. Natuurlijk wordt er gesproken. Vooral voor de (hobby-)kok is dat belangrijk: hoe waarderen de aanwezigen zijn geploeter?

Een goede kerstsfeer omschrijven is moeilijk, weet ik na al die jaren. Hij is haast ongrijpbaar. Een sleutelfactor is volgens mij hoe iedereen in zijn vel zit op dat moment. Dat ga je niet afdwingen; niet met extreem copieuze maaltijden, met dure ingrediënten, met 'verplicht gezellige spelletjes'. Da's allemaal té geforceerd als je niet oppast.

De enige manier is ongedwongenheid. Echt.

Op dit moment zit niet iedereen in dit gezin bij elkaar. Toch is de kerstsfeer er. Met ééntje op zolder, eentje voor de teevee, eentje dit blog aan het typen en eentje een vaatwasser leegruimend. Maar wel allemaal met dezelfde tevredenheid met wat is. Lekker vaag?! Toch ga ik er niet veel dichterbij komen dan dit.

Ongedwongen tevreden zijn. Niet opgeprikt in een restaurant gerechten eten die zó kostbaar zijn dat ze wel lekker móeten zijn; maar waarom?! Beter is thuis iets samen te stellen waarvoor anders onvoldoende tijd beschikbaar is, maar dat ook mag 'mislukken'. Het eten is niet belangrijk: de houding wél.

Dit was één van de betere kersten, voor ons. Geen vlokje sneeuw kwam naar beneden en de films op teevee had iedereen al minstens drie keer gezien. De oma die kwam, is zo doof als een kwartel en nadert het stadium van stekeblind zijn (die pakte dan ook de op kaarsvlamhitte draaiende kerstengeltjes in plaats van haar wijnglas).

Geen idee of jij dat ook zo hebt ontdekt; maar het gaat om huiselijkheid. Ongedwongen, tevreden, veilig.

dinsdag 24 december 2013

Cultiveer je jongheid...

Hoe vaak overkomt jou dat nog? Dat je een gevoel hebt dat je terugbrengt naar je jeugd. Een herinnering, dus.

Vaak?! Jôh, wees heel blij dat je dat hebt. Blijkbaar lukt het je een aanzienlijk deel van je jeugd vast te houden. Hopelijk ook de (onbevangen) creativiteit die daarbij hoort.

Vaak... zullen we, met die overdrachtelijke natte vinger, zeggen: zo'n één keer per maand?!

Mijn gok is dat het overgrote deel van de lezers van deze blogpost dat 'jeugdgevoel' zelden terugvindt. Mij overkomt het zo'n een, twee keer per jaar. Denk ik. Als ik het zou gaan bijhouden, kan het best weleens minder vaak zijn. Maar, inderdaad, ook meer. Wat ik het belangrijkst vind, is dat ik me steeds meer bewust word van die momenten.

In deze reeks heb ik al eens geschreven over de rol van geuren en geluiden die herinneringen oproepen. Vaak zijn dat een soort van flitsen. De geur is er soms maar heel even. Die momenten bedoel ik niet. Wel op de momenten die eigenlijk veel meer dan een momént zijn.

Vandaag woei het weer 's in Nederland. Tegenwoordig is stormachtige wind een storm en een storm zo ongeveer de aankondiging van het eind van de wereld. Een echte storm, strak boven 10Bft; die kennen we eigenlijk niet. Een 7-8Bft hebben we vandaag aan de westkust in de steden gehaald, misschien zelfs een magere 6-7Bft. Wat we wél erbij kregen, was de haast onvermijdelijke regen.

Dát zijn de condities voor zo'n reminiscentie-moment.

Dat je door de stad fietst. Een warme, waterdichte jas aan; een regenbroek; en waterdichte schoenen. Jou kan niets gebeuren: die diepe niet te ontwijken plas niet, zelfs een voorbijspattende auto niet.

Zo fietsend sluit je je af van de situatie. Niet dat je niet op het verkeer let. Het is meer dat je je immuun probeert te maken voor de natheid van de regen. De beste toestand is die waarin het je niet meer raakt; vijftien minuten later ben je thuis.

Een ideale conditie om je ineens je jeugd te herinneren.

Dat 'moment' duurt al snel een minuut of tien. De keren dat je met storm en regen naar school fietste. Dat je vóór de wind zeilend als een speer ging en haast de storm vergat. Zoals een zweefvlieger stilte ervaart omdat-i de snelheid van de wind heeft. De storm stuwt je voort. Af en toe een trap op de pedalen en daar ging je weer. In de wetenschap dat je 'm ook tegen zou gaan krijgen.

Met een capuchon op - wel áf zetten als je opzij moet kijken - komt daar ook nog eens het getik en gekletter van de regen bij. Nu je weet dat de regen je niet kan deren, krijgt dat geluid iets huiselijks. Alsof ze tegen de ruiten slaat en niet binnen kan komen. Alsof je in een slaapzak in een tent ligt en luistert naar het tentdoek dat door de regen wordt bespeeld.

Zulke momenten, dus. Wanneer iets onaangenaams als buiten moeten zijn in storm en regen, iets optimistisch krijgt. Omdat je ook op een andere manier, die van een jeugdige, kunt ervaren.

Goud waard.