Posts tonen met het label npo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label npo. Alle posts tonen

donderdag 27 maart 2014

Omroepbeleid is merkenbeleid

Het stond in m'n krant en dus is het waar. Toch?!

In de De Volkskrant stond dit naar aanleiding van het advies van de Raad voor Cultuur over de toekomst van het omroepbestel:
Daarnaast is versterking van het merk NPO achterhaald, volgens ingewijden. 'Het is niet van deze tijd om merken rond netten te bouwen', aldus een commissielid. 'Juist merken als De Wereld Draait Door en Wie is de mol?, die ook op internet groot zijn, hebben de toekomst.'


Da's een verontrustende mening, vind ik.

Een merk 'bouwen' is niet een kwestie van een nachtje ijs. In tegenstelling tot wat het werkwoord 'bouwen' insinueert, is het niet bepaald een beheerst proces. Eerder is het vallen en opstaan, zoeken naar fans en luisteren naar hun wensen, overwegen of daarbij kan en wil worden aangesloten. Dat is dus toch principieel anders dan het bouwen van een gebouw vanaf een blauwdruk.

Merk. Tijd. Sleutelwoorden.

Stel, je bent verantwoordelijk voor de positionering van DWDD in die nieuwe situatie. Dan heb je een paar jaar 'gebouwd' aan 'het merk'. Denkt iemand nu echt dat dat merk zich laat verdringen door iets anders? Wat gebeurt, is dat prográmma's veel meer macht krijgen. Voor de sombermansen: ook - vooral? - de populistische flutpogramma's.

Maar wellicht gaat iemand me ooit eens uitleggen waarin, op dit punt, de vernieuwing zit. Het bredere 'omroep' wordt ingewisseld voor het smalle 'programma'. Dat zou vooruitgang zijn, omdat "het niet van deze tijd is merken rond netten te bouwen". Nee, om programma's wel. Wat een ongelooflijke onzin. Zég dan dat er binnen afzienbare tijd één omroep is met talloze programma's. Want da's de enig logisch volgende stap als programma's zelfstandige eenheden worden. Zoals nu een omroep z'n programma's ordent, zo zal dat dan ook gebeuren. Dat immers is een groot verschil tussen tv en internet: de schaalbaarheid.

Maar goed; ik zie met angst en beven nu de toekomst tegemoet. De genoemde programma's blijven tot het bittere einde werken aan hun merk en dus hun overlevingskansen. Lieve help. Programma's die Peyton Place-achtig nooit meer weg gaan. Een angstbeeld. Een nachtmerrie.

images

Gelukkig is dit niet de kern van het advies.

Dat is een pleidooi voor een veel opener systeem, waarin ook nieuwkomers een uitzendplek kunnen krijgen. Da's mooi, toch? Niet dat het zo zal gaan werken, als de kansen zich eens per vijf jaar voordoen en er toch echt verdeeld gaat worden. Het klinkt allemaal o zo sympathiek zo'n open systeem, maar dat heeft alleen waarde als er geen platformschaarste is. Gaan we dus naar heel veel meer zenders? Gaan we naar programma=zender=tvkanaal?

Snel dat rapport lezen, dus. En vooral te zijner tijd ook de reactie van de staatssecretaris, want die geeft de uiteindelijke richting aan. De Raad voor Cultuur adviseert.

Ik duim voor een situatie waarin we niet worden geconfronteerd met nooit verdwijnende programma's. Dat heeft niets dynamisch, maar wel iets enorm statisch. Leuteren over merken? Prima. Debatteren over het verschil tussen tv en internet? Vast machtig mooi. Maar zorg nu eens voor dynamiek! Da's een stuk moeilijker, hè?

zondag 16 juni 2013

Hij is niet meer

Het is vast doordat Cultura24 het hele weekeinde Pinkpop 2013 uitzendt, dat ik me dit herinnerde. Eerlijk gezegd, heb ik geen idee wat de herinnering precies wakker maakte. Hij was er ineens?Tijdens het kijken naar Lianne La Havas - had ik nóóit gehoord - schoot de gedachte langs 'hoe heette dat programma ook alweer dat gesprekken in muziek omzette?'.

Dat was dus de Listening Machine en ik zal je een beschrijving van de zoektocht besparen.

Twee dingen over die Listening Machine.
Het eerste is de vaststelling dat het project is van een publieke omroep en een externe partner. Daarop kun je alleen maar jaloers worden, vermoed ik, als Nederlandse publieke omroep. Het is niet niks in de ogen van 'nuchtere' - lees krenterig-zuinige - Nederlanders: een project om emotie in muziek om te zetten. Ik zie het al voor me: "En? Waarvoor dient het?".

Zullen we die toevoegen aan het lijsten verboden zinnen, zoals "Ja, maar..."? Nooit meer als eerste vragen naar nut of functie. Pas als, laten we zeggen, dertiende vraag mag dat.

20130616-200408.jpg

Het tweede is het project zelf. Het is, jammer genoeg, gestopt. Maar dat neemt niet weg dat de website van The Listening Machine nog steeds de moeite waard is. En zeker die van de koepel waaronder hij werd ontwikkeld The Space.

Wat ik mooi vind, is een opmerking die in het kader van de ontwikkeling van The Listening Machine is gemaakt: dat ook de softwarebouwer een creatieve is. Dat wordt nog weleens vergeten. Dan krijg je zo'n situatie dat iemand iets bedenkt en dat 'een bouwer de opdracht krijgt dat te maken'. Zo, dus. Plof, op het bord. Doe mij dit maar.

Zo gaat dat dus niet. Ik kan helemaal niet code schrijven. Maar wat ik na al die jaren wél weet, is dat het geen 'bouwen' als in 'bouwen met constructieblokjes' is. Dat soort bestaat wel. Maar dat zijn vaker applicatie-inrichters. Die worden, begrijp ik, ook veel te duur betaald. Degene over wie we het hier hebben, zijn de mensen die beginnen met niets. Althans, niets anders dan een idee. Die mensen kun je niet zien als zuiver uitvoerend wat een ander bedenkt. Ze werken en denken mee.

Niet voor niets staat zijn naam er dus bij: Daniël Jones.

En nu zit ik me dus af te vragen hoe vaak ik zulke credits eigenlijk zie. Niet naar een bedrijf, maar naar een persoon. Weinig. Waarom eigenlijk?