Posts tonen met het label gezelligheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezelligheid. Alle posts tonen

zaterdag 5 april 2014

Drie tafeltjes, zes stoelen

je kunt verandering niet zien. Probeer maar eens naar verandering te kijken. Wat je ziet, zijn de indicatoren van verandering. De kleuren van de vlindervleugel. De toename van het aantal neo-klassieke woningen in de nieuwbouw. De lengte van de mens. Maar nooit de verandering.

Da's op zich niet zo heel verwonderlijk, als je je realiseert dat verandering in z'n algemeenheid het verschil is tussen A en B. A kun je meten, zien, horen, ruiken. B ook. Het verschil is de verandering. Ene Descartes maakte dat duidelijk aan de hand van de baan van een pijl. Die bestaat uit oneindig veel statische momenten, die sámen dynamiek, en snelheid, vormen. Maar tússen die momenten bevindt zich iets wat we niet waarnemen: verandering.

Sommige veranderingen gaan waanzinnig snel. Zo is het mij nooit gelukt een tafeltennis- of squashbal goed te volgen. Dat is, terzijde, een goede manier om je meteen in te dekken tegen verlies op voorhand. High speedcamera's openen wat dat betreft een wondere wereld: die van kolibri's, van vliegevleugelslagen, van waterdruppels, van kogelinslagen, van bliksemontladingen (van de aarde náár de wolk!).

Of ze gaan juist zo langzaam dat verandering evenmin zichtbaar is. Ik neem aan dat je nooit serieus hebt staan kijken of het waar is dat bergen in de loop van de tijd afvlakken of dat rivierkeien afschuren tot rivierkiezel. Binnen ons bereik liggen misschien nog net de smeltende poolkappen en de smeltende gletsjers.

Die tempoverschillen bestaan ook in de sociale werkelijkheid. Ik blogde er al eerder over, maar dan in relatie tot (technologische) innovatie en ons opname-vermogen. Dat is niet zo goed in snelle verandering.

Leiden is een saaie stad geweest. Dodelijk saai, vonden wij toen we er kwamen wonen. Achteraf allemaal verklaarbaar; de stad maakte de enorme stap wég van produktiefabrieken ín de stad. Grote fabriekscomplexen waarin geen leven meer zit; als de leegstaande panden in een winkelstraat holle ogen lijken, dan waren dit gezwellen. Donker en somber, dat was Leiden.

De stad had bijvoorbeeld zowat geen terrassen en, behalve een fors aantal café's, was er niets te doen. Niet zo heel erg verwonderlijk dat er nogal wat animositeit bestond tussen de studentenwereld en de burgerwereld. Studenten leken wel altijd hun zin krijgen en (bral)feesten te kunnen organiseren in hun stijfgesloten verenigingspanden.

Da's allemaal historie.

De stad opende zich heel, heel langzaam. Café's ontdekte de winstgevendheid van (goede) terrassen en ook dat het wél mogelijk is kleinschalig feesten en vrolijkheid te bieden. Leiden ontwaakte. Inmiddels is een klein binnenstadsgebied stevig genoeg om de strijd aan te gaan met andere middelgrote steden.

Dat is een ontwikkeling die zo'n dertig jaar heeft gekost.

Plastic terrasmeubilair wil de gemeente nog steeds niet toestaan in de historische binnenstad. Dat past niet in het karakter. Da's best wel grappig, als je weet dat de stad óók de ambitie heeft de creatieve klasse aan te trekken. Dat dat een cultuur van vrijheid en experimenten inhoudt, zal de betrokken ambtenaren zijn ontgaan. Dat wat past, mag (en dus zal de creatieve klasse nooit komen).

Toch verandert de stad nog steeds.

De binnenstad van Leiden heeft enorm veel ondersteuning gekregen, waardoor je zou denken dat alles daarbuiten verwaarloosd is. Gelukkig zijn de eerste tekenen dat overheidssteun geen noodzakelijke voorwaarde is ook te zien.

Het is zo'n langzame verandering. De ontdekking van terrasmogelijkheden breiden zich uit. Eerst (weer) naar de café's, die nu ook de smalle stoepen zijn gaan gebruiken. Mij doet dat denken aan het Kretenzer Malia, waar we in onze jeugd waren. Zo'n dorpsstraat, waar véél verkeer door de hoofdstraat wordt geperst, en waar op de smalle stoepen desondanks overal tafeltjes en stoeltjes staan. Het leeft er.

Steeds meer zie je ze verschijnen, de mini-terrassen met drie tafeltjes en zes stoelen. En om het helemaal mooi te maken: dit jaar hebben ook de visboeren ontdekt dat het helemaal geen slecht idee is, zo'n mini terras.

Zo lang er niet iemand opstaat die bezwaar heeft tegen wanorde, is nog hoop voor Leiden.

zondag 23 december 2012

Hét mannending: kerstdiner


En toch denk ik dat het waar is. Even wat olie op het vuurtje...

Kerstmis is een mannendingetje..

Ga maar na. De ophef begint om een nietgemaakte hotelreservering. Het is, ook met de wijsheid achteraf, niet te bewijzen wiens fout dat was. Maar met de ervaring van nu - hé, toch mooi meer dan 2000 jaar - is het statistisch wel aannemelijk dat de kans dat de mán de reservering niet maakte groter dan vijftig procent. Ook omdat in de meeste <em>sitcoms</em> in zulke situaties de man de oorzaak van misverstanden en stommiteiten is.

En dan die kerstboom. Niet dat die echt tot de kern van Kerst hoort. Maar ook dat is weer typisch 'man', om in het haast gegarandeerd slechtste weer van het jaar in de búitenlucht een bóóm te zoeken. Alsof ze iets te bewijzen hebben...

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174833.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174833.jpg" alt="20121222-174833.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Versiering. Ook zoiets. Daar hebben de mannen ook al hun klauwen in geslagen. Je kan er niet eens meer een filmkomedie op baseren. Dat vereist van de <em>clou</em> toch een zekere uitzonderingspositie. Maar dat is niet meer. Na de electrificering van de kerstboom is de man doorgegaan met het tentoonspreiden van zijn technische kennis van zwakstroom. In huis: lampjes voor het raam. Kan nog, mits stijlvol. Buitenshuis: een orgie van licht. Het armetietig rodondendronnetje of de ligusterheg worden gevangen in een 'lichtnet', middenin de tuin staat een verlicht hert gevangen in beweging, en boven de voordeur heeft de man, met gevaar voor eigen leven, een 'Joooohoooohoooo-roepende kerstman in slee voortgetrokken door rendieren, mét lichtjes', opgehangen.

Maar het summum van de bewijsvoering lijkt me het kerstmaal. Het hele jaar verwaardigt de man zich niet aan het koken van maaltijden. Met dedain wordt neergekeken op broccoli, aardappelen, vlees. Op macaroni met blauwaderkaassaus "zeker uit een pakje", of op stamppot met rookworst.

Nee, dan de feestdagen. Kijk, dan haalt pa uit. Nog steeds vooral met Kerst. Maar ook Pasen is al binnengehengeld. Overigens vooral doordat sluwe grootgrutters ons wijsmaakten dat er dan ook uitgebreid moet worden gegeten. Na de kerststol, de paasstol en binnenkort verwacht ik toch ook wel de pinksterstol en de goedevrijdagstol. En de mannetjes maar koken.

Koken met Kerst is namelijk niet een bijeenkomst vanwege de gezelligheid. Welnee! Het is een exposé van het kunnen van de Man in het Huis. Niet voor niets is de kerstmaaltijd een uitbijter.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174816.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174816.jpg" alt="20121222-174816.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Waar in vroeger dagen het eten van wild in dit jaargetijde de gewoonste zaak van de wereld was - seizoensgebonden - zo is het nu iets uitzonderlijks. Dat wild een stukje duurder is dan supermarktvlees - wild heeft nog een béétje lol in het leven gehad - zal daarin een rol spelen. Maar de beschikbaarheid ook. Een wildpoelier wordt steeds zeldzamer in het winkelaanbod. Ideaal voor mannen om te tonen wat ze (denken) te kunnen: koken met iets wat niet alledaags is. Als je ze wijsmaakt dat het enorme stuk zalm in de vitrine in de wilde wateren van Alaska is gevangen, vallen ze ook daarvoor.

En dus nemen de mannen de keuken over.

Niet altijd even overtuigend. Want koken met de beschikbare middelen en ingrediënten is soms wat veel gevraagd. En dan moeten de kruiden worden ververst, ingrediénten aangerukt waarvan een theelepel nodig is en ettelijke éétlepels een jaar later worden weg gegooid, of worden speciale pannen of ovenschalen aangeschaft. Want de man kookt niet met het eerste de beste. O, en schoonmaken is beneden de stand van de kok. Het schoonmaken van de keuken zit, tekenend, haast nooit in de planning.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174825.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174825.jpg" alt="20121222-174825.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Voor mij is het duidelijk: Kerstmis is een mannending. De meesten daarvan zijn niet zo goed in een omgeving gezellig maken. Dat wordt toch vaak gezocht in 'dingetjes kopen', 'dingetjes ophangen' en 'dingetjes eten'. Ik dank God op mijn blote knieën dat-i eraan dacht vrouwen toe te voegen. Dat maakt Kerstmis toch een stuk aangenamer.

Wat dan weer wel leuk is, is het afluisteren van de mannengesprekken dezer dagen. Ik kan me al een beetje verheugen op maandag. Dan staan de mannen in de supermarkt, bij de poelier, op de markt en in de winkelstraat tegen elkaar op te bieden over het culinair kunststukje wat ze gaan uithalen. Met kilo's zware reebouten, in zeezout ingepakte vissen, bestorven (not) hazebouten die 24 uur moeten marineren in rode wijn, de oventemperatuur voor de soufflé en de slimme truc om kastanjepuree te maken (potje kopen).

Om dan na Kerst weer de neus op te halen voor de diepvriesspinazie met puree. Eerlijk gezegd denk ik dat ze dat niet kunnen, die mannen: alle dagen van de week een maaltijd neerzetten die het hele gezin lust.


<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174846.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121222-174846.jpg" alt="20121222-174846.jpg" class="alignnone size-full" /></a>